Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Dacosta, zie Costa, Da.
Dahl, J.C.C., 1788-1857, Noors schilder, sedert 1821 inwoner van Dresden: II-384, 613.
Dahlmann, F.C., 1785-1860, hoogleraar in de staatswetenschappen en geschiedenis te Göttingen 1829-1837: III-141, 153; VII-416.
Daine, N.J., 1782-1843, generaal-majoor, sedert 1830 luitenant-generaal in Belgische dienst: I-194, 202.
Dajet, juffrouw: VII-312, 313.
Dalmatie, N.J. de Dieu Soult, graaf van, 1769-1851, Frans maarschalk 1804, minister van Oorlog 1830-1832, eerste minister en minister van Oorlog 1832-1834 en 1840-1847, eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken 1839-1840: I-257, 258, 312, 338.
Dalsen Fontein, zie Fontein, Van Dalsen.
Dam, J., 1824-1875, gepromoveerd in de rechten te Leiden 4.12.1846, procureur bij de rechtbank te Zutphen 1848-1875, lid van de gemeenteraad 1851-1875, wethouder 1861-1875, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1856-1866, wethouder 1861-1875, lid van de Tweede Kamer 1866-1875: V-133, 134, 139, 151, 284; VI-72, 145, 165; VII-147, 148, 150, 151, 165, 166, 168, 175, 223, 230, 278, 447, 501.
Dam van Isselt, E.W. van, 1796-1860, lid van de Tweede Kamer 1829-1849, 1850 en 1850-1852 (voorzitter 1841-1842), majoor-commandant van de vrijwillige jagers van Van Dam 1830-1839, lid van de Eerste Kamer 1852-1860, auteur van De Wespen: I-110, 113, 185, 264, 291, 341, 342, 350, 431, 435; II-49; III-16, 17, 36, 37, 244, 329, 353, 358, 362, 426, 568; IV-10, 17, 188, 189, 272, 279, 281, 283, 290, 295, 298, 299, 306, 310, 311, 334; V-8, 19, 27, 42, 45, 89, 90, 101, 235, 397, 500; VI-553.
Dam van Isselt-Barneveld, A.C.E. van, 1797-1881, echtgenote van E.W. van Dam van Isselt: IV-311; V-27.
Damas van Citters, zie Citters, Damas van.
Danlé, A., 1820-1869, gouvernante van de kinderen van J.R. Thorbecke: V-261, 262, 326-331, 342, 354, 398, 400, 458; VI-19; VII-116, 153, 525, 526.
Davezac, A.G.V., 1780-1851, Amerikaans zaakgelastigde te 's-Gravenhage 1831-1839: II-409.
David, P.J., 1788-1856, Frans beeldhouwer: III-103.
Decandolle, zie Candolle, De.
Decazes, E. hertog, 1760-1860, lid van de Chambre des Pairs: I-348.
Dechen, H. von, 1800-1889, Berghauptmann te Bonn 1841-1864, wijdde zich daarna als privé-geleerde aan de geologie: VII-98.
Decker, P. de, 1812-1891, lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers 1839-1866, minister van Binnenlandse Zaken en voorzitter van de ministerraad 1855-1857: VI-167, 289.
Dedel, C., 1806-1867, neef van S. Dedel, lid van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam 1840-1856: V-500.
Dedel, jhr. S., 1775-1846, baron 1844, gezant te Madrid 1824-1831 en te Londen 1833-1846, gevolmachtigde bij de conferentie van Londen 1833-1836: I-283, 400, 402, 404, 407, 421, 425; V-432.
Dedem van den Berg, G.W. baron van, 1791-1866, lid van de (Provinciale) Staten van Overijssel 1825-1865: VII-117.
Deen, I. van, 1805-1869, student in de medicijnen te Kopenhagen, sedert 1832 te Leiden, gepromoveerd 6.2.1834, arts te Zwolle, hoogleraar in de medicijnen te Groningen 1851-1869 (buitengewoon 1851-1857): II-50, 78, 87, 89, 94, 95, 135, 208, 209, 214, 522, 523; IV-82, 106, 118, 119, 135, 153, 154, 185, 186, 237-239, 241, 315-317, 319, 320, 407; V-94, 95, 114, 148, 149, 324, 341, 382; VI-15, 443, 444; VII-35, 164, 172, 180, 197, 210, 234.
