Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Gaay Fortman, J.C.H. de, 1804-1851, praeceptor aan de Latijnse school te Zwolle, redacteur van Overijssel: V-114, 380.
Gaay Fortman-De Vri, A.E. de, 1809-1854, echtgenote van J.C.H. de Gaay Fortman: V-380.
Gachard, L.-P., 1800-1885, Belgisch historicus, algemeen rijksarchivaris sedert 1831: IV-152, 153, 156, 157, 317, 318.
Gade, N.V., 1817-1890, Deens componist: VI-447.
Gagern, H.C.E. vrijheer von, 1766-1852, gezant van Willem I op het congres van Wenen 1814-1815: II-700; III-88.
Gagern, T. baron von, geb. ca. 1820, zwager van P.F.B. von Siebold: V-72, 73.
Gagneux, E., geb. 1790, verbonden aan de redactie van het Journal de la Haye, redacteur van Le Temps 1844: IV-248.
Gajus, leefde in de tweede eeuw, Romeins jurist, auteur van de Institutiones: III-46, 216.
Galen, P. van, 1805-1891, lector aan de gemeentelijke zeevaartschool te Rotterdam 1833-1871: VI-279.
Gallus, G.T., 1762-1806, Duits historicus: II-632.
Gamier, J.G., 1760-1840, hoogleraar in de wis- en sterrenkunde te Gent 1817-1830: I-13, 79, 137, 158, 183.
Ganderheyden, J.F.M., 1787-1851, advocaat bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant, rijksadvocaat: IV-179, 182, 183, 196, 379.
Garibaldi, G., 1807-1882, voorvechter van de Italiaanse eenheid: VI-439.
Gauss, K.F., 1777-1855, hoogleraar in de astronomie te Göttingen 1807-1855, wis- en natuurkundige: III-153.
Gavere, C. de, 1833-1883, ingeschreven als student in de wis- en natuurkunde te Groningen 4.9.1851, gepromoveerd 30.6.1864, leraar aan de landhuishoudkundige school 1865-1868, aan de afdeling hogere burgerschool van het gymnasium te Batavia 1868-1878 en aan de normaalschool 1871-1878: VII-41.
Gebhard, J.H., 1809-1884, boekverkoper en uitgever te Leiden 1837-1849, uitgever te Amsterdam: III-260; VI-385.
Geel, G., 1795-1873, schipper, lid van de gemeenteraad van Meppel 1852-1873: VII-312, 317.
Geel, J., 1798-1862, onderbibliothecaris van de hogeschool te Leiden 1823-1833 en bibliothecaris 1833-1858, titulair hoogleraar 1828, letterkundige: I-7, 16, 87, 88, 191, 295, 311, 314; II-176, 180, 182-186, 191, 222, 225, 239, 273, 275, 279, 284, 298, 321, 341, 348, 349, 353, 359, 388, 405, 470; III-28, 38, 44, 45, 47, 68-70, 73, 82, 88, 94, 99, 104-106, 113-115, 117-120, 122-126, 131-138, 140-145, 147, 148, 154-161, 166-169, 174, 184, 185, 195, 196, 218, 228, 235-238, 241, 242, 437, 438, 460-468; IV-28, 39, 49, 50, 58, 155, 159, 162, 222, 235, 288-290, 297, 300, 317, 318, 330, 331, 334; V-5, 7, 12, 15-18, 25, 26, 28, 29, 49, 179, 200, 473; VI-23.
Geelhand, C.J., 1772-1842, rentenier te Antwerpen: I-424.
Geelhand, E.J., 1785-1849, broer van C.J. Geelhand, rentenier te Antwerpen: I-424.
Geen, J.J. van, 1773-1846, baron 1831, luitenant-generaal 1826, commandant van de 1ste divisie 1831-1841: I-143.
Geer, J.L.W. baron de, 1784-1857, griffier van de Tweede Kamer 1817-1842: II-387; III-50, 55, 331, 535.
Geer van Jutphaas, jhr. B.J. Lintelo de, 1816-1903, baron 1857, ingeschreven als student in de letteren te Utrecht 28.12.1833, gepromoveerd in de letteren 14.12.1838 en in de rechten 4.3.1841, kantonrechter te Maarssen 1843-1847, hoogleraar in de rechten te Utrecht 1847-1887 (buitengewoon 1847-1856) , lid van de gemeenteraad 1869-1889: IV-220; V-97; VI-319; VII-342.
Geerling, F.L., 1815-1894, kapitein-ter-zee 1866, schout-bij-nacht 1872: VII-271, 272.
Geertsema, J.H., 1816-1908, lid van de gemeenteraad van Groningen 1853-1863, lid van de Provinciale Staten 1859-1865, lid van de Tweede Kamer 1863-1866, 1866-1868 en 1868-1869, minister van Binnenlandse Zaken 10.2.-1.6.1866 en 1872-1874, lid van de Raad van State 1869-1872: VII-94, 141, 143, 145, 149, 152, 154, 161, 164, 194, 197, 210, 212, 215, 217, 222, 230, 232, 268, 272, 273, 278, 281, 283, 286, 295, 299, 337, 358, 376, 393, 398, 431, 432, 437, 447, 500, 511.
