ELIKINK, Elisabeth Charlotta (ged. Papendrecht 14-8-1740 – gest.
IJsselstein 24-4-1812), gelegenheidsdichteres. Dochter van Bernardus
Elikink (1701-1767), predikant, en Elizabeth van Esch (1697-1788). Elisabeth
Charlotta Elikink trouwde op 23-8-1772 in IJsselstein met Johan Franco Beyen (1738-1788), schepen en burgemeester van
IJsselstein. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 2 zoons geboren, van wie 1
dochter jong overleed.
Elisabeth Charlotta Elikink groeide op in Papendrecht, waar
haar vader sinds 1734 predikant was. Ze had twee oudere broers, Bernardus (1736-?) en Paulus Arnout (1738-1759). Haar moeder was Dordtse van geboorte.
Vader Elikink was de auteur van verscheidene piëtistisch getinte gedichten. Ook
Elisabeth Charlotta heeft enkele gedichten geschreven: in 1761 een lijkdicht
voor de Zeeuwse piëtistische dichter Pieter Boddaert, en voor de Stichtelyke gezangen (1762) van de
Amsterdamse predikant Rutger Schutte een lofdicht. De uitgave van haar vaders
nagelaten Stichtelijke gezangen
(1769) opent met een door Elisabeth Charlotta geschreven opdracht aan haar oom
Michael Johan van Campen en haar tante Agatha Elikink, die tevens een
lijkklacht voor haar vader is.
Elisabeth Charlotta Elikink trouwde in 1772 met haar neef Johan
Franco Beyen, lid van het stadsbestuur van IJsselstein. Hun moeders waren
zusters van elkaar. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Johan Franco (1773-1842),
Bernarda Agatha (1774-1855), Arnolda (1777-1778) en Bernardus Paulus Arnout (1780-1838).
Rond 1778 liet het paar zich portretteren door de Haarlemse schilder Augustijn
Claterbos; beide portretten bevinden zich tegenwoordig in een Amerikaanse
collectie.
Blijkens een aantal in handschrift overgeleverde verzen is Elikink blijven dichten, zoals bij gelegenheid van de ramp met het kruitschip in Leiden (1807). Ze was 48 toen haar echtgenoot overleed en ze overleefde hem nog bijna
een kwart eeuw: Elisabeth Charlotta Elikink stierf op 24 april 1812 in IJsselstein.
Naslagwerken
Van der Aa; NBAC.
Archivalia
Het Utrechts Archief: toegang 257 (Fam. Beyen), inv. nr. 1
(Genealogische aantekeningen); inv. nr. 30 (brieven aan Elikink).
Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: dossiers Beijen
(CBG; Polvliet) [met extract uit het trouwboek 1772 van IJsselstein: huw.
Elikink en Beyen].
Publicaties
Elisabeth Charlotta Elikink, ‘Grafdicht voor [...] mr.
Pieter Boddaert’, in: Pieter Boddaert, Nagelatene
gedichten en levensbeschryvinge, Kornelis van der Helm Boddaert ed. (Middelburg
1761) 30.
Elisabeth Charlotta Elikink, ‘Op de Stichtelijke Gezangen,
van den eerwaardigen heere Rutger Schutte, leeraar te Amsterdam’, in: Rutger
Schutte, Stichtelijke gezangen, deel 1
[1762] (Amsterdam 1777; 3de verb. dr.) ***4v-***5r.
Elizabeth Charlotta Elikink, ‘Aan mijne veelgeëerde oom en
moei, [...] Michael Johan van Campen, rustenden leeraar der gemeente van
Oostzanen, en mejuffrouw Agatha Elikink, echtgenoten’, in: Stichtelijke gezangen, nagelaten door Bernard Elikink, in zijn leven
dienaar van het H. Evangelie te Papendrecht (Amsterdam 1769) *2r-*3v.
Literatuur
A.W. Bronsveld, De
evangelische gezangen, verzameld in de jaren 1803-1805, en in gebruik bij de
Nederlandsche hervormde kerk (Utrecht 1917) 370-378.
S.D. Post, Pieter
Boddaert en Rutger Schutte, piëtistische dichters in de achttiende eeuw (Houten
1995) 158, 251.
R. Bosch, En nooit meer oude psalmen zingen. zingend geloven in een nieuwe tijd 1760-1810 (Zoetermeer 1996) 156.
Illustratie
Portret
(pendant) door Augustijn Claterbos, ca. 1778 (particuliere collectie, Verenigde Staten) Foto: Willem Oost Lievense.
Redactie (met dank aan Laurens Beijen en Pim van Oostrum)