Deichmann, telg uit de bankiersfamilie: VII-242, 243.
Deinse, J.J. van, 1791-1870, lid van de arrondissementsrechtbank te Goes 1838-1859 en president 1859-1869, lid van de Provinciale Staten van Zeeland 1850-1853, lid van de Tweede Kamer 1853-1859: VI-22.
Deketh, A., 1796-1857, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Friesland 1838-1841 en bij de Hoge Raad 1841-1857: IV-18.
Deketh, G. Blok, 1789-1841, ontvanger der in- en uitgaande rechten en accijnzen te Zwolle 1821-1841: II-444.
Deketh-Van Hasselt, C.L. Blok, 1790-1863, echtgenote van G. Blok Deketh: II-444.
Dekker, E. Douwes, 1820-1887, ambtenaar in Nederlands-Indië, met verlof in Nederland 1852-1855, assistent-resident van Lebak 1856-1857, onder het pseudoniem Multatuli werkzaam als letterkundige sedert 1860: VI-421; VII-20.
Dekker, F.W.C. Dyserinck, 1803-ca. 1880, eerste luitenant: I-292.
Delaforêt, A.R.C.M., 1756-1846, Frans diplomaat in Spanje 1808-1813: III-510.
Delcourt, A.A., 1810-1884, advocaat te 's-Gravenhage, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Haarlem sedert 1838: III-215.
Delden, A. van, 1828-1898, lid van de gemeenteraad van Deventer 1859-1862, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1859-1864 en van Gedeputeerde Staten 1862-1864, wethouder 1861-1862, lid van de Tweede Kamer 1864-1872: VII-268, 395, 445, 447, 451, 500.
Delden, J. van, 1818-1892, burgemeester en secretaris van Diepenheim 1845-1848, burgemeester van Stad en Ambt Hardenberg 1848-1860: V-149, 150.
Delprat, F.A.T., 1812-1888, majoor 1863, luitenant-kolonel 1866, hoofd der afdeling artillerie bij Oorlog 1866-1868, kolonel 1868, commandant eerste regiment vestingartillerie 1868-1871, commandant der vesting 's-Hertogenbosch 1870, generaal-majoor en directeur materieel der artillerie 1871, minister van Oorlog 5.2.-6.7.1872: VII-286, 387, 388, 390-392, 399.
Delprat, I.P., 1793-1880, majoor der genie 1836, commandant van de Koninklijke Militaire Academie te Breda 1841-1852, luitenant-kolonel 1843, kolonel 1852, lid van de Tweede Kamer 1854-1862, generaal-majoor titulair 1858, gepensioneerd 1862: V-367; VI-99, 431, 523.
Demosthenes, 384-322 v. Chr., Atheens redenaar en staatsman: II-70, 71.
Denis, J.D., geb. ca. 1819, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 7.5.1840, gepromoveerd 18.6.1846: IV-110.
Derby, E.G. Smith Stanley, graaf, 1799-1869, Brits eerste minister 1852: V-441, 443.
Derby, E.H. Smith Stanley, (1869) graaf 1826-1893, lid van het Britse Lagerhuis 1848-1869, minister van Buitenlandse Zaken 1866-1868, lid van het Hogerhuis 1869-1893 : VII-236.
Desaix, L.C.A., chevalier de Veygoux, 1768-1800, Frans generaal: VII-502.
Descartes, R., 1596-1650, Frans filosoof: II-157; III-44.
Desmarres, L.A., 1810-1882, Frans oogarts: VII-16, 17.
Despans de Cubière, zie Cubière, Despans de.
Devaux, P., 1801-1880, lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers 1831-1863: III-262.
Deventer H.Azn., J. van, 1824-1884, commies bij het provinciaal bestuur van Overijssel 1850-1864: VII-8.
