Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Kaars Sypesteyn, zie Sypesteyn, Kaars.
Kaathoven, C.W.H. van, 1796-1879, arts te Leiden, lid van de (gemeente)raad 1845-1869: I-4, 6, 8; II-350, 534; III-38, 113; IV-155; V-536, 537; VII-409.
Kaathoven-Pompe, D.A.E. van, 1807-1888, echtgenote van C.W.H. van Kaathoven: VII-409.
Kaatje, dienstbode van J.R. Thorbecke: IV-262.
Kaay, W. van der, 1831-1918, rechter in de arrondissementsrechtbank te Alkmaar 1862-1874, lid van de gemeenteraad 1862-1874, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1871-1874: VII-211, 215.
Kaiser, F., 1808-1872, hoogleraar in de sterrenkunde te Leiden 1840-1872 (buitengewoon 1840-1845): IV-27.
Kalff, J., 1821-1903, president van de arrondissementsrechtbank te Almelo 1856-1871, lid van de Tweede Kamer 1868-1871, raadsheer in de Hoge Raad 1871-1897: VII-268.
Kamminga, F.C., scheepskapitein: VI-414.
Kampen, N.G. van, 1776-1839, hoogleraar in de Nederlandse letteren en geschiedenis te Amsterdam 1829-1839: I-148, 290, 307; II-49, 245; III-126, 271, 359, 360.
Kampen, P.N. van, 1818-1888, zoon van N.G. van Kampen, boekverkoper te Amsterdam, uitgever van De Gids sedert 1841: V-84.
Kan: VI-122.
Kann, E., 1810-1890, bankier en effectenmakelaar 's-Gravenhage: VI-110, 113, 329, 346, 368, 369.
Kant, I., 1724-1804, Duits filosoof: IV-331.
Kanter, J.H. de Laat de, 1825-1883, procureur te Goes 1854-1877, lid van de Tweede Kamer 1864-1866: VII-224.
Kappeyne van de Coppello, zie Coppello, Kappeyne van de.
Karel: VI-463.
Karel, 1771-1847, hertog van Teschen, aartshertog van Oostenrijk: I-105.
Karel IV, 1748-1819, koning van Spanje 1788-1808: III-494, 496, 497.
Karel V, 1500-1559, koning van Spanje 1516-1555, Duits keizer 1519-1555: II-3, 8, 9, 413, 471; III-56, 206; IV-42, 379, 380, 385; VII-414.
Karel X, 1757-1836, graaf van Artois, koning van Frankrijk 1824-1830: I-112, 128, 265, 376, 455; II-6; III-330, 359; IV-34.
Karel Albert, 1798-1849, koning van Sardinië 1831-1849: I-396.
Karel Alexander van Saksen-Weimar, 1818-1901, erfhertog, gehuwd met prinses Sophie 1842: IV-149.
Karel Augustus, 1757-1828, (groot)hertog van Saksen-Weimar 1775-1828: II-692.
Karel de Grote, 742-814, koning der Franken 768-814, Rooms keizer 800-814: II-413, 632.
Karel de Stoute, 1433-1477, hertog van Bourgondië 1467-1477: II-522.
Karnebeek, jhr. H.P. van, 1830-1879, referendaris bij het departement van Oorlog 1861-1870, lid van de Algemene Rekenkamer 1870-1879: VII-320.
Karoline, zie Solger, E.O.H.C.
Kars, scheepskapitein: VI-332, 334, 339, 350, 351.
Karsten, S., 1802-1864, rector van de Latijnse school te Amersfoort 1833-1840, hoogleraar in de klassieke letteren te Utrecht 1840-1864: III-28, 283.
Karus, zie Carus.
Kasteele, J.C. van de, 1780-1835, zoon van P.L. van de Kasteele, wethouder van 's-Gravenhage 1824-1835, lid van de Tweede Kamer 1824-1835: I-175; II-237.