Geertsema-Wichers, A., 1817-1910 of 1912, echtgenote van J.H. Geertsema: VII-171.
Gefken, J.W., 1807-1887, advocaat te 's-Gravenhage, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Brielle 1843-1845, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1845-1856, procureur-generaal in Suriname 1856-1867, lid van de Tweede Kamer 1868-1869: III-196; IV-197; VI-40.
Gehle, H., 1806-1880, predikant van de Nederlandse gemeente te Londen 1830-1874: IV-256.
Geilekerken, J.W., 1814-1896, arts te Valkenburg, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1850-1868: VII-126, 132.
Geilenkirchen, zie Geilekerken, J.W.
Gelder, J. de, 1765-1848, hoogleraar in de wis- en natuurkunde te Leiden 1819-1840 (buitengewoon 1819-1824): II-289, 301, 360; III-225; V-80.
Gelder, Van, telg uit het geslacht papierfabrikanten: VII-184.
Gelderman, H.P., 1808-1865, fabrikant te Oldenzaal: VI-113, 358, 382, 403, 414, 452, 464, 474.
Gelein Vitringa, zie Vitringa, Van Gelein.
Gelsing, R., geb. 1817, opzichter bij de Waterstaat te Tiel 1847-1849, Culemborg 1849-1852 en Zutphen 1852, vertrokken naar Zaltbommel: V-435.
Gelsing-jkvr. van Nispen, H.L.B., geb. 1811, echtgenote van R. Gelsing: V-435.
Gendebien, A.J.C., 1789-1869, lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers 1831-1839: II-64.
Gennep, A. van, 1766-1846, lid van de Eerste Kamer 1826-1846, vice-president van het Amortisatie Syndicaat 1827-1837, minister van Financiën a.i. 1837 en 1840, minister van Staat 1837: III-27, 46, 47, 52, 341, 344, 376, 401, 404.
Gent, J.B. van, 1805-1838, notaris te Leiden: II-539.
Gentz, F., 1764-1832, Pruisisch politicus, diplomaat en publicist, in Oostenrijkse staatsdienst sedert 1803, medewerker van Metternich sedert 1813: I-458, 459; III-260; IV-175.
George, A.H.A.J. graaf de St., 1807-1870, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 27.11.1827, gepromoveerd 31.1.1832, benoemd tot tweede luitenant honorair bij de generale staf 1832: I-207, 218, 292, 360; II-394.
George I, 1660-1727, keurvorst van Hannover 1698-1727, koning van Groot-Brittannië 1714-1727: III-140.
George II Augustus, 1683-1760, koning van Groot-Brittannië en keurvorst van Hannover 1727-1760: III-140.
George IV, 1762-1830, Brits regent 1811-1820, koning van Groot-Brittannië1820-1830: I-340; III-485.
Gérard, E.M. graaf, 1773-1852, Frans maarschalk: I-199, 210, 258, 355, 370, 388.
Gerards, B., 1557-1584, moordenaar van Willem van Oranje: I-321; VI-62, 63.
Gerdenier, C., 1802-1870, burgemeester van Medemblik 1843-1870, lid van de (Provinciale) Staten van Noord-Holland 1846-1870: V-297.
Gerhardt, P., 1607-1676, Duits predikant, dichter van kerkliederen: II-614.
Gericke, J.F.W.C., 1783-1840, administrateur van de schatkist in Gelderland: I-324.
Gericke van Herwijnen, jhr. J.L.H.A. 1814-1899, baron 1846, neef van J.F.W.C. Gericke, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.3.1831, gepromoveerd 20.6.1834, surnumerair bij Buitenlandse Zaken 1835-1836 en adjunct-commies 1836-1839, secretaris van legatie te Parijs 1839-1843 en raad van legatie 1843-1851, gezant te Brussel 1851-1870 en te Londen 1870-1871, minister van Buitenlandse Zaken 1871-1874: II-187, 282, 285, 715; III-327; IV-318, 319; V-180-182, 359, 370, 377; VI-57, 71, 84; VII-15, 55, 104, 305, 349, 354-356, 373, 384, 388, 391, 399, 402, 442, 444-446, 450, 499, 500, 510, 513, 517, 518.
Gerrits, inwoner van Deventer: VI-17.
Gerth van Wijk, J.A., 1803-1872, instituteur te Wijk bij Duurstede: V-171.
Gertsen, E.G.P., 1808-1889, advocaat te Maastricht tot 1868, rijksadvocaat in Limburg 1846-1868, lid van de gemeenteraad 1855-1867, raadsheer in de Hoge Raad 1868-1889: VII-296.
Gervinus, G.G., 1805-1871, hoogleraar in de geschiedenis te Heidelberg 1835-1836 en te Göttingen 1836-1837, privé-geleerde te Heidelberg: III-141, 153; VII-252, 290.