Devillers, J.P., 1782-1857, pedel van de universiteit van Gent: I-78, 88.
Devotus, J. (Devoti, G.), 1744-1820, hoogleraar in het canoniek recht te Rome 1764-1789: III-173.
Dibbets, B.C.J., 1782-1839, baron 1835, generaal-majoor 1815, commandant van Maastricht 1830-1839, benoemd tot luitenant-generaal 1831: I-143.
Dibbets, H.C., 1838-1903, gepromoveerd in de scheikunde te Utrecht 25.6.1863, assistent bij het scheikundig laboratorium 1861-1864, leraar aan de gemeentelijke hogere burgerschool te Zutphen 1864-1865 en te Amsterdam 1865-1876: VII-99.
Dickens, C.J.H., 1812-1870, Brits romanschrijver: VII-506.
Diebitsch, zie Zabalkanski.
Diederichs, G.F., 1799-1862, boekverkoper te Amsterdam, uitgever-eigenaar van het Algemeen Handelsblad (van 1831 tot 1839 verschenen onder naam Nieuwe Amsterdamsche Courant en Algemeen Handelsblad): I-259; III-34; IV-7; VI-286.
Diederichs, P.A., 1804-1870, broer van G.F. Diederichs, boekverkoper te Amsterdam, uitgever-eigenaar van het Algemeen Handelsblad (van 1831 tot 1839 verschenen onder naam Nieuwe Amsterdamsche Courant en Algemeen Handelsblad): I-259; III-34; IV-7; VI-286.
Diephuis, G., 1817-1892, lid van de arrondissementsrechtbank te Winschoten 1844-1855, lid van de Provinciale Staten van Groningen 1850-1855, raadsheer in het provinciaal gerechthof 1855-1858, inspecteur van het lager onderwijs 1858-1859, hoogleraar in de rechten te Groningen 1859-1887: VI-97, 100, 354; VII-342.
Diesen, G. van, 1826-1916, eerstaanwezend ingenieur bij de aanleg der staatsspoorwegen 1860-1874: VII-69.
Dieu Fontein Verschuir, zie Verschuir, De Dieu Fontein.
Dieu Soult, zie Dalmatie.
Diggelen, B.P.G. van, 1815-1868, lid van de (gemeente)raad van Zwolle 1844-1855, ingenieur-directeur van de Maatschappij ter verbetering van de handelsweg over het Zwolse Diep 1845-1858, lid van de Staten van Overijssel 1846-1850, lid van de Tweede Kamer 1859-1864: V-278; VI-257, 266, 421, 456, 523.
Diggelen, P.J.G. van, 1812-1871, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 24.11.1830, gepromoveerd 6.2.1836: II-522.
Dijckmeester, J., 1808-1850, substituut-officier bij de rechtbank van eerste aanleg te Gorinchem 1834-1838, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Gelderland 1838-1850: III-25.
Dijk van Matenesse, P.J. van, 1825-1905, secretaris van Oud- en Nieuw Mathenesse 1852-1866 en burgemeester 1862-1866, burgemeester van Schiedam 1866-1894: VII-389.
Dijkhoff, A., 1828-1899, secretaris van Helvoirt 1858-1867: VI-198.
Dillié, A.A., 1791-1856, advocaat en procureur te Leiden, lid van de raad 1835-1851, wethouder 1847-1851: III-257, 258; V-481, 488.
Dirks, J., 1811-1892, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 12.6.1832, gepromoveerd 25.6.1835, advocaat te Leeuwarden, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1866: II-719; V-283; VI-19, 22, 123, 233, 523.
Dirks, J., 1825-1886, ingenieur van de Waterstaat eerste klasse (Gorinchem) 1860-1865, hoofdingenieur van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij 1865-1883, hoofdingenieur van de Waterstaat 1868: VII-110.
Dirksen, H.E., 1790-1868, jurist, privaatdocent te Berlijn: III-328.
Disbrowe, Sir E. Cromwell, 1790-1851, Brits gezant te 's-Gravenhage 1836-1851: II-375; III-180, 182, 370; IV-3.