Kasteele, J.C. van de, 1815-1894, zoon van J.C. van de Kasteele, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 17.9.1833, gepromoveerd 20.12.1837, advocaat te 's-Gravenhage: III-325; IV-32.
Kasteele, N.T.J. van de, 1814-1888, houthandelaar te Zutphen, vice-voorzitter van de kiesvereniging Redding door Bezuiniging, lid van de gemeenteraad 1851-1878, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1864-1886: V-133.
Kasteele, P.L. van de, 1748-1810, lid van de Staatsraad 1805-1807: III-325; IV-232.
Katchenovsky, D.I., 1827-1872, hoogleraar in de rechten te Charkov: VI-441, 442.
Kate, H.F.C. ten, 1822-1891, schilder, directeur van de teken- en schilderschool van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten 1859-1862: VII-30.
Kattendijke, zie Huyssen van Kattendijke.
Kaunitz, W.A. graaf von, 1711-1794, Oostenrijks kanselier 1753-1792: I-491.
Kayser, J., 1813-1900, Belgisch tekenaar en lithograaf, woonde en werkte in 's-Gravenhage en Utrecht 1847: V-83, 84.
Keessel, D.G. van der, 1738-1816, hoogleraar in de rechten te Leiden 1770-1815: II-69; III-47.
Keiber, J., 1783-1846, eerste luitenant, ingedeeld bij het garnizoen te Amsterdam 1832-1836: II-428.
Kemink, H.H., 1817-1861, uitgever te Utrecht: V-457, 544; VI-237.
Kemp, C.M. van der, 1799-1862, advocaat te 's-Gravenhage, plaatsvervangend kantonrechter sedert 1838: III-75, 80.
Kempen, E. van, 1812-1884, wijnkoper te Amsterdam, bestuurder/secretaris van de afdeling Koophandel van de Maatschappij Felix Meritis, lid van de Kamer van Koophandel 1859-1878, lid van de gemeenteraad 1867-1876: VI-247.
Kempen, F.J. van, 1811-1891, inwoner van Deventer, tweede luitenant der cavalerie 1836, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 11.7.1844, eerste luitenant der cavalerie 1852, gepensioneerd 1855: V-111; VI-172; VII-237, 279.
Kempen, J.J. Brest van, 1781-1841, boekverkoper en uitgever te Amsterdam: I-358, 451.
Kempenaer, J.M. de, 1793-1870, gepromoveerd in de rechten te Leiden 13.5.1816, advocaat te Arnhem, rijksadvocaat in Gelderland 1831-1848, lid van de dubbele Kamer 1840, lid van de Staten van Gelderland 1841-1844, lid van de Tweede Kamer 1844-1849 en 1853-1860, lid van de grondwetscommissie 1848, minister van Binnenlandse Zaken 1848-1849: II-222, 245; III-258, 261, 270, 430, 431, 568; IV-57, 72, 215, 255, 259, 272, 275, 279-282, 284, 299, 300, 305, 306, 308, 310, 311; V-3, 6, 7, 13, 27, 29, 42, 45, 61, 97, 102-104, 106-108, 112, 118, 119, 136, 161, 167, 178, 199, 208, 212, 217, 245, 247, 321, 500-503, 505-516, 520, 539; VI-22, 85, 297, 319, 553; VII-435.
Kempenaer, jhr. O.R. van Andringa de, 1801-1868, lid van de Staten van Friesland 1824-1850 en van Gedeputeerde Staten 1837-1850: V-448.
Kemper, jkvr. E., 1799-1871, dochter van J.M. Kemper: I-117.
Kemper, jhr. J. de Bosch, 1808-1876, zoon van J.M. Kemper, neef van A. de Vries, advocaat te 's-Gravenhage, auditeur-militair 1832-1834, substituut-officier van justitie bij de rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam 1834-1838 en bij de criminele rechtbank 1838-1841, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1841-1852, redacteur van De Tijdgenoot 1841-1845, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de (gemeente)raad van Amsterdam 1848-1852, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1853 en 1862-1868, hoogleraar in de rechten te Amsterdam 1852-1876, lid van de Tweede Kamer 1868-1869: I-191, 207; II-16-18, 71, 704; III-108, 174, 206, 226, 229, 240; IV-38, 63, 83, 103, 328; V-31, 38, 39, 215, 223, 228-230, 300; VI-186, 392; VII-213, 268, 273, 416, 499.
Kemper, jhr. J.M., 1776-1824, hoogleraar in de rechten te Leiden 1809-1824, lid van de Tweede Kamer 1817-1824: I-138, 153, 155, 156, 223; II-73, 221, 222, 243, 245, 340, 393; III-290; V-14.
Kemper, jhr. J.M., 1810-1841, zoon van J.M. Kemper, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 16.4.1828, gepromoveerd 6.5.1833: I-207.
Kemper-De Vries, C., 1772-1856, echtgenote van J.M. Kemper: I-292; II-2.
Kent, V.M.L. hertogin van, 1786-1861: III-55.
Ker(c)khoff, C.A. van, 1806-1867, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 22.9.1828, gepromoveerd 30.6.1831, notaris te Rotterdam sedert 1835: I-261, 329; II-310, 336, 513; III-392.
Kerckhoff, H.W.B., ca. 1803-1857, koopman en directeur van het Verkoophuis op de Vijgendam te Amsterdam: V-30.
Kerckhoff, P.J. van, 1813-1876, leraar aan het atheneum te Luxemburg 1837-1848, rector van de industrieschool te Maastricht 1848-1851, hoogleraar in de natuur- en scheikunde te Groningen 1851-1868: V-369.
Kerckhoven van Groenendijk, M.C.J. van de, geb. ca. 1800, arts te Velp: IV-261.
Kerens, jhr. P.A.S., 1780-1841, broer van G.D.A. Kerens de Wolfrath, lid van de Staten van Limburg 1819-1830, lid van de Tweede Kamer 1840-1841: IV-8.
Kerens de Wolfrath, jhr. E.W.A., 1822-1875, zoon van G.D.A. Kerens de Wolfrath, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 23.9.1841, gepromoveerd 27.6.1846, advocaat te Maastricht, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1859-1875: V-392, 393; VI-255.
Kerens de Wolfrath, jhr. G.D.A., 1775-1845, districtscommissaris van Maastricht 1818-1845, lid van de Tweede Kamer 1820-1826: V-393.
Kerkhove, Van den, mogelijk P. Kerkhoven, arts: VI-192.
Kerkwijk, J.J. van, 1830-1901, assistent-ingenieur van de rijkstelegraaf 1855-1866, ingenieur 1866-1875, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage 1861-1867, lid van de Tweede Kamer 1863-1901: VII-216, 218, 223-225, 538.
Kerstens, A., 1818-1870, advocaat te Breda, lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant 1856-1870, burgemeester van Breda 1862-1870: VII-26.
Kerstens, H.C.F., 1821-1887, griffier van het kantongerecht te Boxmeer 1844-1870, lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant 1850-1871, lid van de Tweede Kamer 1860-1871: VI-203, 523.
Kesteloot, J.L., 1778-1852, hoogleraar in de medicijnen te Gent 1817-1835: I-13, 33, 36, 52, 63, 64.
Kesteloot-Nolet, J., 1779-1844, echtgenote van J.L. Kesteloot: I-64.
Kesteren, J.C. van, 1793-1860, boekverkoper en uitgever te Amsterdam: III-277, 278.
Ketwich Verschuur, H. van, 1827-1898, broer van J.D. van Ketwich Verschuur, civiel ingenieur, werkzaam bij de directie der burgerlijke openbare werken te Nederlands-Indië sedert 1856: VI-223.
Ketwich Verschuur, J.D. van, 1819-1887, advocaat en procureur te Zwolle, redacteur van Overijssel, van de Provinciale Overijsselsche Courant 1845-1853, sedert 1851 lid van de gemeenteraad, wethouder 1851-1859: V-114, 174, 337, 380; VI-112, 145, 164, 165, 222, 223, 233, 257, 265, 266, 423-425, 451, 452, 455, 456; VII-36.
Keuchenius, L.W.C., 1822-1893, raadsheer in het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1851-1853, met verlof in Nederland 1853-1859, fungerend secretaris-generaal van Koloniën 1854-1859, lid van de Raad van Nederlands-Indië 1859-1865, lid van de Tweede Kamer 1866-1868, advocaat en procureur te Batavia 1869-1879: VI-278, 382; VII-175, 207, 213, 216, 220, 267, 437, 438.
Keverberg van Kessel, C.L.G.J. baron van, 1768-1841, prefect van de Boven-Eems 1811-1813, gouverneur van Antwerpen 1815-1817 en van Oost-Vlaanderen 1817-1819, lid van de Raad van State 1819-1830 en 1840-1841, ambteloos sedert 1830: II-41, 146, 149, 355, 391, 399, 404, 476; III-200, 205, 235, 236, 305, 309, 318, 345, 351, 354, 356, 363, 368, 431.
Keyzer, L., 1807-1857, redacteur van het Algemeen Handelsblad 1845-1857: VI-145, 286.
Kiehl, scheepskapitein: VI-313.
Kiehl, E.J., 1827-1873, zoon van W.F.P. Kiehl, praeceptor aan het gymnasium te Leiden 1851-1855, redacteur van Mnemosyne 1852-1854, hoogleraar in de klassieke talen te Deventer 1854-1864, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 6.1.1859, gepromoveerd 21.9.1863, leraar aan de rijks hogere burgerschool te Groningen 1864-1867 en te Middelburg 1867-1873: VI-134, 182, 245, 277, 280, 281, 300, 301, 318, 319, 321, 324, 335, 336, 346, 351, 352, 365, 373, 397, 399, 400, 409, 410, 414, 417, 420, 421, 427, 435-438, 440, 441, 444-446, 465, 467-469, 478; VII-100, 228, 234, 237, 339, 405.
Kiehl, H.M.A., 1838-1919, dochter van W.F.P. Kiehl: VII-240.
Kiehl, W.F.P., 1798-1876, arts en filosoof te 's-Gravenhage, inspecteur voor het geneeskundig staatstoezicht in Utrecht en Gelderland 1865-1876: I-189; II-65; III-60; IV-211, 223-225, 256; VI-469; VII-197, 198.
Kien, N.P.J., 1800-1879, lid van de (gemeente)raad van Utrecht 1829-1867, burgemeester 1839-1878, lid van de Provinciale Staten 1850-1878, lid van de Tweede Kamer 1845-1849 en 1854-1875: VI-99, 108, 149, 319, 523; VII-251.
Kijmmell, G.R.W., 1819-1887, ambtenaar bij de provinciale griffie van Drenthe 1840-1851, secretaris van Assen 1851-1857: V-310.
Kilaan, C., 1528 of 1529-1607, taalkundige: I-408.
Kinder, G., consul te Dresden, consul van Denemarken te Batavia sedert 1856: VI-460.
Kinder de Camarecq, A.W., 1819-1885, resident van Bagelen 1860-1862: VII-349.
Kinderen, M. der, 1794-1838, redacteur van De Onpartijdige: I-391, 398; III-108.
Kinderen, T.H. der, 1823-1898, raadsheer in het Hooggerechtshof in Nederlands-Indië 1861-1866 en procureur-generaal 1866-1869, directeur van Justitie 1869-1871, president van het Hooggerechtshof 1871-1872: VII-96.
Kindermann, J.C., 1804-1876, luthers predikant te Doetinchem 1847-1876: VI-86, 88.
Kingma Hzn., M., 1817-1900, fabrikant en kassier te Sneek, lid van de Provinciale Staten van Friesland 1850-1898 en van Gedeputeerde Staten 1850-1859 en 1863-1898, lid van de Tweede Kamer 1859-1863: VI-154.