Geselschap, J.A., 1768-1841, majoor, sedert 1818 gepensioneerd: II-255.
Geuns, J. van, 1808-1880, arts te Amsterdam, redacteur van De Gids 1838-1849, hoogleraar in de medicijnen te Amsterdam 1847-1873 (buitengewoon 1847-1857): IV-158; V-300, 367.
Geuns, J.J. van, 1836-1915, ingeschreven als student in de rechten te Utrecht 16.5.1854, gepromoveerd 11.5.1863, advocaat te 's-Gravenhage, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1871-1873: VII-261.
Gevers, jhr. A.L. van Heteren, 1794-1866, halfbroer van M.B.H.W. Gevers, broer van D.T. Gevers van Endegeest, neef van J.C. Gevers, lid van de (Provinciale) en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland 1840-1866: IV-243; V-436, 437, 444.
Gevers (van Endegeest), jhr. D.T., 1793-1877, halfbroer van M.B.H.W. Gevers, neef van J.C. Gevers, referendaris bij Binnenlandse Zaken 1831-1838, lid van de Tweede Kamer 1838-1849 en 1850-1856 (voorzitter 1842-1843 en 1855-1856), voorzitter van de commissie van beheer en toezicht over de droogmaking van de Haarlemmermeer 1840-1856, lid van de Eerste Kamer 1849-1850, curator van de hogeschool te Leiden 1853-1876 (voorzitter der curatoren 1870-1876), minister van Buitenlandse Zaken 1856-1858: III-182, 200, 208, 209, 332, 372; IV-272; V-135, 136, 143, 144, 147, 150; VI-23, 202, 229, 244, 259, 307, 310; VII-372.
Gevers, H., 1805-1881, griffier bij het kantongerecht te Leiden 1838-1853, lid van de (gemeente)raad 1839-1864, lid van de (Provinciale) Staten van Zuid-Holland 1840-1850: V-481.
Gevers, jhr. J.C., 1806-1872, baron 1857, neef van A.L., D.T. en M.B.H.W. Gevers, kamerheer i.b.d. des konings sedert 1849, gezant te Sint Petersburg 1855-1868 en te Londen 1868-1870: VII-290.
Gevers, jhr. M.B.H.W., 1789-1873, neef van J.C. Gevers, lid van de Algemene Rekenkamer 1822-1851: III-68.
Gevers Deynoot, F.G.A., 1814-1882, jonkheer 1837, broer van W.T. Gevers Deynoot, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 3.5.1832, gepromoveerd 29.6.1839, burgemeester van 's-Gravenhage 1858-1882, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1871-1877: II-189; VII-119, 120.
Gevers Deynoot, W.T., 1808-1879, jonkheer 1837, advocaat te Rotterdam, lid van de gemeenteraad 1846-1854, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1851-1852 en 1854-1856, lid van de Tweede Kamer 1852-1853, 1856-1864 en 1871-1879, sedert 1854 inwoner van 's-Gravenhage: III-278, 281; VI-99, 248, 291, 297, 428, 429, 431; VII-206, 291, 306.
Gewin, B., 1812-1873, student in de theologie te Leiden 16.1.1830-1838: III-28.
Ghert, J.M.E. van, geb. 1813, zoon van P.G. van Ghert, student in de medicijnen te Utrecht 26.5.1832, gepromoveerd 27.6.1837: I-419.
Ghert, P.C.J. van, geb. 1810, zoon van P.G. van Ghert, student in de rechten te Leiden en Utrecht 16.9.1833, promotie te Utrecht 24.6.1836: I-414, 415, 419.
Ghert, P.G. van, 1782-1852, als referendaris bij de Raad van State toegevoegd aan Rooms-Katholieke Eredienst 1823-1829, secretaris van de permanente commissie uit de Raad van State voor rooms-katholieke eredienst 1827-1844: I-189, 414, 415, 419.
Gibson, W.M., 1822-1888, Amerikaans scheepskapitein: VI-133.
Gier, G.W. de, 1836-1864, hoofdonderwijzer te Utrecht: VII-68.
Gijsbers/Giesbers, J.M., 1820-1883, fabrikant te Roermond: VI-191.
Ginkel, I.G. van, ingeschreven als student in de theologie te Utrecht 14.8.1852: VI-124.
Gladstone, W.E., 1809-1898, lid van het Britse Lagerhuis 1832-1896, minister van Financiën 1852-1855 en 1859-1866, eerste minister 1868-1874: VI-150; VII-477.
Glavimans, C.J., 1795-1857, hoofdingenieur bij het korps ingenieurs der marine te Rotterdam 1843-1850, daarna ontwerper van schepen: V-367.
Gleichman, J.G., 1834-1906, referendaris bij Financiën 1860-1867, agent van de Nederlandsche Bank te 's-Gravenhage 1867-1871 en secretaris 1871-1877: VII-261, 285, 345, 349, 353, 445, 446, 451, 452, 510-513.