Disraeli, B., 1804-1881, lid van het Britse Lagerhuis 1837-1876, minister van Financiën 1852 en 1858-1859 en 1866-1868, eerste minister 1868, publicist: IV- 321; VI-86, 89; VII-477.
Dobelin, J.F., geb. ca. 1799, verbonden aan de redactie van het Journal de la Haye 1834-1842, staatkundig redacteur van Le Spectateur 1842, daarna correspondent van het Journal in Parijs: IV-144.
Docen, D.S.A., 1841-1879, directeur van de Algemene Onderlinge Verzekeringsbank te Amsterdam: VII-358.
Dodt van Flensburg, J.J., 1800-1847, amanuensis bij de universiteitsbibliotheek te Utrecht 1828-1847: II-268, 271, 283, 299.
Doedes, J.I., 1817-1897, hervormd predikant te Rotterdam 1847-1859, hoogleraar in de theologie te Utrecht 1859-1888: VI-186.
Does de Bye, zie Bye, Van der Does de.
Does de Willebois, zie Willebois, Van der Does de.
Döhler, T., 1814-1856, Oostenrijks pianist: III-327.
Dohna, graaf: II-571.
Dolgorouki, V.A. prins, 1804-1868, secretaris van de Russische legatie te 's-Gravenhage, zaakgelastigde 1831-1834: II-476.
Domela Nieuwenhuis, zie Nieuwenhuis, Domela.
Dominicus, N. la Grappe, ca. 1800-1860, substituut van de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof 1836-1838, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van (Zuid-)Holland 1838-1860: III-25, 26.
Dommer van Poldersveldt, jhr. G.E.G.C.K., 1817-1862, grondeigenaar te Ubbergen, lid van de Tweede Kamer 1849-1862: V-183, 189, 279; VI-35, 38, 39, 46, 67, 298, 470, 523.
Dommer van Poldersveldt-Van Rijckevorsel, jkvr. L.C.P.C., 1811-1874, echtgenote van G.E.G.C.K. Dommer van Poldersveldt: VI-298.
Donckermann, F.H.L., ca. 1773-1865, taalmeester te Leiden: II-528.
Donders, F.C., 1818-1889, docent aan de militaire geneeskundige school te Utrecht 1842-1848, hoogleraar in de medicijnen 1848-1888: V-218; VII-17, 97.
Dönhoff, A.H.H. graaf, 1797-1874, secretaris van de Pruisische legatie te Londen 1828-1833: I-348.
Donk, J., 1812-1892, inspecteur van politie te Amsterdam 1844-1851, commissaris van politie te Kampen 1851-1884: V-337.
Donker, C., 1826-1891, notaris te Benningbroek, lid van de gemeenteraad van Sijbekarspel: VII-375.
Donker Hzn., J., 1802-1855, notaris te Edam 1847-1855, lid van de Tweede Kamer 1853-1855: VI-163.
Donker Curtius, B., 1786-1845, broer van H.H. en W.B. Donker Curtius, directeur van het postkantoor te Amsterdam: III-108; IV-328.
Donker Curtius, B., 1804-1856, zoon van W.B. Donker Curtius, advocaat te Amsterdam, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1856: V-45, 104.
Donker Curtius, B., 1810-1869, zoon van B. Donker Curtius, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 15.2.1832, gepromoveerd 17.10.1836: II-466.
Donker Curtius, D., 1792-1864, broer van B., H.H. en W.B. Donker Curtius, advocaat te 's-Gravenhage, hoofdredacteur van De Standaard, advocaat te 's-Gravenhage, politiek publicist, lid van de grondwetscommissie 1848, minister van Justitie 1848-1849 en 1853-1856, lid van de Tweede Kamer 1849-1850, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage 1851-1853, minister van Staat 1856: I-211, 272, 391; III-108, 111, 113, 116, 159, 260, 261, 269, 278, 292, 301, 313, 321, 371, 373, 374, 376, 378, 383, 384, 387, 390, 423, 425, 428, 429, 441, 520; IV-68, 110, 197, 236, 247, 260, 268, 275, 276, 281, 308, 309; V-45, 102, 103, 106, 108, 110, 113, 116, 123, 130, 136, 141, 146, 177-179, 181, 182, 185, 187-191, 193, 194, 197, 337, 462, 500-509, 511-513, 515, 516, 520, 539; VI-1, 44, 46, 166, 241, 244, 245, 410, 497, 500, 553; VII-412, 503.
