Oly, Catharina Jansdr. (1585-1651)

 
English | Nederlands

OLY, Catharina Jansdr. (geb. Amsterdam 8-5-1585 – gest. Haarlem 29-3-1651), klop en schrijfster van de Levens der Maechden. Dochter van Jan Jansz. Oly en Anna Jacobs Nobel. Catharina Oly bleef ongehuwd.

Catharina of Trijn Jans Oly werd in 1585 geboren in Amsterdam, als dochter van welgestelde en vroom katholieke ouders. Haar vader was waarschijnlijk oliehandelaar, haar moeder was een dochter van Jacob Cornelis Nobel, raad en burgemeester van Amsterdam. Jan Jansz. Oly bezat grond in de nieuwe uitleg van de stad, aan de Egelantiersgracht, waarvan hij in 1617 een gedeelte bestemde voor de bouw van het St. Andrieshofje. Een eerder overleden oom had daarvoor ook al een legaat nagelaten. Het hofje was bestemd voor 66, later voor 40 behoeftige rooms-katholieke weduwen. In 1623 werden enkele huisjes ervan verbouwd tot een katholieke kerk. Deze kerk werd bediend door Jacob Oly (of Olaeus), een jongere broer van Catharina, die priester was in de Hollandse Zending.

De Haarlemse kloppen

Als jong meisje moet Catharina Oly zich al aangetrokken hebben gevoeld tot het geestelijk leven. In het nog niet zo lang daarvoor protestants geworden Holland waren de mogelijkheden echter beperkt. Een klooster in het buitenland lijkt zij niet overwogen te hebben. Toen zij zeventien jaar oud was, gaven haar ouders haar toestemming in te treden in de Haarlemse vergadering van maagden ‘in de Hoek’, naar het buurtje bij de Bakenessergracht in Haarlem waar de meeste kloppen woonden. Deze maagden vormden vanaf 1582 een groep semireligieuze vrouwen die onder geestelijke leiding van een priester een leven van contemplatie combineerden met praktisch werk ten dienste van de zich reorganiserende katholieke gemeenschap. Zij legden geen plechtige geloften af en voorzagen in hun eigen levensonderhoud.

Veel priesters in de Hollandse Zending hadden enkele kloppen aan zich en hun statie (standplaats) verbonden, waar ze dienst deden als huishoudster en kosteres, en zich in het algemeen nuttig maakten voor hun kerk. Ook hielden kloppen vaak schooltjes waar kinderen behalve lezen, schrijven en handwerken ook hun catechismus leerden. Op enkele plaatsen in Holland en Utrecht bevonden zich kostscholen voor katholieke meisjes, die eveneens door kloppen werden gedreven. In de Haarlemse kloppenvergadering ‘in de Hoek’ waren al deze functies verenigd. De gemeenschap was echter niet alleen verbonden aan een statie, maar tevens aan het Haarlems kapittel. De vergadering recruteerde leden uit het hele gebied waarover het bestuur van het kapittel zich uitstrekte, dat wil zeggen de kustprovincies van Zeeland tot Friesland, en de Haarlemse kloppen waren soms ook aktief in staties buiten Haarlem die onder het kapittel ressorteerden. Daarmee lijken zij deel uitgemaakt te hebben van een een bovenlokaal katholiek netwerk. De vergadering groeide in Catharina’s tijd uit van enkele tientallen tot mogelijk enkele honderden leden.

Catharina Oly was welgesteld, intelligent en daadkrachtig. In de eerste jaren van haar verblijf in de gemeenschap kreeg zij niet veel gelegenheid om zich aan contemplatie te wijden. De priester-overste beproefde haar door haar vooral te belasten met praktisch werk. Al snel werd zij benoemd tot kosteres. Dat hield in dat zij de kerk, die voortdurend in gebruik was, moest schoonhouden en de ornamenten van het altaar verzorgen. Ook begeleidde zij het gezang in de diensten op een niet nader genoemd muziekinstrument. Met een aantal medekloppen las zij dagelijks de Latijnse priestergetijden. Dit alles doet vermoeden dat haar ouders haar een goede opleiding hadden meegegeven. Dankzij deze opleiding was zij in staat tot het bestuderen van geestelijke lectuur. Heiligenlevens speelden daarbij een bijzondere rol, naast stichtelijke werkjes. Zij kreeg van haar overste toestemming om ook de bijbel in zijn geheel te lezen.