Gluck, C.W. von, 1714-1787, Duits componist: II-596.
Gneist, H.R.H.F. (1888) von, 1816-1895, hoogleraar in de rechten te Berlijn 1845-1895 (buitengewoon 1845-1858), lid van de Pruisische Kamer van Afgevaardigden 1858-1893, lid van de Rijksdag 1868-1884: VII-298.
Gobart, J.L.M., 1786-1874, secretaris bij het Kabinet des Konings 1829-1833: I-113, 374.
Gobbelschroy, P.L.J.S. van, 1784-1850, minister van Binnenlandse Zaken 1825-1830, minister van Waterstaat, Nationale Nijverheid en Koloniën 1.1-4.10.1830: I-18.
Gobius, O.W., 1758-1843, vice-admiraal 1817, commandant van Vlissingen sedert 1830: I-198, 419, 422.
Goblet, A.J., 1790-1873, Belgisch minister van Oorlog 1830-1831, stafchef 1831, lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers 1831-1847, minister van Buitenlandse Zaken 1832-1833: I-434.
Gockinga, C.H., 1804-1882, zoon van J. Gockinga, lid van de arrondissementsrechtbank te Winschoten 1838-1844, raadsheer bij de Hoge Raad 1844-1871: IV-18.
Gockinga, J., 1778-1851, lid van de Tweede Kamer 1823-1825 en 1827-1843, president van de rechtbank van eerste aanleg te Groningen 1831-1838, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Groningen 1838, vice-president 1839 en president 1843-1849: II-16; III-16.
Godefroi, M.H., 1813-1882, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1846-1860, lid van de Tweede Kamer 1849-1860, 1862-1870 en 1871-1881, minister van Justitie 1860-1862: V-31, 143, 301, 394, 396; VI-40, 395, 400, 402, 451, 490; VII-20, 143, 166, 190, 191, 215, 260, 261, 268, 275, 322, 324, 375, 437, 513.
Godoy de Faria Rios Sanchez Zarzosa, M., 1767-1851, prins van de Vrede en van Basano (1795), prins van Posserano (1809), Spaans eerste minister 1792-1798 en 1832: III-496, 497.
Goedkoop, W., 1810-1879, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 1.10.1830, gepromoveerd 24.6.1833, commies-griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te Leiden 1833-1838, lid van de arrondissementsrechtbank te Assen sedert 1838: II-351, 355, 421, 447; III-42.
Goekoop, A., 1783-1865, inspecteur van de Waterstaat 1835-1849: V-368.
Goens, P.M. van, 1798-1868, procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Overijssel 1838-1868: VI-70.
Goens, R.M. van, 1748-1810, geleerde en letterkundige: VII-306, 307.
Goes, jhr. A. van der, 1805-1889, surnumerair ambtenaar bij Binnenlandse Zaken 1836-1838, commies van Staat bij de Raad van State 1838-1841, lid van de (gemeente)raad van 's-Gravenhage 1838-1854, gemeenteontvanger 1854-1882: III-193.
Goes van Dirxland, L.N. baron van der, 1806-1885, kamerheer van prins Frederik 1841-1860 en i.b.d. des konings 1861-1885, lid van de Staten van Zuid-Holland 1849-1850, lid van de Hoge Raad van Adel 1852-1861, minister van Buitenlandse Zaken 14.1-14.3.1861, grootmeester des konings 1861-1868: VI-449, 451, 564.
Goethe, A. von, 1789-1830, zoon van J.W. von Goethe: II-584, 594.
Goethe, J.W. von, 1749-1832, Duits letterkundige en natuuronderzoeker: I-121-123, 303, 319, 360, 418, 445; II-183, 200, 545, 564, 570, 575, 580, 583-587, 589, 591-596, 600, 603, 604, 606-608, 617, 621, 622, 651, 652, 692; III-52, 464; IV-175; V-73, 543; VI-480; VII-245, 315, 339, 415, 448, 505, 529.
Goethe, W.W. von, 1818-1885, kleinzoon van J.W. von Goethe: II-651, 652.
Goffinet, A.F.C.L. baron, 1812-1886, Belgisch kapitein der infanterie 1845, ordonnansofficier van Leopold I 1851-1853 en van Leopold, hertog van Brabant 1853-1865: VI-40, 125, 132.
Gogel, I.J.A., 1765-1821, agent van Financiën 1798-1801 en minister 1805-1809: IV-266, 315; V-39, 56.
Goldoni, C., 1707-1793, Italiaans blijspeldichter: II-609.
Goll van Franckenstein, jhr. G.J.A., 1819-1850, kleinzoon van J. Goll van Franckenstein, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 4.4.1837, gepromoveerd 21.6.1842: IV-92.
Goll van Franckenstein, jhr. J., 1756-1821, zoon van J.E. Goll van Franckenstein, bankier te Amsterdam, lid van raad van Amsterdam 1814-1821, lid van de Staten van Holland 1815-1821: I-434.