Donker Curtius, H.H., 1778-1839, hervormd predikant te Arnhem 1802-1839, voorzitter van de synode 1825-1839: I-291; III-108.
Donker Curtius (van Tienhoven), W.B., 1778-1858, broer van H.H. Donker Curtius, lid van de Tweede Kamer 1825-1838, president van de rechtbank van eerste aanleg te 's-Gravenhage 1832-1838, vice-president van de Hoge Raad 1838-1845 en president 1845-1855: III-108, 289; IV-103, 109; V-503.
Dony, F.L., 1797-1869, muziekhandelaar te 's-Gravenhage: VI-434.
Dooren, T.J. van, 1754-1836, lakenfabrikant te Tilburg: I-422.
Doorn, E.C.U. van, 1799-1882, agent van het domein te Utrecht 1828-1853, lid van de (gemeente)raad 1845-1853, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1853, minister van Financiën en van Hervormde Eredienst 1853-1854, lid van de Raad van State 1854-1860, commissaris des konings in Utrecht 1860-1880: V-462; VI-1, 42, 446; VII-385.
Doorn, jhr. W.F. van, 1825-1893, zoon van H.J. van Doorn van Westkapelle, gepromoveerd in de rechten te Leiden 21.6.1848, kamerheer des konings 1849-1890: V-51.
Doorn (van Westkapelle), H.J. van, 1786-1853, baron 1829, gouverneur van Oost-Vlaanderen 1826-1830, minister van Binnenlandse Zaken 1830-1836 (a.i. 1830-1831), secretaris van Staat 1836-1.1.1841, minister van Staat 1841, vice-president van de Raad van State 1841-1848, curator van de hogeschool te Leiden 1845-1852: I-58, 64, 68, 83, 103, 106-108, 115, 126, 132, 136, 150, 151, 245, 262, 263, 267, 268, 273-275, 277, 279, 281, 287, 300, 301, 306-308, 329, 378, 379, 410, 414; II-22, 27, 29-31, 33-35, 37, 39, 40, 45, 50, 68, 78, 87-89, 95, 97, 206, 216, 221, 230, 238, 244, 268, 275, 284, 290, 302, 311, 320, 330-332, 337, 400, 506, 527, 703-706; III-5-7, 23, 26, 29, 30, 39, 41, 42, 56, 59, 64, 71, 91, 99-101, 164, 193, 216, 231, 232, 278, 293, 294, 340, 341, 348, 351, 362, 365, 366, 371, 391; IV-3, 4, 16, 17, 23, 72, 119, 164, 215, 216; V-51.
Doorninck, J. van, 1809-1869, zoon van M. van Doorninck, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.4.1828, gepromoveerd 24.6.1836, advocaat te Deventer, archivaris van de provincie Overijssel 1838-1869: II-518, 519, 539; III-56, 101, 223; VII-414, 416-418.
Doorninck, M. van, 1775-1837, lid van de raad van Deventer 1808-1837, lid van de Tweede Kamer 1824-1827, lid van de Staten van Overijssel 1829-1837, burgemeester 1831-1837: I-190; II-539.
Dorsser, C.W.O. van, 1805-1873, advocaat te Dordrecht, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1850-1862, lid van de gemeenteraad 1852-1861, burgemeester en secretaris van Dubbeldam 1852-1873: V-145.
Dotrenge, T., 1760-1836, lid van de grondwetscommissie 1815, lid van de Tweede Kamer 1815-1818: III-75.
Dotzauer, J.J.F., 1783-1860, Duits componist en cellist, inwoner van Dresden: II-474.
Dou, G., 1613-1675, schilder: I-434.
Douwes Dekker, zie Dekker, Douwes.