Met een aantal andere welgestelde maagden wijdde Catharina zich bovendien aan liefdadigheid. Zij naaiden en verstelden kleding voor de armen, zowel mede-maagden als gezinnen buiten de vergadering, en met name ook voor de meisjes die op de kostschool van de Haarlemse kloppen zaten. Naast burgerkinderen had deze school ook behoeftige wezen en halfwezen onder haar leerlingen, vaak kinderen die gevaar liepen om onder de zorgen van protestantse verwanten hun katholieke geloof te verliezen. Het naai- en lapwerk was behalve liefdadigheid ook een oefening in nederigheid voor deze ‘eedele ioffrouwen’, evenals het schoonhouden van de schurftige hoofdjes van de weesmeisjes.

Levens der Maechden

In 1625 werd Catharina door de overste aangesteld tot geestelijke moeder over een ‘particuliere vergadering’, dat wil zeggen een huis waarin een aantal maagden een gezamenlijke huishouding voerde. Deze particuliere vergadering fungeerde als novicenhuis: aspirant-kloppen maakten er kennis met het leven in de vergadering. Eenmaal toegetreden bleven zij er een tijdje wonen om er de discipline van het kloppenbestaan te leren. Waarschijnlijk heeft deze functie van novicenmoeder Catharina aangezet tot het schrijven van de Levens der Maechden: drie kwartodeeltjes van elk rond de vierhonderd folio’s, met necrologieën van haar overleden medezusters.

De Levens zijn genoteerd in volgorde van overlijden, met dien verstande dat als er meer kloppen uit één gezin kwamen, zij altijd pas beschreven werden na de dood van de laatst overleden zuster. De levensbeschrijvingen van de eerste generatie kloppen zijn zo summier, dat het eerste deel van Levens der Maechden het karakter lijkt te hebben van een retro-project. Voordat zij novicenmoeder werd, had Catharina al de gewoonte om de preken uit te schrijven die door de oversten van de vergadering waren gehouden. Haar eigen levensbeschrijving vermeldt daarbij dat zij met name de uitvaartpreken voor haar overleden medezusters opschreef. Daarvan zijn echter geen voorbeelden bewaard gebleven. Alleen in de delen 2 en 3 van de Levens der Maechden, die ze als novicenmoeder schreef, zijn de uitvaartpreken toegevoegd aan de levensbeschrijvingen.

De levensbeschrijvingen zijn sterk hagiografisch. Het zijn eerder beschrijvingen van de deugden van de overledenen dan levensbeschrijvingen zoals wij die nu opvatten. Zij fungeerden ongetwijfeld als voorbeeldliteratuur voor de novicen onder Catharina Oly’s leiding. Zelf zou zij als reden voor haar werk gegeven hebben dat de levens van de overleden medezusters – bekenden voor de overlevenden – geschikter waren als voorbeeld ter navolging dan de levens van de heiligen, waarin immers veel wonderbaarlijks voorkwam. ‘Maar het geene dat ik beschrijf dat kunnen wij met gemak navolgen, door dien wij het zelf met onze ogen hebben gezien.’ Zij beschreef daarom de overledenen, ondanks alle nadruk op heiligheid en onthechting, als gewone mensen en tegen de achtergrond van de alledaagse werkelijkheid van hun tijd. Zij schonk evengoed aandacht aan hun familierelaties en sociale afkomst, hun aardige en minder aardige karaktertrekken, hun herinneringen aan de Opstand, hun werkzaamheden en hun dagelijks leven, als aan hun deugden, hun vrome oefeningen, goede werken en incidentele religieuze twijfels. Daardoor geven de Levens een bijzonder kleurrijk beeld van het leven in de late zestiende en eerste helft van de zeventiende eeuw, geschreven vanuit het gezichtspunt van vrouwen.

