Maria (?-1716)

 
English | Nederlands

MARIA (gest. Curaçao 9-11-1716), slavin, als aanstichtster van slavenopstand ter dood veroordeeld. Zij leefde in concubinaat met Tromp, een slaaf. Over kinderen is niets bekend.

Waar en wanneer Maria geboren werd is onbekend. Ze werkte als huisslavin op de WIC-plantage St. Maria op Curaçao, onder meer als kokkin. Maria behoorde tot de vaste slaven van de Compagnie. Hun werk was onder meer het opvangen en verzorgen van de nieuwkomers, die na aankomst op Curaçao tijdelijk werden ondergebracht op een van de acht plantages van de Compagnie, in afwachting van hun verkoop.

In 1716 werd Maria opgepakt op verdenking van deelname aan een opstand. Een groep slaven van de plantage St. Maria vermoordde op 15 september van dat jaar de factoor, Christiaan Muller. Zijn vrouw zag een van de slaven bebloed uit het veld komen en het huisje van Maria binnengaan. Kort daarop bestormde een tiental slaven met getrokken messen het huis van de factoor, waar diens gezin en enkele vaste slaven verbleven. De vrouw van de factoor vluchtte met haar kinderen, waarna de opstandige slaven buiten de plantage een lid van de ruiterij van de WIC overvielen en de ruiter en zijn vrouw vermoordden. Ook maakten zij een vuurwapen buit. Zodra het nieuws van de gebeurtenissen Willemstad bereikte, werd een klopjacht op touw gezet. Binnen enkele dagen wist men tien van hen op te pakken, een van hen werd doodgeschoten.

Bij de verhoren kwam de vermeende rol van Maria bij de opstand duidelijk naar voren. Een van de opstandelingen, genaamd Tromp, had in het huis van Maria gewoond en zei dat zij zijn vrouw was, maar dat zij niets met de opstand of de moorden te maken had. Onder foltering bekende hij echter dat Maria overal van had geweten. Anderen bevestigden dit, eveneens onder tortuur. Maria zou uit wraak tot de moord op Muller hebben aangezet, omdat deze verantwoordelijk was geweest voor de dood van haar vorige man. Toen zij vernam dat Muller dood was, zou zij gezegd hebben: ‘Dat is goed, gaat maar voort’. De leider van de opstand, Agathia, verklaarde dat Maria de opstandelingen zou hebben opgeroepen om alle blanken te vermoorden en het geld van de factoor te nemen om zich daarmee vrij te kopen.

Maria bleef ook onder foltering volhouden niets met de opstand te maken te hebben gehad. Door de bekentenissen van de anderen meende de fiscaal echter voldoende bewijs te hebben om alle verdachten, in totaal negen mannen en Maria, ter dood te veroordelen. Maria’s weigering te bekennen schreef de fiscaal toe aan haar ‘grote en boosaardige obstinaatheid’. Op 9 november 1716 werd Maria conform het vonnis met een strop om de hals aan een paal vastgeketend en vervolgens levend verbrand. Haar as werd in de wind verstrooid en in zee geworpen. Het beulswerk werd verricht door enkele daartoe aangestelde vaste slaven van de Compagnie. ‘Wij hebben aan deze godvergeten negers omme daar aan een exempel te statueren zodanige straffe moeten doen ondergaan, mij leed zijnde de schade welke de Ed. Comp. daar bij komen te lijden’, berichtte de gouverneur aan zijn superieuren. In het periodieke overzicht van overleden WIC-slaven komt Maria’s naam niet voor. Zij moet die ene slavin zijn geweest van de dertien slaven in het overlijdensregister die slechts anoniem waren geregistreerd: een vrouw ‘om haar kwaad doen gerecht [:gevonnist]’.

Archivalia

Nationaal Archief, Den Haag: toegang 1.05.01.02 (Archief van de Tweede West-Indische Compagnie), inv. nr. 206 [overgezonden brieven en papieren aan de Heren Tien]; inv. nr. 215 [processtukken]; inv.nr. 572 [overgezonden brieven en papieren van Curaçao aan de kamer Amsterdam].

Literatuur

Han Jordaan, ´De veranderde situatie op de Curaçaose slavenmarkt en de mislukte slavenopstand op de plantage Santa Maria', in: Henny E. Coomans, Maritza Coomans-Eustatia en Johan van ’t Leven red., Veranderend Curaçao (Bloemendaal 1999) 473-501.

Auteur: Han Jordaan

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 397

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.