Goll van Franckenstein, J.E., 1722-1785, oprichter van het bankiershuis Goll en Co. te Amsterdam: II-74.
Goltstein, J.K. baron van, 1794-1872, advocaat te Utrecht, lid van de Tweede Kamer 1840-1858 en 1860-1869 (voorzitter 1856-1858), curator van de hogeschool te Utrecht 1841-1859, minister van Buitenlandse Zaken 1858-1860, minister van Staat 1860, lid van de Eerste Kamer 1870-1872: IV-53, 205, 305; V-45, 165, 175-177, 194, 197, 198, 500, 539; VI-295-297, 307-310, 391, 395, 482, 484, 523, 532, 543, 563, 564, 566-569, 572, 577, 580; VII-88, 278, 316, 503.
Goltstein, W. baron van, 1831-1901, neef van J.K. baron van Goltstein, commies van Staat bij Buitenlandse Zaken 1855-1861, kamerheer i.b.d. des konings 1859-1890, lid van de Tweede Kamer 1864-1871, lid van de Eerste Kamer 1872-1874: VII-268, 507.
Gordon, A., 1810-1884, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 7.10.1831, gepromoveerd 4.5.1835, advocaat te 's-Hertogenbosch 1835-1838, substituut-griffier bij de arrondissementsrechtbank te Roermond 1839, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch 1840-1846 en te Maastricht 1846-1859, president 1859-1884: II-209, 219, 231, 267, 312, 335, 386, 388, 404, 412-414, 449, 452, 714, 716; III-56, 101, 213; VI-251.
Gordon, J.J.M., 1806-1874, zoon van R. Gordon, inspecteur der registratie te Amerongen, ontvanger der registratie te Amersfoort 1844-1849, hypotheekbewaarder aldaar 1849-1855 en te Alkmaar 1855-1868: IV-261-266; V-54, 154, 156, 157, 164; VI-186, 187.
Gordon, O.A.D., zie Thorbecke-Gordon, O.A.D.
Gordon, R., 1779-1845, schoonvader van H.C.H. Thorbecke: IV-71, 72, 261, 262, 264.
Gorgoli: III-504.
Gorkum, J.E. van, 1780-1862, topograaf, kolonel en sedert 1834 generaal-majoor bij de generale staf: II-248, 249; III-277.
Gorkum, T.G. van, geb. 1814, zoon van J.E. van Gorkum, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 16.9.1833, gepromoveerd in de rechten 26.6.1839: II-443.
Görlitz, P.K., 1785-1861, pedagoog te Rotterdam: V-541, 542.
Goudoever, A. van, 1785-1857, hoogleraar in het Latijn en de Romeinse antiquiteiten te Utrecht 1816-1855: II-246, 346.
Goudsmit, J.E., 1813-1882, advocaat te Leiden, hoogleraar in de rechten te Leiden 1859-1882, lid van de gemeenteraad 1861-1881: V-168, 215, 228, 229; VI-353-355; VII-7, 116, 141, 164, 199, 210, 231, 237, 241, 243, 246, 248, 303, 304, 314, 335, 397, 513, 514.
Goudsmit-Vos, R., 1822-1911, echtgenote van J.E. Goudsmit: VI-354.
Gounod, C.F., 1818-1893, Frans componist: VI-447.
Gourieff, N.D. graaf, 1789-1849, Russisch gezant te 's-Gravenhage 1826-1831: I-239.
Gouverneur, P., 1786-1860, advocaat en plaatsvervangend kantonrechter te Breda, lid van de Tweede Kamer 1839-1848 en 1851-1852, kantonrechter te Breda 1852-1858: III-568; V-136, 138, 142, 143.
Gouvy, mevrouw: VII-241, 242, 245.
Gouweloos, J., griffier van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout sedert 1845: VI-252.
Graaf, N.H. de, 1823-1886, hervormd predikant te Apeldoorn 1853-1863: VI-245.
Graaff, Van de, echtgenote van W.A. van de Graaff: VI-243, 341, 342.
Graaff, W.A. van de, 1802-1878, rentenier te Deventer, lid van de gemeenteraad 1851-1865: V-148; VI-243, 249, 341, 342, 344, 345, 347, 349; VII-200.
Graafland, H.C. Hooft, 1795-1852, lid van de raad van Amsterdam 1836-1851, lid van de arrondissementsrechtbank 1838-1846, lid van de Staten van Noord-Holland 1843-1845, raadsheer bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1846-1852: IV-315, 328.
Graafland, jhr. J., 1816-1869, griffier van de Raad van Justitie te Batavia 1852-1864, raadsheer in het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1867-1869: VI-312.
Gräfin(n), zie Fink von Finkenstein, A.D.H. gravin.
Grand, Le, zie Legrand.
Grandgagnage, F.C.J., 1797-1877, president van het hof van beroep te Luik: IV-85.
Granville, G. Leveson Gower, burggraaf, 1773-1846, graaf 1833, Brits ambassadeur te Parijs 1831-1841: III-458.
