Voorgeschiedenis van het Biografisch Woordenboek van Nederland
Tussen 1911 en 1937 verscheen ─ onder eindredactie van P.C. Molhuysen, P.J. Blok en F.K.H. Kossmann ─ het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW). In deze tien, nog steeds veel geraadpleegde delen zijn de korte levensschetsen opgenomen van beroemde en minder beroemde Nederlanders die vóór 1910 zijn gestorven. Hier vindt men dus informatie over bijvoorbeeld Jacoba van Beieren, Michiel de Ruyter, Rembrandt, Boerhaave of Thorbecke.
Sindsdien is er geen nationaal biografisch woordenboek meer verschenen. Personen van betekenis die na voltooiing van het NNBW overleden, bleven zodoende van een beknopte levensschets verstoken. Met het verstrijken der jaren werd het ontbreken van dergelijke handzame biografische informatie echter steeds meer als een gemis ervaren.
Om in deze lacune te voorzien werd in 1971, op initiatief van de Leidse hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis, prof.dr. I. Schöffer, begonnen met het samenstellen van vervolgdelen op het NNBW. Dit werd het Biografisch Woordenboek van Nederland (BWN). Er werd een redactiecommissie gevormd onder leiding van professor Schöffer en er werd een redactiesecretaris aangesteld in de persoon van dr. J. Charité. Na een voorbereidingstijd van acht jaar kon in 1979 het eerste deel van het BWN verschijnen.
Literatuur: