Titel

Periode

  • 1830 - 1872

Status

  • Afgesloten

Gedrukte publicaties

Periode

Rubrieken

Selectie

Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen

Haakma Tresling, zie Tresling, Haakma.

Haan, W. de, 1801-1855, conservator van het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie te Leiden 1827-1847, daarna woonachtig te Haarlem: V-368.

Haar, B. ter, 1806-1880, hervormd predikant te Amsterdam 1843-1854, hoogleraar in de theologie te Utrecht 1854-1876, letterkundige: V-462; VI-186.

Haas, D. de, geb. 1806, landbouwer te Zutphen, bestuurslid van de kiesvereniging Redding door Bezuiniging: V-284.

Haberkorn, Herr: II-130.

Hacfort tot ter Horst, C.F.I.F. baron, 1808-1875, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 12.5.1832, gepromoveerd 19.6.1834: II-298.

Haersolte van Haerst, J.C. baron van, 1809-1881, lid van de Staten van Overijssel 1837-1845, lid van de Tweede Kamer 1845-1849: IV-316.

Haffmans, J.E.C., geb. 1824, lid van de (gemeente)raad van Horst: V-416, 417.

Haffmans, J.H.L., 1826-1896, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1856-1889, kantonrechter te Venlo 1862-1872, hoofdredacteur van het Venloosch Weekblad sedert 1863, lid van de Tweede Kamer 1866-1896, lid van de gemeenteraad van Venlo 1871-1874: VII-292, 308.

Hageman, E., 1749-1827, hoogleraar in de rechten te Leiden 1797-1819: II-72, 364.

Hageman, G.C., 1790-1855, president van het Hooggerechtshof te Batavia 1830-1836: I-300.

Hagemans, J.P., 1802-1870, huisschilder te Leiden, hospes van H.C.H. Thorbecke: II-234, 248, 539.

Hajenius, P.G.C., 1807-1889, tabakswinkelier te Amsterdam: VI-141.

Halbertsma, H.J., 1820-1865, zoon van J.H. Halbertsma, ingeschreven als student in de medicijnen te Leiden 19.9.1838, gepromoveerd 3.11.1843, hoogleraar in de medicijnen te Leiden 1848-1865 (buitengewoon 1848-1857): IV-182; V-94, 114, 369, 401; VI-23.

Halbertsma, J.H., 1789-1869, doopsgezind predikant te Deventer 1821-1856, taal- en letterkundige: III-394; IV-6, 134, 164, 177, 181, 182, 207, 221, 222, 228, 229; V-13,14; VI-245.

Halbertsma, P., 1817-1852, zoon van J.H. Halbertsma, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 14.9.1836, gepromoveerd 15.10.1841, rector van de Latijnse school te Elburg 1843-1852: IV-164, 177, 181, 182, 212, 214, 222; V-174, 214.

Hall, A.M.C. van, 1808-1838, zoon van M.C. van Hall, advocaat te Amsterdam: II-371.

Hall, B., 1788-1844, Brits marinekapitein en schrijver: III-324.

Hall, C.C. van, 1812-1882, zoon van M.C. van Hall, administrateur van een suikerfabriek bij Soerabaja: VI-476.

Hall, F.A. van, 1791-1866, baron 1856, zoon van M.C. van Hall, advocaat te Amsterdam, lid van de Staten van (Noord-)Holland 1832-1848, minister van Justitie 1842-1844 en van Financiën 1843-1.1.1848 (a.i. 1843-1844), a.i. 6.1-1.5.1854, en 1860-1861, minister van Staat 1847, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de Tweede Kamer 1849-1853 en 1858-1860, minister van Buitenlandse Zaken 1853-1856 en a.i. 23.2-4.4.1860 en van Rooms-Katholieke Eredienst a.i. 28.6-7.9.1853: II-60, 61, 336; III-32, 33, 35, 38, 40, 45, 48, 378, 379, 421, 424, 425; IV-30, 76, 87-89, 91, 93, 96, 104, 109, 110, 113, 115-117, 123, 124, 126-128, 138, 141, 143, 144, 149, 170, 197, 202, 204, 211, 213, 217, 226, 227, 230, 233, 236, 240, 266, 320, 321, 363, 364, 368, 371, 372; V-14, 27, 29, 90, 120, 143, 144, 175, 462; VI-1, 12, 39, 44, 46, 71, 76, 80, 97, 105, 106, 122, 131, 133, 153, 176, 206, 229, 239-241, 244, 307, 343, 353, 362, 363, 395, 396, 400, 401, 404, 405, 411-413, 415, 420, 424, 425, 428, 439, 449, 464, 497, 500, 531-533, 537, 539, 540, 580; VII-530.

Hall, H.C. van, 1801-1874, zoon van M.C. van Hall, hoogleraar in de plantkunde en landhuishoudkunde te Groningen 1826-1871: V-367; VII-35.

Hall, J. van, 1799-1859, zoon van M.C. van Hall, hoogleraar in de rechten te Amsterdam 1823-1848 en te Utrecht 1848-1859, redacteur van De Nederlander 1848-1850: I-487; II-1, 246; III-158, 230, 232, 247, 269, 277; IV-110, 149, 214, 222, 241; V-229, 250, 348.

Hall, M.C. van, 1768-1858, advocaat te Amsterdam, literator en historicus, president van de rechtbank van eerste aanleg 1831-1838 en van de arrondissementsrechtbank 1838-1856, lid van de Eerste Kamer 1842-1849: I-75; III-233, 234; V-84, 91, 259, 450, 486, 487.

Halteren, T. van, geb. 1816, boekdrukker te Wildervank: VI-11.

Hamaker, H.A., 1789-1835, hoogleraar in de oosterse letteren te Leiden 1817-1835 (buitengewoon 1817-1822), interpres legati Warneriani 1817-1835: I-40, 114, 116, 124, 147, 163, 177, 186, 295, 325; II-34, 66, 88, 95, 225, 240, 246, 247, 256, 272, 274, 276, 279, 280, 288, 290, 295, 298, 301, 307, 321, 322, 331, 347, 349, 359, 465, 492; IV-29, 41, 52, 106.

Hamaker-Camper, J.T.A., 1797-1835, echtgenote van H.A. Hamaker: II-279, 295.

Hamecourt, A.L.E.G. d', ca. 1788-1847, referendaris bij de Staatssecretarie 1823-1832: I-401.

Hamel, Du: VI-301.

Hamelberg, H.A., 1792-1852, schoolopziener in het derde district van Utrecht: V-447.

Hamilton, A., 1757-1804, Amerikaans politicus, minister van Financiën 1789-1795: III-324.

Hammacher, H.G., 1792-1879, notaris te Groede 1825-1877: V-263.

Händel, G.F., 1685-1759, Brits componist van Duitse afkomst: II-100, 121, 147; VI-447; VII-279.

Hane de Potter, J.B.J.C.M. d', 1797-1858, lid van de raad van Gent 1830-1831: I-33.

Hane de Steenhuyse, C.J.M. graaf d', 1787-1858, schepen van Gent 1830-1836: I-33.

Hanegraaff, A.C., 1811-1890, ingeschreven als student in de theologie te Leiden 15.9.1827, proponent 1833: I-207.

Hanlo, B.H.M., 1829-1902, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank van Maastricht 1857-1863, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank van Breda 1863-1867, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1867-1877, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage 1867-1889: VII-296.

Hanno, Belgisch districtscommissaris voor Luxemburg: II-49, 60.

Hardenberg, H., 1802-1880, generaal-majoor der intendance 1860-1876, secretaris-generaal van het departement van Oorlog 1866-1873: VII-377.

Haren, Noman van, zie Noman, Van Haren.

Hartevelt, A.H., 1794-1860, referendaris bij Binnenlandse Zaken 1826-1850: IV-130; V-219.

Harting, P., 1813-1885, arts te Oudewater 1834-1841, hoogleraar in de medicijnen te Franeker 1841-1843, buitengewoon hoogleraar in de wis- en natuurkunde (met de rechten van ordinarius) te Utrecht 1843-1846: IV-135.

Hartman, E.H., 1811-1872, bouwmeester te Amsterdam, voorzitter van de Maatschappij tot Nut van de Arbeidende Stand: VII-201.

Hartman, J.M., 1796-1851, advocaat te 's-Gravenhage, kantonrechter sedert 1838: III-224.

Hartogh, H.A., 1815-1871, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.6.1833, gepromoveerd 28.2.1838, advocaat te Amsterdam: III-158.

Hartogs, B.I., 1800-1847, koopman te Zwolle: II-243.

Hartsen, jhr. C., 1823-1895, schoonzoon van J. van Lennep, koopman, assuradeur en reder te Amsterdam, lid van de Kamer van Koophandel 1853-1866, lid van de Eerste Kamer 1859-1877: VII-108-110.

Hartsuiker, A., 1807-1875, schipper, lid van de gemeenteraad van Meppel 1852-1863 en 1866-1873: VII-312, 317.

Harvant, J.F.M. d': V-221.

Harvant Bigot de Villandrij, T.W. d', geb. 1811, zoon van J.F.M. d'Harvant, eerste luitenant der infanterie 1837, kapitein 1853: V-221.

Hasebroek, J.P., 1812-1896, ingeschreven als student in de theologie te Leiden 21.9.1829-1836, predikant te Heilo 1836-1843: III-21, 28.

Hasse, J.A., 1699-1783, Duits componist: II-595.

Hasselman, J.J., 1815-1895, oud-resident van Djokjakarta, burgemeester van Tiel 1865-1867, minister van Koloniën 1867-1868, lid van de Tweede Kamer 1869-1871: VII-244, 246, 247, 250, 255, 274, 286.

Hasselt, B. van, 1741-1819, burgemeester van Doesburg: II-444.

Hasselt, B.J.R. van, 1806-1864, zoon van B. van Hasselt, arts te Naarden: II-444, 451, 542, 543; III-60.

Hasselt, C.J.G. Copes van, 1777-1860, griffier van de Staten van Noord-Holland 1827-1836, lid van de Raad van State 1836-1.1.1844: II-292, 467, 525; III-108, 216, 220, 402; IV-114.

Hasselt, D.G.A. van, 1784-1848, neef van B. van Hasselt, burgemeester en secretaris van Rheden 1826-1848: II-203, 425, 445.

Hasselt, J.C. van, 1797-1823, zoon van B. van Hasselt, lid van de natuurkundige commissie van Indië 1820-1823: II-444.

Hasselt, J.L. van, 1801-1886, zoon van B. van Hasselt, eerste luitenant-ter-zee 1834: II-444, 451.

Hasselt, J.W.A. van, zie Thorbecke-Van Hasselt, J.W.A.

Hasselt, P.C. van, 1795-1857, dochter van B. van Hasselt: II-444; III-264.

Hasselt, W.J.C. van, 1795-1864, rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam 1832-1838 en in de arrondissementsrechtbank 1838-1852, redacteur van De Gids 1838-1845, lid van de Staten van Noord-Holland 1848-1849, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1852, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1852-1864: III-156; IV-145, 241, 266, 267, 315, 316, 328, 329; V-31, 104, 143.

Hasselt-Deune, J.C.A. van, geb. 1801, echtgenote van W.J.C. van Hasselt: IV-328; V-31.

Hasselt-Hooglandt, S.E. van, 1804-1896, echtgenote van J.L. van Hasselt: III-264.

Hasselt-Hoving, J.G. van, 1809-1876, echtgenote van B.J.R. van Hasselt: III-264.

Hasselt-Rasch, B.A. van, 1767-1840, echtgenote van B. van Hasselt: II-425, 435, 444, 445, 451, 481, 493, 495, 497, 501, 510, 540, 542; III-264, 265.

Hassenpflug, H.D.L.F. von, 1794-1862, Keur-Hessisch minister van Justitie en Binnenlandse Zaken 1832-1837, hoofd van het burgerlijk bestuur in Luxemburg 1839-1840: III-280, 371, 372.

Hasskarl, J.K., 1811-1894, Duits botanicus: V-382.

Hauff, J.K.F., 1766-1846, hoogleraar in de natuur- en scheikunde te Gent 1817-1830: I-22, 51, 63, 64, 78, 137, 158; II-532.

Haugwitz, C.H.K. graaf von, 1752-1832, Pruisisch minister van Buitenlandse Zaken 1792-1804 en 1806: VI-374.

Haus, J.J., 1796-1881, hoogleraar in de rechten te Gent 1817-1881: I-13, 22, 33, 36, 51, 52, 63, 64, 76, 79, 158; VI-268.

Haverkamp, S.A., 1811-1883, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 13.4.1831, gepromoveerd 16.5.1836: II-231.

Havinga Janssonius, zie Janssonius, Havinga.

Haydn, F.J., 1732-1809, Oostenrijks componist: I-411; VI-462; VII-531.

Hazenberg, H.W., 1780-1850, boekverkoper en uitgever te Leiden: I-290, 293, 296; II-256, 320; IV-131, 334.

Hazenberg, H.W., 1804-1887, zoon van H.W. Hazenberg, boekverkoper en uitgever te Leiden: II-256, 320; III-135, 155; IV-131, 334.

Hebenstreit, onderwijzeres te Dresden: VI-370, 406, 443.

Heeckeren, G.C. baron van, zie Anthès, G.C. baron d'.

Heeckeren, J.D.B.A. baron van, 1792-1884, broer van H.J.C.J. baron van Heeckeren, gezant te St. Petersburg 1826-1837 en te Wenen 1842-1874: I-193; III-46; V-355, 359; VI-84.

Heeckeren (van Enghuizen), H.J.C.J. baron van, 1785-1862, lid van de Staten van Gelderland 1826-1849, lid van de Eerste Kamer 1848-1850: V-130.

