Pieter van Dam. Beschryvinge van de Oostindische Compagnie
Uitgegeven door F.W. Stapel en C.W.Th. baron van Boetzelaer
van Asperen en Dubbeldam
Pieter van Dam (1621-1706), advocaat van de Verenigde
Oost-Indische Compagnie (VOC), kreeg in 1693 van Heren
Zeventien de opdracht een handleiding en naslagwerk samen
te stellen van de VOC vanaf het ontstaan tot dan toe. Van
Dam is er in geslaagd een geschiedwerk te schrijven waarin
het reilen en zeilen van de VOC uitgebreid wordt geschetst,
gestaafd met vele bronverwijzingen.
Hij behandelt achtereenvolgens de oprichting van de VOC,
het bedrijf en de verkoop van de Aziatische producten in
Europa; de ontwikkeling van de handel in Azië en het
veroveren en besturen van de gebieden aldaar; de
bestuursorganen, rechtspraak, leger en vloot in Azië;
Nederlandse volksplantingen en allerlei misbruiken;
kerkelijke zaken. Het niet meer aanwezige vijfde boek
schetste de geschillen met de Engelsen.
De Commissie van Advies voor 's Rijks Geschiedkundige
Publicatiën noemt in 1902 Van Dam als eerste van de op
het gebied van de overzeese geschiedenis gewenste
bronnenpublicaties. Van Dam bevat bijzonderheden die
nergens anders meer te vinden zijn. Het werk is nuttig als
beginpunt voor een onderzoek met betrekking tot de VOC in
de 17e eeuw. Het was uitsluitend bestemd voor Heren
Zeventien waardoor Van Dam zich niet gedwongen voelde zaken
te verzwijgen of goed te praten.
Ten behoeve van het onderzoek in VOC-archieven is op basis van de afzonderlijke glossaria (woordverklaringen) van de uitgaven over de VOC in de RGP een algemeen VOC-glossarium samengesteld dat online raadpleegbaar is.
In december 2007 heeft het ING een digitale versie van deze zeven delen op het web beschikbaar gesteld.