|
Zoeken
TitelPeriode
Status
ProjectleiderBetrokkenenBijdragenRubriekenSelectie |
Claesdr., Wendelmoet© DVN, een project van ING en OGC (UU). Bronvermelding: Kloek Els, Claesdr., Wendelmoet, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/claesdrwendelmoet [07/04/2009] CLAESDR., Wendelmoet, ook bekend als Weynke Arisdr. van Monnickendam (geb. Monnickendam ? – gest. Den Haag 20-11-1527), op beschuldiging van ketterij veroordeeld tot de brandstapel. Vanaf het jaar 1524 waren er tekenen dat er in Monnickendam ‘lutherse’ conventikels gehouden werden. Op deze bijeenkomsten lazen en bespraken leken de bijbel. De stad kreeg in die jaren zelfs de bijnaam ‘Lutherdam’; Wendelmoet moet hierin een toonaangevende rol hebben gespeeld. In april 1527 meldde de Raad van het Hof van Holland aan de stadhouder dat er in Monnickendam een monnik met ketterse ideeën had gepreekt en dat hij na zijn preek een vrouw had bezocht die daar gevangen zat vanwege haar ‘kwade opiniën’. Dit moet Wendelmoet Claesdr. zijn geweest. Nog diezelfde maand kwam een deurwaarder uit Den Haag haar uit Monnickendam halen. Zij werd per schip en wagen naar Den Haag gebracht, waar zij op 2 mei werd opgesloten in de Gevangenpoort. Tijdens het verhoor gaf zij te kennen, liever te willen sterven dan zich te bekeren. Op 25 mei gaf landvoogdes Margaretha van Oostenrijk persoonlijk de opdracht dat ‘la femme de Monnickendam’ voor twee maanden op water en brood gezet moest worden. Aldus geschiedde. Na ruim een maand – op 9 juni – werd ‘Willemptgen Arisdochter van Monneckendam, Lutheriane, die kwalijk gevoelde van het heilig sacrament’ (aldus de rekening van het vervoer), overgebracht naar het slot te Woerden, waar zij op andere gedachten moest komen. Na 157 dagen in Woerden te zijn vastgehouden werd Wendelmoet Claesdr. op 14 november weer naar Den Haag teruggebracht, om daar opnieuw te worden verhoord. Het juridische verslag van dit verhoor is niet bewaard gebleven, maar direct na haar dood is een boekje gedrukt in Antwerpen waarin het verhoor uitvoerig werd beschreven. Het boekje circuleerde al in 1528 in diverse steden. De tekst is overgeleverd dankzij een Duitse uitgave, eveneens direct na haar dood verschenen. De titel daarvan luidt: Ein wunderliche Geschycht geschehen in dem Hag in Holland im Jar MDXXVII, den XX Tag Novembris, von einer Frawen geheissen Wendelmut Clausen dochter, einr Witwe, die do verprendt ist (een wonderlijke geschiedenis, geschied in Den Haag in Holland in het jaar 1527, op 20 november, van een vrouw genaamd Wendelmoet Claesdochter, een weduwe, die daar verbrand is). De verwoording van dit verhoor moet duidelijk maken hoe standvastig zij was in het geloof. Op de vraag wat zij van het sacrament van de hostie dacht, zei zij dat zij dat ‘voor brood en meel’ hield, en het kruis was ‘een stuk hout’, goed om een vuurtje mee te stoken. Over het heilig oliesel zei zij: ‘olie is goed voor op de sla, of om uw schoenen mee in te smeren’. Tijdens deze laatste dagen kreeg Wendelmoet bezoek van monniken, familieleden en vrienden die haar probeerden over te halen om haar uitspraken te herroepen, maar zij verkoos de dood. Zo werd zij veroordeeld tot de dood op de brandstapel. Zelfs de beul was onder de indruk van haar rotsvaste geloof. Hij zei tegen haar: ‘moeder, blijft bij God en laat u van God niet trekken’. Voor zij aan de vlammen werd prijsgegeven, werd zij gewurgd. Wendelmoet Claesdr. is bekend geworden als het eerste vrouwelijke slachtoffer van de geloofsvervolgingen onder Karel V, ook al waren er in het jaar 1526 al drie vrouwen (twee vrouwen uit Nijmegen en één uit Arnhem) om hun geloof de vuurdood gestorven (Corpus documentorum 5, p.153). Het verhaal van haar martelaarsdood is vooral overgeleverd dankzij het doopsgezinde Het offer des Heeren, dat al in de uitgave van 1570 – de eerste druk is van 1562 – als bijlage het verhaal over haar gevangenschap, verhoor en dood op de brandstapel bevat. De – Nederlandse – tekst van deze bijlage komt overeen met die van het Duitse boekje van 1527. Ook afgedrukt in Het offer des Heeren is het liedje dat op haar dood is gemaakt, bestaande uit veertien strofen, op de wijs van ‘Het was een Joden dochter’. De zevende strofe luidt: ‘Dus is ‘t oordeel gegeven,/ Dat zij zou worden verbrand./ Maar, door Gods geest gedreven,/ Gaf zij willig haar leven/ Over in des Heeren hand.’ Omdat Wendelmoet Claesdr. niet in één geloofsrichting is te plaatsen – daarvoor was haar dood te vroeg –, werd haar naam zowel door lutheranen, doopsgezinden als gereformeerden in ere gehouden. In 1927 is haar vierhonderdste sterfdag uitvoerig herdacht, onder andere met een gedenksteen in de kerk van Monnickendam, met de tekst: ‘Wendelmoet Claesdochter, eerste martelares voor het protestantisme in Nederland, in Den Haag verbrand op 20 november 1527,’ gevolgd door de hierboven geciteerde strofe uit Het offer des Heeren. Er is in Monnickendam een Wendelmoet Claesdochterlaan, en in 1952 schreef Jan Mens een historische roman over haar, getiteld De witte vrouw. Naslagwerken BLGNP; Mennonite Encyclopedia. Literatuur
Illustratie Titelpagina van Ein wunderliche Geschycht (...) von einer Frawen geheissen Wendelmut Clausen dochter (1527). Auteur: Els Kloek laatst gewijzigd: 07/04/2009 |