Zoals voor zoveel van de kloppen van wie zij de levens beschreven had, kwam ook voor Catharina Oly de ouderdom met gebreken. Zij werd doof, en in de laatste levensjaren kreeg zij ‘koudvuur’ in haar handen, waardoor haar vingers wegrotten en bij gedeelten geamputeerd moesten worden. Van enkele kloppen die gedurende haar laatste levensjaren stierven is dan ook geen 'Leven' meer geschreven. Geen van de andere kloppen voelde zich kennelijk geroepen dit werk van Catharina Oly over te nemen. Alleen het leven van Catharina zelf is als een eerbetoon aan het einde van het derde en laatste deel van de Levens der Maechden toegevoegd. Het is waarschijnlijk geschreven door de klop Maria van Wieringen.

Naslagwerken

Lauwerkrans.

Archivalia

  • Bibliotheek van Museum Catharijneconvent, Utrecht: Collectie Preciosa Warmond, inv. nrs. 92B13-14, 92C10, Levens der Maechden, drie handgeschreven delen; [Maria van Wieringen], ‘Een weynich uijt het leeven en volmaeckte duechden vande Edele Waerde ende Godtvruchtige Maghet Catharina Ians Olij’, in: Levens der Maechden III, f. 421r-441v.
  • Gemeentearchief Amsterdam: Archief Begijnhof  toegang 740, inv. nrs. 559, 562, Genealogische aantekeningen.

Literatuur

  • J.J. Graaf, ‘Bijzonderheden voor de kerkelijke geschiedenis van het Haarlemsche bisdom ontleend aan de levens der Haarlemsche “Maechden in den Hoeck” beschreven door Tryntgen Jans Oly (†29 maart 1651)’, Bijdragen voor de Geschiedenis van het Bisdom Haarlem 10 (1882) 295-308.
  • J.J. Graaf, ‘Uit de levens der “Maechden van den Hoeck” te Haarlem’, Bijdragen voor de Geschiedenis van het Bisdom Haarlem 17 (1891) 231-302; 18 (1893) 61-149, 197-253, 428-446; 19 (1894) 140-159, 287-313; 20 (1895) 110-159, 321-402. [Voor genealogische gegevens, vooral 17 (1891) 234-236 en 31 (1908) 118-125.]
  • J.J. Graaf, ‘De “Vergaderinghe der maechden van den Hoeck” te Haarlem’, Bijdragen voor de Geschiedenis van het Bisdom Haarlem 29 (1905) 128-159, 272-325; 30 (1906) 290-330; 31 (1908) 106-125; 32 (1909) 292-310; 34 (1912) 321-387; 35 (1913) 283-318; 36 (1915) 1-24.
  • E.F.B. Pey, ‘De manuscripten van Tryn Jans Oly als bron voor prosopografisch onderzoek naar de klopjes van “De Hoek” te Haarlem’, Archief voor de Geschiedenis van de Katholieke Kerk in Nederland 28 (1986) 138-160 [meldt ten onrechte dat deel 3 van de Levens zoek zou zijn].
  • Joke Spaans, ‘Paragons of piety. Representations of the priesthood in the Lives of the Haarlem virgins’, Dutch Review of Church History/Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis 83 (2004) 235-246.

Illustratie

Opschrift met ondertekening op de eerste bladzijde van het eerste deel van Levens der Maechden: ‘Een suiver herte schept in mijn o Godt: Ende een oprechten geest vernieuwt in mijn binnensten. Psalm 90. Trijn Jans Oly’ (Foto Museum Catharijneconvent, Utrecht).

Auteur: Jo Spaans

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 204

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.