Heeckeren van Kell, W. baron van, 1815-1914, zoon van W.H.A.C. baron van Heeckeren, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1856-1868 en van Gedeputeerde Staten 1860-1868, directeur van het Kabinet des Konings 1868-1877: VII-36, 341, 342, 345, 346, 353, 376-378, 387-389, 395, 402, 442, 444, 445, 447, 451, 471, 509, 510, 513, 515, 519.

Heeckeren (van Kell), W.H.A.C. baron van, 1774-1847, lid van de Tweede Kamer 1815-1823, gouverneur van Gelderland 1825-1846: I-12, 227; II-208, 426; III-106, 107, 110, 111; IV-105.

Heeckeren (van Twickel), J.D.C. baron van, 1809-1875, zoon van W.H.A.C. baron van Heeckeren, door zijn huwelijk met M.C. gravin van Wassenaer heer van Dieren, kamerheer i.b.d. des konings 1832-1875 en opperstalmeester 1851-1875, lid van de Eerste Kamer 1849-1867: IV-73, 208; VII-393, 394.

Heeckeren-gravin van Wassenaer, M.C. barones van, 1799-1850, echtgenote van J.D.C. baron van Heeckeren: II-534.

Heek, Van: VI-111, 474; VII-146, 147, 150, 151, 155, 157, 171, 189, 359.

Heek, G.J. van, 1837-1915, broer van H. en H.J. van Heek, textielfabrikant te Enschede, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1869-1895: VII-316, 320, 405.

Heek, H. van, 1816-1882, broer van H.J. van Heek, textielfabrikant te Enschede, lid van de gemeenteraad 1857-1863: VI-112, 115; VII-316, 360.

Heek, H.J. van, 1814-1872, zwager van A.J. Blijdenstein en van B.W. Blijdenstein jr., textielfabrikant te Enschede, lid van de Kamer van Koophandel 1843-1872 (vice-voorzitter 1869-1872), lid van de gemeenteraad 1851-1857 en 1863-1872: VI-112, 115, 120, 145-148, 195, 236, 237, 396, 473, 474; VII-37, 83, 114, 115, 139, 145, 148, 149, 157, 160, 163, 164, 179, 189, 207, 209, 235, 290, 310, 311, 316, 320, 326, 327, 329, 330, 333-336, 350, 351, 361, 362, 369, 374, 385, 538.

Heek, L.O. van, 1816-1892, lid van de gemeenteraad en wethouder van Stad Delden 1861-1884: VII-394.

Heemskerk Azn., J., 1818-1897, advocaat te Amsterdam 1839-1852, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1851-1860 en 1865-1866, lid van de arrondissementsrechtbank 1852-1864, lid van de gemeenteraad 1856-1866, lid van de Tweede Kamer 1860-1864 en 1869-1873, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1864-1866, minister van Binnenlandse Zaken 1866-1868 en van Justitie a.i. 1867-1868: VI-404, 523; VII-95, 194, 218, 224, 227, 234, 237, 250, 251, 259, 261, 264, 269, 283, 286, 299, 311, 337, 340, 351, 402, 443, 444, 449, 450, 474, 509.

Heemskerk Bzn., J., 1811-1880, advocaat te Amsterdam, medewerker aan De Gids sedert 1838 en redacteur 1850-1864, lid van de Tweede Kamer 1849-1853 en 1853-1872: V-143, 175; VI-29, 40, 68, 99, 131, 260, 383, 431, 470; VII-20, 143, 173, 175, 177, 179, 189, 190, 215, 268, 269, 275, 307, 308, 339, 435.

Heemstra, F.J.J. baron van, 1811-1878, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 8.10.1831, gepromoveerd 26.10.1835, grietman van Rauwerderhem 1837-1851: II-294, 307; III-26.

Heemstra, S. baron van, 1807-1864, lid van de Staten van Friesland 1830-1844, grietman van Oost-Dongeradeel 1839-1849, lid van de Tweede Kamer 1844-1849, 1849-1850 en 1862-1864, minister van Hervormde Eredienst 1848-1849, commissaris des konings in Utrecht 1850-1858 en in Zeeland 1858-1860, minister van Binnenlandse Zaken 1860-1862, minister van Staat 1862: IV-255, 272, 279, 281, 300, 330; V-45, 78, 79, 90, 105, 109, 110, 113, 118-120, 122-125, 178, 198, 199, 251, 276, 277, 285, 295, 308, 312-314, 418, 457, 458, 500; VI-395, 409, 420, 451, 477, 481, 490, 539, 553, 578, 579; VII-22, 501, 518.

Heemstra-De Waal, H.H. barones van, 1810-1857, echtgenote van S. baron van Heemstra: IV-300, 330; V-79.

Heerdt, J.C.F. baron van, 1817-1880, majoor bij het Nederlands-Indisch leger, gepensioneerd 1864, burgemeester van IJsselstein 1864-1866, van Voorburg 1866-1871 en van Hof van Delft 1871-1878, rentmeester van het Kroondomein (Schiedam) 1867-1880: VII-142.

Heeremans, F., VI-194.

Heeremans, M.T., geb. 1833, zoon van F. Heeremans, telegrafist te Rotterdam: VI-194, 195.

Heeren, A.H.L., 1760-1842, hoogleraar in de geschiedenis te Göttingen 1801-1842: I-264, 453; II-373, 406; IV-212; V-550.

Heerkens, J.N.J., 1807-1867, advocaat te Zwolle, procureur bij de rechtbank van eerste aanleg 1833-1838: I-436.

Hees - B.P. van, 1787-1860; of H.O. van -, 1813-1871, rijtuigverhuurders en stalhouders te Leiden: IV-22.

Hees, P.M.G. van, 1807-1881, algemeen secretaris van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen 1841-1881: IV-276, 288; VI-145.

Hees van Berkel, J.J. van, 1806-1854, advocaat te 's-Gravenhage, substituut-officier van justitie bij de rechtbank van eerste aanleg te Amersfoort 1837-1838, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Utrecht 1838-1840, dijkgraaf van Rijnland 1840-1854: I-191; III-42, 43, 266; IV-103, 107, 132, 230, 231, 240, 241; V-236.

Hees van Berkel-Kuijpers, J.L. van, 1771-1842, moeder van J.J. van Hees van Berkel: IV-107.

Heffter, A.W., 1796-1880, hoogleraar in de rechten te Berlijn 1832-1880: V-57.

Hegel, G.W.F., 1770-1831, hoogleraar in de filosofie te Berlijn 1818-1831: I-119, 123; II-155, 156; III-251; IV-211, 331; V-551.

Heiden Reinestein, L. graaf van, 1809-1882, kamerheer i.b.d. des konings 1838-1882, kantonrechter te Assen 1838-1867, lid van de Tweede Kamer 1849-1867, commissaris des konings in Groningen 1867-1882, curator van de hogeschool 1867-1882: VI-100, 523; VII-216, 220, 221, 232.

Heije, J.P., 1809-1876, arts te Amsterdam, letterkundige, secretaris van het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst 1843-1865, lid van de gemeenteraad 1853-1857: III-156; IV-106, 161, 162, 194, 241, 259, 275, 276; V-266; VI-238.

Heim, jhr. A.J. van der, 1809-1846, neef van J.A. van der Heim, ingeschreven als student in de letteren en de rechten te Leiden 17.8.1826, gepromoveerd in de rechten 29.1.1834, griffier van de Staten van Noord-Holland 1840-1843, griffier van de Tweede Kamer 1843-1846: I-427; IV-168, 242, 243, 253, 273, 277, 283, 284.

Heim van Duivendijke, jhr. J.A. van der, 1791-1870, ridder 1841, baron 1862, neef van A.J. van der Heim, griffier van de Staten van Zeeland 1823-1843, minister van Financiën 1843, lid van de Raad van State 1844, gouverneur van Zuid-Holland 1844-1848, curator van de hogeschool te Leiden 1845-1870, minister van Binnenlandse Zaken a.i. 15.2-1.6.1846 en 1.1-25.03.1848, commissaris des konings in Zuid-Holland 1853-1862, lid van de Eerste Kamer 1862-1865: IV-195, 201, 203, 211, 233, 314, 329, 330; V-2, 21, 90, 108, 131, 258; VI-32, 186; VII-1, 2, 21, 42.

Heine, H., 1797-1856, Duits letterkundige, sedert 1831 inwoner van Parijs: II-718; III-118, 119.

Hekker, beeldhouwer: V-30.

Hekmeijer, F.C., 1809-1886, militair paardenarts 1837-1848, leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda 1848-1851, leraar aan de veeartsenijschool te Utrecht 1851-1881: V-304, 305, 383.

Helbig, K.G., 1808-1875, leraar aan het gymnasium te Dresden 1833-1862: VI-371, 419, 443; VII-535.

Heldewier, D.O., 1840-1906, neef van M.J.L.J.H.A. Heldewier, adelborst 1855, tweede luitenant-ter-zee 1861, burgemeester van Wijk bij Duurstede 1869-1879: VI-418.

Heldewier, M.J.L.J.H.A., 1829-1880, jonkheer 1835, neef van D.O. Heldewier, zaakgelastigde te Sardinië 1860-1861 en te Turijn 1861-1862: VI-489.

Helène, 1814-1858, prinses van Mecklenburg-Schwerin: III-55.

Hellendoorn, H., 1756-1835, winkelier te Zwolle: I-321; II-254.

Hellendoorn-Weenink, G., 1766-1850, echtgenote van H. Hellendoorn: II-254, 463.

Helmers, J.F., 1767-1813, dichter: I-133.

Heloma, E. van, 1824-1912, zoon van N. van Heloma, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 26.9.1843, gepromoveerd 26.3.1849, advocaat te Zwolle: V-72, 238.

Heloma, N. van, 1798-1879, grietman van Weststellingwerf 1821-1850, lid van de Tweede Kamer 1840-1850: V-238, 315.

Helsen, C.H., 1791-1842, rooms-katholiek geestelijke: III-79.

Helst, B. van der, 1613-1670, schilder: I-330.

Helvetius van den Bergh, zie Bergh, Helvetius van den.

Hemert, D.A. Junius van, 1816-1881, jonkheer 1843, zoon van W.J. Junius van Hemert, raadsheer in het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1850-1856, resident van Batavia 1856-1859: VI-486, 487, 565, 570, 571; VII-246.

Hemert, G.C. Junius van, 1822-1887, jonkheer 1843, zoon van W.J. Junius van Hemert, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 5.5.1840, gepromoveerd 14.11.1845: IV-180, 181.

Hemert, W.J. Junius van, 1790-1858, jonkheer 1843, lid van de Tweede Kamer 1830-1842, procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof van (Zuid-)Holland 1838-1855, lid van de Eerste Kamer 1845-1849: III-332, 333, 392; IV-67, 142, 197.

Hemert, W.J. Junius van, 1821-1887, jonkheer 1843, zoon van W.J. Junius van Hemert sr., ingeschreven als student in de rechten te Leiden 5.9.1839, gepromoveerd 14.11.1845: IV-181, 212.

Hemricourt de Grunne, J.M.C.T.M. graaf d', 1769-1853, luitenant-generaal, gezant van Willem I bij de Duitse Bond 1818-1841: II-67, 68; III-203.

Hemsterhuis, F., 1721-1790, filosoof: I-299.

Hendrik, 1820-1879, prins der Nederlanden, zoon van Willem II, stadhouder van Luxemburg 1850-1879: II-392; V-203; VI-36, 267; VII-64-66, 78, 79, 400, 508.

Hendrik III, ca. 1230-1261, hertog van Brabant 1248-1261: IV-380.

Hendriks, J.W., geb. 1809, pastoor te Krommeniedijk 1851-1863: V-453.

Hendriksen, T.J. Wijnhoven, 1791-1850, boekhandelaar en boekdrukker te Rotterdam: III-2, 12, 17, 19, 20.

Hendriksz, M.A., 1804-1835, zoon van P. Hendriksz, arts, sedert 1832 op Zuiderburg bij Voorburg: II-65.

Hendriksz, P., 1779-1843, hoogleraar in de medicijnen te Groningen 1819-1832 (buitengewoon 1819-1829), directeur van Zuiderburg bij Voorburg 1832-1843: II-65; IV-106.

Hendriksz, W., 1814-1873, zoon van P. Hendriksz, arts-directeur van het geneeskundig etablissement Zuiderburg bij Voorburg 1845-1865: VI-4, 130.

Hengel, W.A. van, 1779-1871, hoogleraar in de theologie te Leiden 1824-1849: I-126, 150, 217, 335; III-123, 155, 190; IV-27, 28, 80; V-437; VI-184, 185.

Hengeveld, G.J., 1814-1894, leraar aan de veeartsenijschool te Utrecht 1853-1881: VII-124, 311, 313, 321-323, 337, 340, 341.

Hengst, J.B.J., 1817-1892, burgemeester van Beugen en Rijkevoort 1842-1857 en van Boxmeer 1844-1890, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1860, lid van de Eerste Kamer 1863-1891: V-316, 317; VI-8, 9, 13, 18, 22, 65, 187, 189, 220, 221, 250, 461, 464; VII-241.

Hengst-Tielens, H.I.P., 1827-1905, nicht van R.H. Coenegracht-Tielens, echtgenote van J.B.J. Hengst: VI-187.

Henket, N.H., 1829-1904, landmeter, werkzaam op Java 1860-1865, in dienst van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij 1865-1866, hoogleraar aan de polytechnische school te Delft 1866-1902: VII-373.

Henny, C.P., 1819-1897, advocaat te Arnhem, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1852-1854 en lid 1854-1862, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1857-1895: VI-297.

Henrard, juffrouw, hotelhoudster te Chaudfontaine: VII-237.

Henrici, G., 1772-1854, oom van J.R. Thorbecke, koopman te Osnabrück: II-78.

Henriette, zie Thorbecke, A.H.C.

Herder, J.G. von, 1744-1803, Duits letterkundige en filosoof: II-607.

Herman, zie Thorbecke, H.C.H., Thorbecke, H.R.J.J. of Thorbecke, H.W.F.

Hermes, K.H., 1800-1856, redacteur van de Kölnische Zeitung 1842-1843: IV-171.

Herodotus, ca. 484-424 v. Chr., Grieks geschiedschrijver: III-49.

Herten, Van de(r), schipper: I-301.

Hesiodus, Grieks dichter: II-182.

Hessels, J., overl. 1578, Vlaams jurist, lid van de Raad van Beroerten: II-407.

Heteren Gevers, zie Gevers, Van Heteren.

Hettema, jhr. M. (1838) de Haan, 1796-1873, advocaat te Leeuwarden, lid van de arrondissementsrechtbank 1838-1873: III-378.

Heukelom, C. van, 1822-1880, broer van F. van Heukelom, advocaat te Amsterdam, lid van de gemeenteraad 1857-1863, lid van de Tweede Kamer 1859-1866: VI-384, 385, 391, 392, 400-402, 404, 405, 408, 410, 470, 471, 478, 487, 569, 571, 572, 575-577, 579; VII-3, 47, 91, 143, 167, 192, 204, 205, 210, 214, 435, 436.

Heukelom, F. van, 1812-1872, koopman te Amsterdam, president van de Kamer van Koophandel van Amsterdam 1857-1870, lid van de raad van bestuur (voorzitter) van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen 1863-1869: VI-571; VII-94, 95, 107, 124.

Heukelom, J. van, 1813-1886, neef van L.C. Luzac, zwager van D. Tieboel Siegenbeek, textielfabrikant te Leiden, lid van de Kamer van Koophandel 1853-1878, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1862-1880, lid van de gemeenteraad 1866-1881: V-145, 536; VII-140, 386.

Heurn, J.H. van, 1716-1779, griffier der leen- en tolkamer te 's-Hertogenbosch, historicus: IV-380.

Heus, W.H. de, 1808-1872, fabrikant te Utrecht: V-415.

Heusde, J.A.C. van, 1812-1878, zoon van P.W. van Heusde, ingeschreven als student in de letteren te Utrecht 17.8.1829, gepromoveerd 14.6.1836: II-226.

Heusde, P.W. van, 1778-1839, hoogleraar in de geschiedenis, oudheidkunde, welsprekendheid, Griekse taal- en letterkunde en filosofie te Utrecht 1804-1839: I-145, 266, 392; II-52, 54, 121, 124, 146, 149, 155-157, 226, 282, 387; III-43, 44, 47, 52, 67, 120, 122-125, 131-133, 138, 166, 169, 209-211, 283, 311, 389, 394, 460, 461; IV-331; V-33.

Heuvel, A. van den, geb. ca. 1821, klerk bij de gemeente Poortugaal: V-334.

Heuvel, P. van den, 1812-1898, rechter in de arrondissementsrechtbank te Eindhoven 1854-1877, lid van de Tweede Kamer 1853-1854, 1864-1868 en 1871-1877: VII-82, 127.

Heuvel, P.H. van den, geb. 1803, boekverkoper en uitgever te Leiden: IV-289.

Hey, J. van der, 1765-1840, boekverkoper en uitgever te Amsterdam: I-170-172; III-114, 115, 117, 122, 125, 132, 135; V-80.

Heyde, J.F. van der, 1796-1854, lid van de Tweede Kamer 1849-1853 en 1854, notaris te Strijp 1850-1854: VI-9, 79, 124.

Heyliger, R.V., 1829-1875, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 8.9.1848, gepromoveerd 23.9.1854, waarnemend notaris te Batavia: VI-133.

Heyligers, G.M. Cort, 1770-1849, luitenant-generaal 1816: I-143.

Heyst, L.G. van, 1817-1889, arts te Waalwijk: V-240.

Hiddema Jongsma, G., 1806-1882, president van de arrondissementsrechtbank te Sneek 1838-1852, lid van de Tweede Kamer 1845-1849: IV-280.

Hinlopen Labberton, zie Labberton, Van Hinlopen.

Hirzel, S., 1804-1877, boekverkoper en uitgever te Leipzig: VI-214.

Hissink, L.A., geb. 1813, instituteur te Zutphen: V-315, 316.

Hobbema, M., 1638-1709, schilder: I-434.

Hobbes, T., 1588-1679, Brits filosoof: I-228.

Hoboken, A. van, 1756-1850, koopman en reder te Rotterdam, commissaris van de Nederlandse Handel Maatschappij 1831-1850: I-412; III-142.

Hoboken, A. van, 1807-1872, zoon van A. van Hoboken, reder en zeehandelaar te Rotterdam: VII-323.

Hodshon, J., 1789-1849, kolonel, commandant in de schutterij te Amsterdam 1832-1848, lid van de Staten van (Noord-)Holland 1836-1848: II-427, 428.

Hoeck, K.F.C., 1794-1877, sedert 1831 hoogleraar in de klassieke letteren en de oude geschiedenis te Göttingen (buitengewoon 1823-1831): II-407.

Hoek: VII-252.

Hoek, C.C. van der, 1793-1876, boekverkoper en uitgever te Leiden: I-83; II-225; IV-289.

Hoekwater, C., 1801-1877, lid van de (gemeente)raad van Delft 1840-1867, burgemeester van Hof van Delft en Groeneveld 1841-1867, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1850-1853, lid van de Tweede Kamer 1853-1868: VI-421, 425, 426, 523.

Hoëvell, G.W.W.C. baron van, 1778-1865, ontvanger te Delfzijl: VI-58, 138, 336.

Hoëvell, W.R. baron van, 1812-1879, zoon van G.W.W.C. baron van Hoëvell, hervormd predikant te Batavia 1836-1849, in 1849 uit Nederlands-Indië teruggekeerd, oprichter en redacteur van het Tijdschrift voor Nederlandsch Indië 1838-1863, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1862, oprichter van De Grondwet 1853, lid van de Raad van State 1862-1879: V-177, 283; VI-1, 5, 6, 11, 12, 22, 24, 67, 91, 92, 102, 133, 138, 140, 201, 207, 208, 210, 218, 219, 230, 236, 243, 261, 266, 274, 275, 284, 297, 312, 322, 330, 333, 339, 348, 382-384, 408, 410, 411, 415, 417, 418, 421, 424, 427, 430, 435, 446, 448, 452, 455, 470-472, 476, 479, 486, 489, 565, 569-574, 576, 580, 581; VII-24, 214, 215, 402, 450.

Hoëvell-Trip, A.J. van, 1812-1888, echtgenote van W.R. baron van Hoëvell: VI-243, 330, 339.

Hoeven, A. des Amorie van der, 1798-1855, hoogleraar in de theologie te Amsterdam 1827-1855: II-109; III-22; VI-171.

Hoeven, C. Pruys van der, 1792-1871, hoogleraar in de medicijnen te Leiden 1824-1862 (bijzonder 1824-1827): II-242, 422; III-155, 394; IV-27, 154; V-367.

Hoeven, H.A. des Amorie van der, 1829-1897, zoon van A. des Amorie van der Hoeven, advocaat te Batavia, (hoofd)redacteur van het Bataviaasch Handelsblad 1860-1865: VI-475.

Hoeven, J. van der, 1801-1868, hoogleraar in de natuurlijke historie te Leiden 1826-1868 (buitengewoon 1826-1835): II-21, 35, 238, 242, 255, 301, 704; III-25, 156, 225; IV-27, 148, 154; V-73, 367.

Hoeven, P. van der, 1813-1875, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 4.10.1831, gepromoveerd 22.6.1836, advocaat te Rotterdam: II-69; IV-14, 15, 148.

Höfelt, A., 1822-1901, notaris te Kampen 1853-1885: VII-195, 196.

Hoffman, L., 1793-1852, burgemeester van Brummen 1835-1852: IV-73.

Hoffmann, A.F.C., 1822-1889, lithograaf te Zwolle: V-13.

Hoffmann, J.F., 1791-1870, koopman, reder en assuradeur te Rotterdam, lid van de (gemeente)raad 1824-1866, burgemeester 1845-1866, lid van de (Provinciale) Staten van Zuid-Holland 1845-1870: V-56; VI-340; VII-40.

Hoffmann, M.A.F.H., 1795-1874, broer van J.F. Hoffmann, zwager van G. Groen van Prinsterer, koopman en assuradeur te Rotterdam, lid van de Staten van (Zuid-)Holland 1839-1844, lid van de Tweede Kamer 1844-1849, 1850-1852 en 1853-1874, lid van de Eerste Kamer 1849-1850: IV-268; V-253; VI-40, 99, 383, 523; VII-317.

Hoffmann von Hoffmannsegg, zie Hoffmannsegg, Hoffmann von.

Hofmannsegg, graaf: VI-431.

Hoffmannsegg, J.C. graaf Hoffmann von, 1766-1849: II-171, 241.

Hoffmannsegg-von Warnery, F.L. Hoffmann von, 1807-1859, echtgenote van J.C. graaf Hoffmann von Hofmannsegg: II-344, 352, 571, 611.

Hoffschmidt de Resteigne, C.E. graaf d', 1804-1873, Belgisch minister van Buitenlandse Zaken 1847-1852: V-298, 299.

Hofkes, H.E., 1794-1861, fabrikant te Almelo: VI-110.

Hofland: II-246.

Hofland, P.W., 1802-1872, koffieplanter op Java: VII-323, 397.

Hofland-Van 't Wout, H.M., 1811-1891, echtgenote van P.W. Hofland: VII-397.

Hofman Peerlkamp, zie Peerlkamp, Hofman.

Hofman, E.W., 1779-1850, directeur van het Kabinet des Konings 1829-1840: III-30.

Hofstede de Groot, zie Groot, Hofstede de.

Hogendorp, D. jhr. van, 1797-1845, graaf 1838, zoon van G.K. van Hogendorp, substituut-officier van justitie bij de hoven van assises en het parket te 's-Gravenhage 1833-1838, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van (Zuid-)Holland 1838-1845, gekozen in de dubbele Kamer maar niet toegelaten als lid 1840: III-423, 429; IV-132.

Hogendorp, jhr. F. van, 1802-1872, zoon van G.K. van Hogendorp, advocaat te 's-Gravenhage, lid van de (Provinciale) Staten van Zuid-Holland 1844-1862: VI-417.

Hogendorp, jhr. G.C. van, 1796-1816, zoon van G.K. van Hogendorp: II-192.

Hogendorp, G.K. van, 1762-1834, graaf 1815, pensionaris van Rotterdam 1787-1795, minister van Buitenlandse Zaken 1813-1814, voorzitter van de grondwetscommissie 1813-1814 en 1815, vice-president van de Raad van State 1814-1816, lid van de Tweede Kamer 1815-1825: I-24, 28, 29, 31, 37, 42-44, 48, 49, 60, 62, 78, 272, 367, 382, 409; II-15, 16, 192, 346, 355, 361, 393, 395, 420, 421, 436-440, 446, 447, 492, 499; III-275, 277, 287, 289, 329, 330, 350, 390, 530; IV-42, 83, 244, 248, 372, 376; VI-58, 76, 80, 83, 120, 121, 504-509; VII-226, 412.

Hogendorp, jhr. W. van, 1795-1838, graaf 1834, zoon van G.K. van Hogendorp: II-237, 257, 345, 433, 499.

Hogerbeets, R., 1561-1625, pensionaris van Leiden 1617-1618: III-99.

Hohenlohe-Schillingsfürst, C.K.V. vorst von, 1819-1901, voorzitter van de ministerraad van Beieren 1866-1870: VII-254.

Hohlfeldt, C.C., 1776-1849, Duits dichter: II-580.

Hoijtema, W.J. van, 1803-1873, advocaat bij het Hoog Militair Gerechtshof, substituut-advocaat-generaal 1841-1845, raadsheer 1845-1860: IV-220.

Holland, H.R.V. Fox, baron, 1773-1840, chancellor of the duchy of Lancester 1830-1834: I-44.

Holling, J. de Lorraine, 1821-1906, notaris te Delden 1867-1897, plaatsvervangend kantonrechter 1869-1877, lid van de gemeenteraad van Stad Delden 1871-1889: VII-394.

Holtius, A.C., 1786-1861, hoogleraar in de rechten te Utrecht 1831-1856 (buitengewoon 1831-1836): II-246; III-1, 30, 33, 37, 194; IV-95; VI-472.

Holtius, G., 1791-1865, broer van A.C. Holtius, inspecteur-generaal der registratie, in- en uitgaande rechten en accijnzen te Utrecht 1843-1857, staatsraad i.b.d. 1847-1862: V-500.

Holtrop, J.W., 1806-1870, onderbibliothecaris bij de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage 1831-1838 en bibliothecaris 1838-1868: II-267, 268, 282, 4211 422, 448, 449, 452, 488, 491, 492, 496, 498, 499, 529, 530, 537; III-91, 155, 157, 197; V-381; VII-19, 106.

Homan, J., 1796-1869, lid van de (Provinciale) Staten van Groningen 1847-1863 en van Gedeputeerde Staten 1849-1863: V-383.

Homerus, Grieks dichter: I-406; II-182, 183, 411.

Honert, C.A.E. van den, 1820-1901, fabrikant te Amsterdam, directeur van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij 1865-1867: VII-276.

Hooff, J. op den, 1795-1855, lid van de Tweede Kamer 1829-1838, lid van de Hoge Raad 1838-1845, vice-president 1845-1855, president 1855: III-289, 305.

Hooff, P.S.R. van, 1786-1865, generaal-majoor der genie 1831-1841, chef van de algemene directie der genie, luitenant-generaal 1841-1857: III-279; IV-71.

Hooft, jhr. D., 1788-1860, lid van de raad van Amsterdam 1813-1851, wethouder 1827-1830, waarnemend wethouder 1830-1831, lid van de Tweede Kamer 1822-1827 en 1833-1849: II-430, 453.

Hooft, jhr. G.M.C., 1810-1867, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 1.9.1827, gepromoveerd 15.2.1834, advocaat te 's-Gravenhage, surnumerair bij Buitenlandse Zaken 1835-1836, adjunct-commies titulair 1836-1839: II-282, 285; IV-84.

Hooft, J. Corver, 1779-1855, lid van de Tweede Kamer 1824-1849, lid van de Eerste Kamer 1849-1850: I-73; III-318, 329, 353, 417, 531, 532, 567.

Hooft, P.C., 1581-1647, letterkundige en historicus: III-245; IV-235.

Hooft Graafland, zie Graafland, Hooft.

Hoogeveen, H.T., 1781-1842, arts te Doesburg: II-203, 235, 242, 541.

Hoogeveen Sterck, L. van: V-309, 310.

Hooglandt, E.A., 1798-1846, notaris te Dieren 1827-1842: II-242; IV-261.

Hooglandt-Palairet, W., 1765-1856, moeder van E.A. Hooglandt: II-540.

Hooglandt-Reijke, D.M.E., 1800-1874, echtgenote van E.A. Hooglandt: IV-261.

Hoogstraten, P.F. van, 1813-1875, broer van S.A. van Hoogstraten, neef van S. van Hoogstraten, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 21.9.1830, gepromoveerd 7.12.1835, referendaris bij de Raad van State 1854-1873, buurman van J.R. Thorbecke: II-346; VI-79, 159, 160; VII-111, 149, 183, 184.

Hoogstraten, S. van, 1756-1830, lid van het Vertegenwoordigend Lichaam 1798-1801, van het Staatsbewind 1801-1805, van de Staten-Generaal 1814-1815 en van de Tweede Kamer 1815-1816: III-290.

Hoogstraten, S.A. van, 1808-1899, neef van S. van Hoogstraten, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1851-1874: VI-149.

Hoogvliet, M.J., geb. 1814-1843, doctor in de filosofie h.c. te Leiden 25.6.1839, adjutor interpretis legati Warneriani 1839-1843: IV-52.

Hoop, A. van der, 1778-1854, bankier te Amsterdam, lid van de raad 1814-1851, lid van de Eerste Kamer 1839-1849, lid van de (Provinciale) Staten van Noord-Holland 1849-1854: III-109; IV-30; V-505.

Hoop Jzn., J. van der, 1811-1894, notaris te Rotterdam 1835-1875, lid van de gemeenteraad 1851-1881: VI-305, 412.

Hoorebeke, E. van, 1816-1864, Belgisch minister van Openbare Werken 1850-1855: V-377, 406.

Hoorn, P.G. van, 1777-1850, arts te Leiden, lid van de raad 1818-1850, wethouder 1832-1850, lid van de Staten van Zuid-Holland 1840-1850: II-237, 298; V-488.

Hoorn, P.T. van, 1811-1862, zoon van P.G. van Hoorn, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.4.1828, gepromoveerd 1.7.1837: II-221, 236, 298.

Hoorn (van Burgh), jhr. J.C.R. van, 1790-1862, inspecteur der directe belastingen, lid van de Tweede Kamer 1838-1843, lid van de Raad van State 1842-1862: III-333; IV-67, 198.

Hora Siccama, zie Siccama, Hora.

Horatius, 65-4 v. Chr., Romeins dichter: IV-92, 315.

Horst, Ter, te Rijsen: VI-235.

Horst, C.L. van der, 1793-1851, secretaris van Rooms-Katholieke Eredienst 1830-1841: IV-65.

Hosteijn, A.T., 1822-1872, gepensioneerd als adjunct-commies der eerste klasse bij de provinciale griffie van Drenthe1862, burgemeester en secretaris van Havelte 1864-1866, burgemeester van Meppel 1866-1872: VII-312.

Houdet, P., 1799-1851, medicus: I-13.

Houten, Van: I-400.

Houten, S. van, 1837-1930, advocaat te Groningen, vanaf 1869 te 's-Gravenhage, leraar staathuishoudkunde aan de landhuishoudkundige school 1861-1864, lid van de gemeenteraad 1864-1869, wethouder 1867-1869, lid van de Tweede Kamer 1869-1894: VII-105, 210, 321, 478, 502, 518.

Houwing, W.H., 1834-1920, controleur der directe belastingen te Enschede 1862-1867, gehuwd met M.H. Jannink 1864, controleur te Amsterdam 1867-1868, firmant Jannink & Zonen 1868-1871, controleur der directe belastingen te Harlingen 1872-1880: VII-369.

Hovy, jhr. W.G., 1805-1886, agent van het domein te Zwolle 1828-1844, lid van de (Provinciale) Staten van Overijssel 1841-1855, kamerheer des konings 1843-1886: II-525; VI-456.

Hoynck van Papendrecht, A., 1762-1837, lid van de Staten van Holland 1820-1828, lid van de Tweede Kamer 1828-1837: III-149,158.

Hoynck van Papendrecht, A., 1819-1877, kleinzoon van A. Hoynck van Papendrecht, lid van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam 1847-1862, lid van de gemeenteraad 1851-1877, lid van de Tweede Kamer 1854-1866, wethouder 1866-1877, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1867-1877: VI-36, 99, 102, 229, 305, 470; VII-167.

Hoynck van Papendrecht, P.C., 1823-1870, broer van A. Hoynck van Papendrecht, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 21.1.1843, gepromoveerd 10.5.1856: IV-180, 332; V-43.

Hoytema, D. van, 1801-1871, secretaris-generaal van Financiën 1845-1869: VI-255, 256.

Hoytema, J.C.F. van, 1807-1889, distillateur te Culemborg, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1856-1886, lid van Gedeputeerde Staten 1868-1883: VII-389.

Huber, U., 1636-1694, hoogleraar in de rechten te Franeker 1665-1679 en 1682-1694: III-254.

Hubert, W.P., 1806-1883, ingeschreven als student in de rechten te Deventer 21.9.1826 en te Leiden 20.9.1827, gepromoveerd 30.6.1832, advocaat te Zwolle, procureur bij de rechtbank van eerste aanleg 1833-1838, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1838-1877: I-420, 436; II-2; III-221; VII-413.

Hübner, A. graaf von, 1811-1892, Oostenrijks ambassadeur te Parijs 1849-1859, minister van Politie 1859: VI-373.

Hubrecht, P.F., 1829-1902, zoon van P.G. Hubrecht, advocaat en plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, lid van de gemeenteraad 1853-1860, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1859-1870, directeur-secretaris van de Rotterdamse Bank 1863-1869, secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken 1869-1891: VI-281, 415; VII-73, 310, 345, 358, 447.

Hubrecht, P.G., 1805-1874, advocaat te Leiden, burgemeester en secretaris van Leiderdorp 1829-1867, lid van de raad van Leiden 1844-1851: II-255; IV-269.

Hucht, G.L.J. van der, 1812-1874, reder en ondernemer te Amsterdam, lid van de Tweede Kamer 1866-1871: VII-268, 273, 454.

Huet, C. Busken, 1826-1886, redacteur van de Opregte Haarlemmer Courant 1862-1868 en van De Gids 1863-1865, hoofdredacteur van de Java-Bode te Batavia 1868-1872: VII-43.

Hufeland, C.W. von, 1762-1836, arts, hoogleraar in de medicijnen te Jena 1793-1800 en daarna te Berlijn, lijfarts van de Pruisische koning: IV-229.

Huffel, C. van, zie Vanhuffel, C.

Huffel, P.G.J. van, 1769-1844, Belgisch schilder: I-228.

Hugenholtz, Ter Bruggen, dochter van I.T. ter Bruggen Hugenholtz: VII-357.

Hugenholtz, I.T. ter Bruggen, 1801-1871, eerste luitenant-ter-zee 1834, na pensionering ondernemer te Dokkum, lid van de Staten van Friesland 1847-1848, lid van de Tweede Kamer 1849-1865, lid van de Raad van State 1865-1871: V-175, 180-184, 187, 188, 193, 198, 201, 238, 342, 343; VI-8, 17, 19, 22, 37, 67, 68, 98, 100, 102, 103, 180, 181, 230, 290, 319-321, 353, 356, 357, 383, 408, 410, 420, 448-450, 470, 480, 481, 483, 543, 568; VII-26, 27, 48, 61, 70-72, 84, 86, 88, 89, 108, 117, 118, 151, 152, 155-157, 161, 162, 166, 170-173, 182, 191, 204, 205, 212-214, 228, 230, 231, 243, 248-250, 258, 289, 290, 293, 315, 317, 327, 357, 431, 501, 520, 537.

Hugenholtz, P.H., 1834-1911, hervormd predikant te Hoenderloo 1858-1861, te Renswoude 1861-1862, te Leeuwarden 1862-1866 en te Amsterdam 1866-1878: VII-150.

Hugenholtz-Fockema, H. ter Bruggen, 1804-1876, echtgenote van I.T. ter Bruggen Hugenholtz: VI-8, 321, 357, 408, 470, 480, 483, 566, 570, 579; VII-27, 57, 86, 151, 155, 156, 173, 205, 241, 243, 249, 250, 289, 290, 293, 315, 317, 357, 537, 538.

Hugenpoth tot Aerdt, C.A.L. baron van, 1825-1907, burgemeester van Groesbeek 1851-1854: V-336.

Hugenpoth (tot den Berenclaauw), A.A. baron van, 1805-1861, neef van J.B.C.J.C.C.M. baron van Hugenpoth tot den Berenclaauw, burgemeester van Herwen en Aerdt 1844-1851: V-324.

Hugenpoth tot den Berenclaauw, J.B.C.J.C.C.M. baron van, 1816-1877, neef van A.A. baron van Hugenpoth, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 2.10.1833, gepromoveerd 31.10.1836, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant 1854-1863 en raadsheer 1863-1877, kamerheer i.b.d. des konings 1857-1877: II-462, 464-468, 522; VII-296.

Hugo, zie Solger, H.C.E.W.

Huguenin, H.U., 1808-1873, lid van de arrondissementsrechtbank te Sneek 1838-1860, lid van de Tweede Kamer 1850-1853 en 1854-1855, schoolopziener in het achtste district van Friesland 1855-1860, lid van de Hoge Raad 1860-1873: VI-24, 100, 102, 154, 169, 173.

Huidekoper, A.W., 1796-1841, lid van de Tweede Kamer 1841: IV-62.

Huidekoper, P., 1798-1852, broer van A.W. Huidekoper, assuradeur te Amsterdam, lid van de raad 1835-1851, lid van de Tweede Kamer 1841-1842, burgemeester 1842-1849, lid van de Staten van Noord-Holland 1840-1841 en 1842-1850: V-220, 221, 234, 235, 286.

Hüllmann, K.D., 1765-1846, hoogleraar in de geschiedenis te Bonn 1817-1841: I-59.

Hulscher, L., 1816-1896, lid van de gemeenteraad van Deventer 1853-1864: VI-109, 244, 301.

Hulst, K. van, 1809-1881, boekverkoper en drukker te Kampen, uitgever van de Kamper Courant en van de Staatkundige Tooverlantaarn: V-10, 13, 14, 47.

Hulthem, C.J.E. van, 1764-1832, lid van de Tweede Kamer 1822-1830, curator van de universiteit van Gent 1824-1832: I-22, 52; II-6.

Humann, J.G., 1780-1842, Frans minister van Financiën 1832-1836 en 1840-1842, pair de France 1837: IV-373.

Humbert, J.E., 1771-1839, broer van D.P.G. Humbert de Superville, luitenant-kolonel titulair, verzamelaar van (hoofdzakelijk) klassieke oudheden: II-301.

Humbert de Superville, D.P.G., 1770-1849, directeur van het prenten- en beeldenkabinet aldaar 1825-1849: I-298; II-222, 249, 301, 320, 321; III-47, 48.

Hummel, J.N., 1778-1837, Oostenrijks componist: VI-463.

Hupkes, G.J., 1784-1856, logementhouder te Dieren: IV-262.

Hurgronje, A.W. Snouck, 1817-1885, zoon van J.L. Snouck Hurgronje, ingeschreven als student in de rechten te Utrecht 29.9.1834, gepromoveerd 2.12.1839: III-244, 245.

Hurgronje, J.L. Snouck, 1778-1845, lid van de Tweede Kamer 1835-1845: III-333.

Huskisson, W., 1770-1830, lid van het Britse Lagerhuis 1796-1829, minister van Handel en Marine 1823-1827 en van Oorlog en van Koloniën 1827-1828, financier: VI-144, 147, 148.

Huugjes, zie Hugenholtz, I.T. ter Bruggen en Hugenholtz-Fockema, H. ter Bruggen.

Huyds-Beckers, M.J.: VI-171.

Huyssen van Kattendijke, J.W. baron, 1782-1854, secretaris bij het Kabinet des Konings 1823-1829, hofmaarschalk 1829-1847, minister van Buitenlandse Zaken 1841-1843, minister van Staat 1843, lid van de Eerste Kamer 1844-1849: II-500; III-338; IV-86, 87, 90, 92, 102, 170, 186, 357; VII-113.

Huyssen van Kattendijke, W.F.A. ridder, 1809-1838, zoon van J.W. baron Huyssen van Kattendijke, surnumerair bij Buitenlandse Zaken 1832-1835: II-282, 285.

Huyssen van Kattendijke, W.J.C. ridder, 1816-1866, zoon van J.W. baron Huyssen van Kattendijke, eerste luitenant-ter-zee 1851, kapitein-luitenant-ter-zee 1858, gepensioneerd 1861, minister van Marine 1861-1866 en van Buitenlandse Zaken a.i. 2.1.-15.3.1864-425, 451, 490, 572, 574, 578; VII-89, 112, 113, 134, 143, 533.

Huyssen van Kattedijke-barones van Nagel, G.O.F.S., 1822-1883, echtgenote van W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke: VII-143.