|
Zoeken
TitelPeriode
Status
ProjectleiderBetrokkenenPeriode |
Sportbonden, sportclubs en sportperiodieken in Nederland tot 1940
Sport is wel eens de belangrijkste bijzaak van het leven genoemd, maar dat heeft in Nederland nog niet geleid tot veel naslagwerken op sporthistorisch gebied. Wie wil weten hoe een bepaalde sport in ons land ontstond en hoe die zich ontwikkelde, vindt weinig "harde gegevens" in de wetenschappelijke literatuur of op Internet. Het project Sportbonden, sportclubs en sportperiodieken in Nederland tot 1940 probeert in deze lacune te voorzien door het ontwikkelen van een databank voor zes "grote" sporten: voetbal, gymnastiek, korfbal, hockey, tennis en schaken. De databank bevat de namen van alle bonden en clubs van deze takken van sport, die vóór 1 augustus 1940 waren opgericht. Vermeld worden naam (namen) van de bond of vereniging, plaats van vestiging, datum van oprichting (of eerste vermelding) en eventueel datum van opheffing (of laatste vermelding). Ook wordt aangegeven welke verenigingen meerdere sporten beoefenden en welke clubs voortkwamen uit bepaalde bedrijven of uit maatschappelijke organisaties (bijvoorbeeld Volksweerbaarheid, politieke partijen, rijks- of gemeentelijke instellingen). De databank verschaft ook nadere inlichtingen over het archief van de bond of club, indien dit archief in een openbare archiefbewaarplaats of documentatiecentrum is ondergebracht. Het gaat hierbij in hoofdzaak om de aanwezigheid van lijsten van bestuursleden, notulen van bestuurs- en ledenvergaderingen, jaarverslagen, correspondentie en financiële stukken. Tevens is voor de bonden opgenomen in welke bladen alle officiële mededelingen werden gepubliceerd tot 1 augustus 1940. De zes sporten zijn in eerste instantie uitgekozen omdat zij vóór 1940 de meeste beoefenaars hadden en omdat zij een omvangrijke en diverse organisatie hadden. Voetbal was een "mannensport", maar de overige sporten werden door mannen en vrouwen beoefend. Voetbal, gymnastiek en korfbal werden tussen 1920 en 1940 volksporten; hockey, tennis en schaken bleven altijd meer elitesporten. Alle zes sporten hadden landelijke en regionale bonden (onderbonden of districten). Verder hadden voetbal, gymnastiek en korfbal naast een neutrale bond ook confessionele bonden, zoals de Rooms Katholieke Voetbalfederatie, het Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond en de Christelijke Korfbalbond in Nederland. Hockey, tennis en schaken hadden geen rooms-katholieke of protestantse bonden. De einddatum van het project is ontleend aan het voetbal, dat al vóór 1940 veruit de grootste sport in Nederland was. Op 1 augustus 1940 fuseerden alle voetbalbonden tot één organisatie. Na 1940 namen het aantal sporten en het aantal clubs dusdanig toe, dat deze niet binnen redelijke tijd in één databank kunnen worden verzameld. De databank biedt tal van mogelijkheden om de opkomst en groei van voetbal, gymnastiek, korfbal, hockey, tennis en schaken nader te onderzoeken en te vergelijken. Dat biedt allerlei mogelijkheden voor sporthistorici, die willen weten in welke plaatsen veel sportclubs waren of welke namen en afkortingen als clubnaam populair waren. Zij kunnen door de gegevens over de archieven bepalen welke bonden en clubs voor specifieke onderzoeksvragen in aanmerking komen. Maar ook onderzoekers naar de verzuiling in Nederland in de twintigste eeuw kunnen de databank raadplegen om te achterhalen waar rooms-katholieke en protestants-christelijke bonden en clubs gevestigd waren. |