Kinker, J., 1764-1845, hoogleraar in de Nederlandse letteren te Luik 1817-1830, daarna op wachtgeld: I-20, 25, 133, 145, 148, 314, 319, 326, 328; III-294; V-259, 551.
Kips, J., geb. 1813, sedert 1833 boekverkoper en uitgever te 's-Gravenhage: II-529.
Kist, N.C., 1793-1859, hoogleraar in de theologie te Leiden 1823-1859 (buitengewoon 1823-1829): II-18, 422; III-155, 225, 311; IV-27, 49, 206, 207; VI-406; VII-92.
Kistel, A., Duits spoorwegingenieur, ingenieur-directeur van de spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen 1862-1865: VII-125.
Klaasesz, H.B[oekhout], 1810-1876, notaris te Ternaard 1836-1872, lid van de Provinciale Staten van Friesland 1851-1867: VII-70.
Klaassen: II-202, 203, 208.
Kleijn, W.C.A. Vaupel, 1803-1872, burgemeester en secretaris van Everdingen c.a. 1844-1846, burgemeester van Schipluiden c.a. 1846-1847, van Zevenhoven en van Nieuwveen 1847-1851, van Poortugaal en van Hoogvliet 1851-1873: V-78, 334.
Klein, B.J., 1793-1832, Duits musicus: I-168.
Klein-Parthey, E., overl. 1829, echtgenote van B.J. Klein: I-168.
Kleine, F.H., 1811-1860, secretaris van Haarlemmerliede 1855-1857, burgemeester en secretaris van Haarlemmerliede en Spaarnwoude 1857-1860: VI-272, 273.
Klerck, jhr. G.J.G., 1825-1884, tweede luitenant bij het korps ingenieurs en mineurs 1843-1867, secretaris van de commissie voor de aanleg van staatsspoorwegen 1860-1863, adviseur voor de aanleg van staatsspoorwegen 1863-1876: VII-56, 67, 94, 95, 103, 146.
Kleyn, S.C.H., ca. 1819-1846, verloofde van F.C.R. Anemaet: V-47.
Klijn, H.H., 1773-1856, suikerraffinadeur en dichter te Amsterdam: I-242, 246; III-48, 248.
Kloosterziel, J., 1799-1875, landbouwer te Zwartsluis: VI-264.
Kloppenburg, J., 1790-1868, publicist te Amsterdam: VI-76, 77.
Klüber, J.L., 1762-1837, Duits jurist: V-57.
Kluit, A., 1735-1807, hoogleraar in de Nederlandse geschiedenis, het staatsrecht en de statistiek te Leiden 1778-1795 en 1802-1807: II-219, 232, 413, 704, 705; III-43; IV-140; VII-411.
Kluit, H. Provó, 1803-1860, zoon van P.W. Provó Kluit, directeur van politie te Amsterdam 1840-1850, lid van de Tweede Kamer 1850-1853, burgemeester van Amsterdam 1853, lid van de gemeenteraad 1853, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1853-1854, lid van de Hoge Raad 1853-1860: V-187, 230, 234; VI-70.
Kluit, P.C.W., zoon van W.P. Kluit, 1820-na 1883, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 12.3.1838, gepromoveerd 7.12.1844: IV-101.
Kluit, P.W. Provó, 1773-1851, neef van W.P. Kluit, substituut te Amsterdam voor de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof 1814-1838, president van de criminele rechtbank te Amsterdam 1838-1841 en van het provinciaal gerechtshof in Noord-Holland 1841-1851: II-370, 429; III-423; IV-98.
Kluit, W.P., 1769-1837, zoon van A. Kluit, neef van C.J. van Assen, directeur der posterijen te Leiden: II-388.
Kluit, W.P., 1796-1857, zoon van W.P. Kluit, directeur van het postkantoor te Leiden sedert 1837, wijnkoper, lid van de raad 1837-1851: III-253, 255, 257-259, 261, 269, 270, 441; V-168.
Kluppel, J.A., 1786-1862, lid van de (gemeente)raad van Alkmaar 1818-1862, rechter in de rechtbank van eerste aanleg 1818-1833 en president 1833-1838, president van de arrondissementsrechtbank 1838-1862, lid van de Staten van Noord-Holland 1840-1850: V-54-56.
Kluppel, M.A., 1826-1892, zoon van J.A. Kluppel, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 2.6.1845, gepromoveerd 16.2.1852, advocaat te Alkmaar: V-56.
Kluyskens, J.F., 1771-1843, hoogleraar in de medicijnen te Gent 1817-1841 (buitengewoon 1817-1829): I-2, 13, 22, 33, 52.
Kneppelhout, J., 1814-1885, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 24.6.1831-1837, rentenier en letterkundige te Leiden, sedert 1851 grondeigenaar te Oosterbeek: III-21, 28; V-178, 179; VI-49.
Kneppelhout, K.J.F.C., 1818-1885, broer van J. Kneppelhout, rentenier te Leiden: V-178, 179.
Kniphorst, G., 1790-1850, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Drenthe 1838-1850, lid van de Tweede Kamer 1832-1849: III-233; V-2.
Knobelsdorf(f), K.C.G. vrijheer von, 1767-1845, koninklijk Pruisisch stalmeester: I-439; II-115, 544, 549, 626, 630, 681; IV-57.
Knobelsdorff, F.W.A.K. van, 1810-1894, baron 1837, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 30.4.1829, gepromoveerd 27.5.1835, kamerheer i.b.d. des konings sedert 1836: II-187, 225, 231, 319, 335, 404, 500, 716; III-56, 101.
Knoop, W.J., 1811-1894, kapitein der infanterie 1840, docent aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda 1842-1852, hoofdredacteur van de Nieuwe Militaire Spectator 1849-1869, majoor 1852, luitenant-kolonel 1856, kolonel 1857, generaal-majoor 1861, luitenant-generaal 1867, lid van de Tweede Kamer 1869-1870, gepensioneerd 1872, militair historicus: V-182; VI-313, 314, 543, 572, 574-576; VII-308, 310, 403, 501.
Kobus, W., 1809-1889, koopman te Borculo, secretaris van de kiezersvereniging De Grondwet te Zutphen: VI-245; VII-174, 251.
Kock, jhr. F.L.W. de, 1819-1881, zoon van H. Merkus baron de Kock, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 2.6.1836, gepromoveerd 27.11.1840, referendaris bij het Kabinet des Konings 1847-1854 en directeur 1854-1868, particulier secretaris van Willem III 1849-1863: III-215; VI-36, 309, 489, 563, 566-570, 572, 573, 575, 577-579; VII-22, 23, 26, 27, 43, 52, 64, 65, 69, 76, 77, 80, 90, 93, 94, 156, 177, 253, 254, 514, 534, 535.
Kock, H. Merkus baron de, 1779-1845, luitenant-generaal der infanterie 1821, minister van Binnenlandse Zaken 1836-1841, minister van Staat 1841, lid van de Eerste Kamer 1842-1845: I-294; III-24, 27, 93, 139, 170, 182, 185, 215, 231, 234, 240, 241, 294, 304, 372, 425; IV-4, 11, 13, 15, 27, 28, 40, 41, 61, 341.
Kock, IJ.J.H. de, 1826-1893, advocaat te Utrecht, burgemeester en secretaris van Loenen en Loenersloot 1851-1853, burgemeester van Bunnik, van Odijk, van Rijnauwen en van Werkhoven 1853-1865: V-312-314.
Kock-Des Tombe, jkvr. A.C.C. de, 1826-1897, echtgenote van F.L.W. de Kock: VI-573.
Koekelis, J.M., 1823-1866, wijnhandelaar te Nieuwveen: VI-197, 306.
Koekkoek, dochters van B.C. Koekkoek: VI-333, 336.
Koekkoek, B.C., 1803-1862, schilder en lithograaf te Kleef: VI-333, 334, 336.