Doyer, A., 1794-1851, broer van J. Schoemaker Doyer, doopsgezind predikant te Amsterdam 1828-1851: I-118, 211.
Doyer, J. Schoemaker, 1792-1867, schilder te Zutphen: I-211, 292, 297, 305, 356, 362; II-98; V-137, 138.
Doyer-Evekink, P. Schoemaker, 1798-1875, echtgenote van J. Schoemaker Doyer: II-98.
Dozy, F., 1807-1856, doctor in de medicijnen h.c. te Leiden 1832, arts en botanicus: III-38, 146, 160; IV-52, 80, 111, 237;V-35, 76 196; VI-16, 65.
Dozy, F.J., 1793-1874, kalkbrander te Katwijk: IV-285, 286.
Dozy, R.P.A., 1820-1883, zoon van F.J. Dozy, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 23.9.1837, gepromoveerd 1.3.1844, adjutor interpretis legati Warneriani 1846-1850, hoogleraar in de algemene geschiedenis te Leiden 1850-1883 (buitengewoon 1850-1857): IV-219; V-174, 214, 217; VII-37.
Dozy, W.H., 1792-1860, griffier van het vredegerecht te Leiden 1819-1832, secretaris van curatoren van de hogeschool te Leiden 1832-1860: I-300, 408; II-293, 298; III-208; V-228.
Drabbe, H. Tollius, 1818-1885, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 18.4.1836, gepromoveerd 29.1.1842, toegevoegd aan de redactie van de Nederlandsche Staats-Courant sedert 1842: IV-99, 100.
Dreux-Brézé, S. markies van, 1793-1845, lid van de Chambre des Pairs: III-198, 202.
Driel, mevrouw Van: II-254.
Driel, S. van, 1821-1892, ontvanger te Goudswaard, burgemeester van Nieuwveen en van Zevenhoven 1851-1892: V-334; VI-197; VII-17.
Drieling, F.H.C., 1805-1855, advocaat te Utrecht: IV-181; VI-237.
Drijber, L., 1832-1875, onderdirecteur voor de landbouw bij het derde gesticht te Veenhuizen, lid van de gemeenteraad van Norg tot 1869, burgemeester en secretaris van Vries 1869-1875: VII-305.
Drossaerts van Drongelen, C.A., geb. 1779, arts en wethouder van Waalwijk: V-240.
Droste zu Vischering, C.A. vrijheer von, 1773-1845, aartsbisschop van Keulen 1836-1845, door de Pruisische regering geïnterneerd 1837-1839: III-130, 151, 160, 172, 481.
Droste-Hülshoff, C.A.M.A.A.P. vrijheer von, 1793-1832, hoogleraar in de rechten te Bonn 1825-1832: I-59, 76, 79.
Drouyn de l'Huys, E., 1805-1881, Frans minister van Buitenlandse Zaken 1848-1849, 1851, 1852-1854, 1855 en 1862-1866: V-405; VII-32, 77, 80.
Drucker, L., 1805-1884, rentenier en financieel publicist te Amsterdam: IV-63, 69, 76-79, 88, 89, 96-98, 119-121, 123, 127, 128, 136, 141, 145, 249-252, 363; V-57-59, 66, 256.
Druyvestein, F.C.W., 1782-1859, lid van de Tweede Kamer 1833-1845, burgemeester van Alkmaar 1838-1853: III-332, 333; IV-185, 305.
Druyvestein, P.F.C., 1806-1892, zoon van F.C.W. Druyvestein, ontvanger der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen te Alkmaar sedert 1843: IV-185.
Dubosch, zie Bosch, Du.
Dufau, P.A., 1795-1877, Frans econoom: III-80.
Dufour de Pradt, zie Pradt, Dufour de.
Duhesme, P.G. graaf, 1766-1815, Frans generaal: III-495.
Duijm, W.A., 1822-1890, wijnhandelaar te 's-Gravenhage: VI-462.
Dujardin, zie Jardin, Du.
Dull, E.J.H., 1801-1871, winkelier te Almelo, concessionaris van de spoorweg Almelo-Salzbergen 1861: VI-358, 477.
