|
Zoeken
TitelPeriode
Status
ProjectleiderBetrokkenenBijdragenRubriekenSelectie |
Sandick, Anna van© DVN, een project van ING en OGC (UU). Bronvermelding: Klarenbeek Hanna, Sandick, Anna van, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Sandick [25/06/2009] SANDICK, Anna van (geb. Utrecht 30-9-1818 – gest. Kleef 4-7-1904), landschapsschilderes. Dochter van Onno Zwier van Sandick (1759-1822), luitenant-generaal, en Henrietta Engelina Feith (1777-1851). Anna van Sandick bleef ongehuwd.
Toen Anna drie jaar oud was, overleed haar vader (die bij haar geboorte al bijna zestig was). Zij groeide op in Zwolle, waar de familie van haar moeder vandaan kwam en was daardoor de kleindochter van de bekende literator Rhijnvis Feith. Ze kreeg huisonderwijs in onder meer Duits, Frans en muziek. Van jongs af tekende ze graag en van een oom kreeg zij haar eerste schilderlessen. In haar jeugdjaren maakte ze vooral portretten. In 1848 verhuisde Anna van Sandick met haar moeder en zus Emilie Henriette (1811-1861) naar Kleef, waar ze zich volledig op haar schilderwerk toelegdee. Van de landschapsschilder Barend Cornelis Koekkoek, die er een atelier met vele leerlingen had, kreeg zij enkele privélessen. Van Sandick hierover: ‘deze [B.C. Koekkoek] wilde mij op zijn atelier hebben, maar in die tijd ging dat niet zo. O tijdgeest alweder! […] Hij kwam dan ook bij mij aan huis […] op atelier ben ik nooit geweest’ (Levensgeschiedenis, 25). Met haar zus reisde ze naar Duitsland (Harzgebergte, Moezelgebied), Frankrijk (Parijs, Rouen) en Zwitserland (Montreux) en onderweg maakte zij veel landschapstudies, maar ook nog steeds portretstudies. Ondanks zes huwelijksaanzoeken is Anna van Sandick nooit getrouwd. Haar zus Emilie, zelf amateurkunstenares, deed het huishouden en Anna schilderde aan een stuk door. Op de tentoonstelling van Levende Meesters van 1852 in Amsterdam toonde ze haar werk voor het eerst aan een groot publiek. Een boomrijk landschap werd meteen bekroond. In hetzelfde jaar werd ze benoemd tot lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Zij exposeerde nog 24 keer op de tentoonstellingen van Levende Meesters en ook enkele malen in het buitenland. Vanuit Engeland, Duitsland en Frankrijk kreeg zij aanvragen om meisjes les te geven in de schilderkunst. Zij had veel kopers en verdiende naar eigen zeggen ‘duizenden bijeen’, totdat Emilie in 1861 vrij plotseling kwam te overlijden. Anna’s moeder was tien jaar eerder al gestorven en vlak na Emilies dood stierven ook enkele broers en schoonzussen. Ze stopte voor lange tijd met schilderen. Uiteindelijk bleef ze tot het einde van haar leven schilderen, al exposeerde ze na 1880 steeds minder. In 1890 ontving ze nog een zilveren medaille op een tentoonstelling in Edinburgh. Haar laatste levensjaren bracht ze veelal in Nederland bij familie door. Ze overleed in 1904 in Kleef, 85 jaar oud, en werd op de stedelijke begraafplaats aldaar begraven. Bij haar leven kreeg Anna van Sandick veel waardering, maar na haar dood raakte ze in de vergetelheid. Haar schilderijen duiken nog wel regelmatig op in de kunsthandel. De prijzen die voor haar werk worden gevraagd, variëren van vijfhonderd tot tienduizend euro. Naslagwerken Scheen. Archivalia Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag, beschikt over een digitale kopie van het archief van Anna van Sandick, inclusief haar Levensgeschiedenis (het originele archief is particulier bezit, www.vansandick.com). Zie aldaar ook de persdocumentatie, map ‘Anna van Sandick’. Werk Museumhaus Koekkoek, Kleef, bezit een schilderij van Anna van Sandick. Veel van haar schilderijen bevinden zich in particulier bezit. Literatuur
Illustratie ‘Houtsprokkelaars op een zandpad’, gesigneerd en gedateerd ‘Anna van Sandick/1856’, olieverf op doek. Veiling Christie’s Amsterdam, 30-1- 2007, nr. 108. Auteur: Hanna Klarenbeek
laatst gewijzigd: 25/06/2009 |
Anna van Sandick was de jongste dochter van luitenant-generaal Onno Zwier van Sandick en Henrietta Engelina Feith, en had acht broers en drie zussen. Haar vader was commandant van de Koninklijke Hollandsche Militaire School te Honselersdijk en in 1814-1818 commandant van Utrecht. Hij stond op goede voet met kroonprins Willem, die met zijn vrouw