Grappe Dominicus, zie Dominicus, La Grappe.
Gratama, B.J., 1822-1886, broer van L. Oldenhuis Gratama en J.A. Willinge Gratama, advocaat en substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Leiden, referendaris bij Justitie 1857-1858, hoogleraar in de rechten te Groningen 1858-1884, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1859-1884: VI-297; VII-279, 321.
Gratama, J.A. Willinge, 1819-1886, broer van L. Oldenhuis Gratama, procureur te Assen 1854-1886, redacteur van de Provinciale Drentsche en Asser Courant 1858-1886: VII-221.
Gratama, J.G.M. Oldenhuis, 1843-1917, dochter van L. Oldenhuis Gratama: VII-312.
Gratama, L. Oldenhuis, 1815-1887, kleinzoon van S. Gratama, neef van M. Schaaf Gratama, advocaat en procureur te Assen, lid van de arrondissementsrechtbank 1854-1865, lid van de Provinciale Staten van Drenthe 1854-1867, raadsheer in het provinciaal gerechtshof 1865-1875, lid van de Tweede Kamer 1867-1886: V-151, 152, 310; VII-216, 220, 221, 266, 268, 312, 332, 356.
Gratama, M. Schaaf, 1801-1858, zoon van S. Gratama, substituut-officier bij de rechtbank van eerste aanleg te Groningen 1833-1838: II-19.
Gratama, S., 1757-1837, hoogleraar in de rechten te Groningen 1801-1827: II-232, 522.
Gratama-Fockema, S., 1802-1879, weduwe van H. Gratama, schoonzuster van I.T. ter Bruggen Hugenholtz: VII-118.
Gravenweert, J. van 's, 1790-1870, jurist en letterkundige, referendaris bij Buitenlandse Zaken 1831-1834: I-182, 336; III-423.
Gravesande, zie Storm van 's Gravesande.
Grégoire, E., geb. 1800, luitenant-kolonel in Belgische dienst: I-110.
Gregorius XVI, 1765-1846, paus 1831-1846: I-134; III-137, 159, 160, 173, 338, 481.
Gregory, F.A.A., 1814-1891, broer van J.L.G. Gregory, kapitein-luitenant-ter-zee 1858, inspecteur en adviseur voor het personeel en materieel bij het departement van Marine 1861-1864, non-actief 1864-1866, kapitein-ter-zee 1865, commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine 1866-1869, non-actief 1869-1872: VII-301.
Gregory, J.L.G., 1808-1891, advocaat te 's-Gravenhage, substituut-officier bij de rechtbank van eerste aanleg te Hoorn 1836-1838, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Drenthe 1838-1841, referendaris bij Justitie 1841-1845, advocaat-generaal bij de Hoge Raad 1845-1868, commissaris des konings in Drenthe 1868-1875, curator van de hogeschool te Groningen 1871-1885: II-447; VII-301, 304, 305.
Greup, W.F.G., 1802-1853, burgemeester van Vreeland en van Nigtevecht 1852-1853: V-418.
Greuve, F.C. de, 1792-1863, hoogleraar in de wijsbegeerte te Groningen 1831-1862 (buitengewoon 1831-1845): III-52; IV-212.
Greve, A., 1796-1857, ingenieur van de Waterstaat in Zuid-Holland 1830-1852, hoofdingenieur 1852-1857, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage 1851-1857: V-398.
Greve, F. de, 1803-1877, hoogleraar in de rechten te Franeker 1828-1842, lid van de Hoge Raad 1842-1855: II-464; III-277, 279, 424; IV-92; V-188.
Greve, J.M., 1796-1860, zoon van W.P.C. Greve, notaris te Enschede 1833-1860, burgemeester en secretaris van Lonneker 1834-1852: II-27.
Greve, W.P.C., 1768-1833, burgemeester en secretaris van Lonneker 1825-1833, notaris te Enschede 1832-1833: II-26, 27.
Grevelink, P.W. Alstorphius, 1808-1896, lid van de arrondissementsrechtbank te Assen 1838-1854: V-116, 434.
Greven, A. de Booth, advocaat te Zwolle in de zeventiende eeuw: VII-418.
Grey, C. graaf, 1764-1845, lid van het Britse Hogerhuis, first lord of the treasury en eerste minister 1830-1834: I-44, 152, 154, 196, 210, 213, 233, 247, 248, 253, 312, 317, 353, 363, 366, 390, 392, 491; II-146, 329, 385, 387, 390, 393, 394, 454; III-221.
Grey, W.G., 1819-1865, zoon van C. graaf Grey: II-329, 386, 388, 390, 393, 394, 403, 454; III-22l.
Gries, J.D., 1775-1842, Duits letterkundige en vertaler: VI-399.
Grimm, J.L.K., 1785-1863, hoogleraar in de Duitse taal- en letterkunde te Göttingen 1830-1837, grondlegger van de vergelijkende Germaanse filologie: III-141, 145, 150, 153; VII-54.
Grimm, W., 1786-1859, broer van J.Grimm, hoogleraar in de letteren te Göttingen 1831-1837: III-141, 145, 150.
Groeben, (burg)gravin: II-153, 159, 535?.
Groeben, von der: II-123.
Groeben, E.L.A.J. graaf von der, geb. 1806, adjudant van de kroonprins van Pruisen: III-7.
Groeben, K. graaf von der, 1788-1876, broer van H.J.C.F. Solger-von der Groeben, sedert 1840 adjudant van Frederik Willem IV van Pruisen, luitenant-generaal der cavalerie 1842, lid van de Pruisische Eerste Kamer/het Herenhuis 1854-1858: IV-17; VI-93, 94.
Groeben, O.A.H. graaf von der, 1741-1810, Pruisisch eerste luitenant: II-576.
Groeben, S.J. von der, 1795-1876, nicht van H.J.C.F. Solger-von der Groeben, Duits letterkundige (pseudoniem Ida von Düringsfeld): II-252, 527.
Groeben, W.L.H. von der, 1745-1794, broer van O.A.H. graaf van der Groeben, vader van H.J.F.C. Solger-von der Groeben, Pruisisch majoor: II-575, 576.
Groeben-von Kropf, E.H. von der, 1772-1856, moeder van H.J.C.F. Solger-von der Groeben: I-167; II-79, 81, 82, 85, 86, 94, 98, 99, 102, 105, 112, 115, 116, 119, 124, 125, 128, 131, 133, 135, 139, 148, 152, 154, 158-160, 165, 167, 168, 171, 173, 178, 179, 193, 201, 202, 204, 208, 212, 223, 224, 252, 253, 260, 266, 270, 306, 315, 325, 329, 333, 344, 357, 358, 380, 384, 389, 402, 411, 416, 451, 456, 460-462, 494, 497, 507, 518, 520, 526, 530, 531, 535, 546, 549, 567-573, 575, 576, 578, 582, 598, 606-609, 611, 613, 616, 618, 622, 623, 625, 626, 629, 634, 635, 644, 647, 653, 659, 660, 664, 666,669, 671-673, 680, 686, 689, 690, 692-694; III-57; IV-46, 47, 142, 148, 161, 188; V-125, 330, 375; VI-50-55, 57, 58, 81, 82, 93, 170, 258, 368, 455, 461; VII-415, 530.
Groen van Prinsterer, G., 1801-1876, secretaris bij het Kabinet des Konings 1829-1833, belast met het toezicht op het Koninklijk Huisarchief 1831-1871, lid van de dubbele Kamer 1840, lid van de Tweede Kamer 1849-1850, 1850-1854, 1855-1856, 1856-1857, 1862-1865 en 7.8 tot 27.8.1866, redacteur/eigenaar van De Nederlander 1850-1855: I-4, 21, 23, 28-30, 32, 37, 39, 40, 44, 46, 48-50, 55, 60, 62, 64, 68-70, 72, 74, 78, 83, 85, 87, 89, 92-94, 96-102, 104, 106, 108, 111, 113-115, 124, 126, 140, 146, 147, 151, 153, 164, 165, 168, 169, 178-182, 184-186, 188-190, 193-195, 202-206, 208, 209, 216, 222, 223, 230, 237-242, 249, 254, 255, 263, 264, 266, 301, 307, 308, 325-329, 337, 338, 341-343, 348, 350, 351, 357-359, 363, 370, 371-379, 381, 386, 390, 392, 409, 422, 423; II-21, 52, 97, 124, 149, 161, 166, 215, 216, 237, 245, 257, 275, 304, 375, 452, 467, 472, 477, 478, 484, 495; III-14, 58, 59, 61, 62, 65-68, 70, 72, 75, 79-81, 83-91, 94-97, 101, 104, 106, 108, 111, 118, 120-123, 125, 130, 196, 199, 205, 214, 282, 300, 338-340, 382, 384, 388, 392, 403, 404, 421, 423, 424, 428, 430, 431, 433, 435, 446; IV-10, 26, 28, 58, 60, 66, 67, 132-134, 137, 149, 191, 270; V-36, 37, 39, 56, 74, 136, 146, 162, 165, 250, 277, 278, 322, 386, 457, 472, 539; VI-5, 39, 40, 44, 98, 100, 180, 184, 248, 259, 269, 291, 293, 440, 533, 544-547, 554, 557, 562; VII-11, 39, 50, 156, 158, 213, 268, 318, 326, 405, 410, 433, 435, 503.
Groen van Prinsterer-Caan, A.H., 1772-1832, moeder van G. Groen van Prinsterer: I-371, 372, 374.
Groen van Prinsterer-Van der Hoop, E.M.M., 1804-1879, echtgenote van G. Groen van Prinsterer: I-372, 374; II-472; IV-58, 60.
Groenewoud, J.C. Swijghuisen, 1784-1859, hoogleraar in de oosterse letteren te Franeker 1817-1830 en te Utrecht 1831-1855: I-87.
Groeninx van Zoelen, R.F., 1800-1859, ingeschreven als student in de letteren en de rechten te Leiden 21.7.1818, gepromoveerd in de rechten 20.5.1824, lid van de Eerste Kamer 1849-1850: II-393.
Grolman, K.L.W. von, 1775-1829, hoogleraar in de rechten te Giessen 1798-1819: III-190.
Gronden, R.S. van der, 1788-1845, advocaat te Zwolle, lid van de Tweede Kamer 1831-1843: I-47, 182, 187, 190, 192.
Gronden, W.S. van der, 1758-1832, griffier van de Staten van Overijssel 1814-1832: I-47.
Groodt, L.J.C. de, 1841-1919, medeleerling van Herman Thorbecke: VI-212, 213, 215, 216.
Groos, N. Sikkel, geb. ca. 1813, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 16.9.1833, gepromoveerd 2.8.1841, advocaat te Leiden: IV-58.
Groot, mevrouw de: V-379.
Groot, H. de, 1583-1645, rechtsgeleerde: I-160; II-226; III-244, 249, 254, 432; V-57; VII-348.
Groot, P. Hofstede de, 1802-1886, hoogleraar in de theologie te Groningen 1829-1873, schoolopziener in het derde district van Groningen 1833-1861, voorzitter van de Hoofdvereniging Nederlands Onderwijzersgenootschap 1844-1858: III-112, 275, 276, 282; IV-80; V-217, 218.
Groot van Kraayenburg, jhr. J.P. Cornets de, 1808-1878, lid van de Raad van Nederlands-Indië 1847-1851, sedert 1851 met verlof in Nederland, minister van Koloniën 9.1-14.3.1861: VI-99, 449, 451, 543, 573.
Grootmamaatje, zie Solger-von der Groeben, H.J.C.F.
Groshans, G.P.F., 1814-1874, arts te Rotterdam, lector aan de klinische school 1840-1865: VI-87.
Grovestins, E. baron Sirtema van, 1797-1871, kamerheer i.b.d. des konings 1828-1871, gezant te Madrid 1847-1862 en te Lissabon 1849-1851: V-359.
Grovestins, P.A. baron Sirtema van, 1800-1858, broer van E. baron Sirtema van Grovestins, kamerheer van de prins van Oranje 1828-1840 en van Willem II 1840-1848: IV-144.
Großmutter/Großmütterchen, zie Groeben-von Kropf, E.H.von der.
Grube-Thorbecke, A., 1807-1840, dochter van C.F. Thorbecke en A. Thorbecke-Lodtmann: II-534.
Grunne, zie Hemricourt de Grunne.
Guemard, fotograaf te Brussel: VI-377.
Guérard, B.E.C., 1797-1854, archivaris en documentenuitgever: IV-62.
Gugel, E., 1832-1905, hoogleraar in de bouwkunst aan de polytechnische school te Delft 1864-1902: VII-164.
Guicciardini, L., 1521-1589, Italiaans geschiedschrijver: VII-414.
Guilleminot, A.C., 1774-1840, Frans luitenant-generaal en diplomaat: III-478.
Guillon, G.C.H., 1811-1873, notaris te Roermond 1843-1872: VI-248.
Guizot, F.G.P., 1787-1874, Frans staatsman en historicus, lid van de Kamer 1830, minister van Onderwijs 1832-1834 en 1834-1837, minister van Buitenlandse Zaken 1840-1848, voorzitter van de ministerraad 1847-1848: II-57, 231; III-31; IV-115, 159; VII-465.
Guljé, N.R.H., 1808-1885, olieslager en zeepzieder te Breda, lid van de gemeenteraad 1859-1870, lid van de Tweede Kamer 1862-1871: VII-55, 67, 128, 209, 224, 262, 278, 336, 337, 339, 447.
Gumoëns, N.F.E. baron von, 1790-1832, luitenant-kolonel bij de generale staf 1828, kolonel 1831: I-359, 360.
Günderrode, K.W.F.H. vrijheer von, 1786-1862, burgemeester van Frankfort/M: VI-162.
Günderrode-von Closen-Haydenburg, C.H.F. vrijvrouwe von, 1788-1863, echtgenote van K.W.F.H. von Günderrode: VI-162.
Gunne, A. ter, ca. 1807-1888, boekhandelaar en uitgever te Deventer: VI-204, 221, 234, 301, 333, 336, 343, 397, 436; VII-200, 231.
Gunning, J.W., 1827-1900, lector in de scheikunde te Utrecht 1854-1865, adviseur voor wis-, natuur- en scheikundige zaken bij Financiën 1862-1896, hoogleraar in de wis-, natuur- en scheikunde te Amsterdam 1864-1896: VII-97, 99.
Gustaaf IV Adolf, 1778-1837, koning van Zweden 1792-1809: III-338, 539.
Guyet, I., 1779-1854, Frans journalist: II-340.