Dullert, R.M., 1791-1871, leerlooier te Arnhem, lid van de gemeenteraad 1852-1857: VI-99; VII-510.
Dullert, W.H., 1817-1881, zoon van R.M. Dullert, advocaat en procureur te Arnhem, lid van de gemeenteraad tot 1881, lid van de Tweede Kamer 1849-1853, 1854-1866, 1866-1868 en 1868-1881 (voorzitter 1852-1853 en 1869-1881): V-152, 153, 164, 175, 461, 539; VI-20, 22, 29, 32, 33, 50, 72, 99, 102, 109, 141, 154, 175, 180, 290, 295, 297, 448, 470, 569, 571-573, 575, 576; VII-130, 145, 148, 149, 153, 157, 165, 166, 168-173, 189, 193, 205, 209, 215, 223, 230, 265, 266, 278, 317, 326-328, 338, 353, 391, 392, 395, 398-400, 404, 435, 436, 445, 447, 509-512, 519, 523.
Dullert-Van Riemsdijk, J.L., 1794-1865, echtgenote van R.M. Dullert: VI-99.
Dumbar, G., 1815-1878, zwager van G.D. Jordens, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank te Deventer 1851-1865, burgemeester 1853-1865, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1853-1873, lid van de Tweede Kamer 1862-1873: VI-335, 342, 343; VII-1, 267, 268, 383.
Dumbar-Jordens, O.B., 1815-1866, echtgenote van G. Dumbar: VI-343.
Dumortier, B.C.J., 1797-1878, lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers sedert 1831: III-200, 203, 210.
Dumoulin, F.J., 1776-1845, generaal-majoor in Pruisische dienst, commandant van de Bondsvesting Luxemburg: II-49.
Dunfermline, R. Abercromby, baron van, 1803-1868, Brits gezant te Turijn 1840-1849 en te 's-Gravenhage 1851-1858: V-406, 441, 409; VI-122, 305.
Duparc, H.M., 1817-1905, arts te Amsterdam: VI-3, 30.
Dupin, A.M.J.J., 1783-1865, voorzitter van de Franse Kamer 1832-1840: III-266.
Dupont, P.A., 1759-1838, Frans generaal: III-495.
Durand, C., geb. 1796, Frans jurist en publicist, redacteur van het Journal de la Haye 1830-1832: I-237, 262, 269, 286-288, 290, 302, 307, 308, 327, 421; III-346.
Durand de Mareuil, J.A. baron, 1769-1855, Frans gezant te 's-Gravenhage 1831-1832: I-253.
Dürer, A., 1471-1528, Duits schilder en graveur: II-508.
Durham, J.G. Lambton, baron, 1792-1840, lord privy seal 1830-1833, diplomatieke missie naar Rusland, Oostenrijk en Pruisen 1832: I-323.
Düringsfeld, I. von, zie Groeben, S.J. von der.
Dussen, J.G.H. van der, 1820-1891, rentmeester van de heerlijkheid Doorwerth 1842-1879, secretaris van Doorwerth 1851-1891: V-253.
Dutrône, 'conseiller honoraire' van prins Adalbert van Beieren: VII-153.
Duymaer van Twist, zie Twist, Duymaer van.
Duyn, F.M. baron van der, 1807-1889, zoon van A.F.J.A. graaf van der Duyn, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage 1851-1885: V-444.
Duyn (van Maasdam), A.F.J.A. graaf van der, 1771-1848, president-curator van de hogeschool te Leiden 1815-1848, gouverneur van (Zuid-)Holland 1817-1844, grootmeester van het huis der koningin 1826-1837, minister van Staat 1843, lid van de Eerste Kamer 1848: I-107, 151; II-39, 40, 117, 538; III-282; IV-1, 26, 27, 29, 64, 140, 164, 197, 198, 221, 233, 297; V-2, 15, 95-97, 130, 228, 444.
Dyck, A. van, 1599-1641, Vlaams schilder en etser: VII-482.
Dyserinck Dekker, zie Dekker, Dyserinck.