Koenen, H.J., 1809-1874, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 3.5.1827, gepromoveerd in de rechten 8.10.1831, advocaat te Amsterdam, lid van de (gemeente)raad van Amsterdam 1842-1873, wethouder 1847-1851, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1874: I-262, 263; VI-231, 232, 280, 398, 471, 472, 480; VII-255.
Koerakin, vorst A.B., 1752-1818, Russisch gezant te Parijs 1808-1812: III-500, 506.
Kok, B.J. de, 1811-1882, advocaat te Sneek, kantonrechter te Bolsward 1838-1878: III-26.
Kolk, J.L.C. Schröder van der, 1797-1862, hoogleraar in de medicijnen te Utrecht 1827-1862, regent van het Willem Arntsz Huis 1827-1862: II-89, 175; IV-43, 165; V-367; VII-17.
Königsmarck, H.K.A. graaf von, 1799-1876, Pruisisch gezant te 's-Gravenhage 1842-1861: VI-31, 161.
Konijnenburg, J. van, 1799-1875, directeur van de rijksgestichten te Ommerschans en Veenhuizen 1859-1871: VII-119.
Koning, J., 1770-1832, commies-griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam 1811-1817, griffier van het vredegerecht 1817-1832: II-6.
Koning, J.S.G., 1809-1888, notaris te Wedde 1847-1887: VII-96.
Koning, P., 1787-1834, prosector aan de universiteit van Utrecht: II-87, 89.
Kooijker, kinderen: VII-312, 353.
Kooijker, H., 1819-1870, pachter van J.R. Thorbecke: VII-312, 353.
Kool, scheepskapitein: VI-304, 313.
Kool, J.A., 1817-1873, ingenieur van de Waterstaat 1860-1863, hoofdingenieur 1863-1873: VII-56, 373.
Koopman, J.C., 1790-1855, kapitein der zee, commandant van de marine voor Antwerpen 1830-1832, in Franse krijgsgevangenschap 1832-1833: I-370, 430.
Koorders, D., 1830-1869, ingeschreven als student in de theologie te Utrecht 14.8.1847 en in de rechten 1.2.1855, gepromoveerd in de theologie 27.6.1857 en in de rechten 27.2.1860, ambtenaar der eerste klasse voor de burgerlijke dienst in Nederlands-Indië 1861-1864, directeur van de inlandse kweekschool te Bandoeng 1864-1867, met verlof naar Nederland, lid van de Tweede Kamer 1868-1869: VI-20; VII-268, 270.
Kooten, L.M. van, 1818-1885, controleur der directe belastingen te Ommen 1858-1863 en 1866, te Amsterdam 1863-1866, te Gouda 1866-1872: VII-320.
Kops, C.J. de Bruyn, 1791-1858, neef van J. Kops, fabrikant te Haarlem, lid van de (gemeente)raad 1816-1858, wethouder 1833-1836, burgemeester 1836-1858, lid van de Staten van Noord-Holland 1840-1850, lid van de dubbele Kamer 1840 en 1848: V-78; VI-235.
Kops, J., 1765-1849, neef van C.J. de Bruyn Kops, commissaris van landbouw 1800-1812 en 1813-1815, hoogleraar in de landhuishoudkunde te Utrecht 1815-1835: II-458.
Kops, J.L. de Bruyn, 1822-1887, zoon van C.J. de Bruyn Kops, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 21.4.1840, gepromoveerd 27.5.1847, advocaat te Haarlem, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1851, commies bij Financiën 1851-1859, hoofdcommies 1859-1860 en referendaris 1860-1864, oprichter en redacteur van De Economist 1852-1887, lid van de raad van toezicht op de spoorwegdiensten 1860-1864, hoogleraar staathuishoudkunde aan de Polytechnische School te Delft 1864-1873 (tijdelijk ontheven sedert 1868), lid van de Tweede Kamer 1868-1887: V-245; VI-235, 403; VII-105, 131, 133, 134, 195, 278, 350, 518, 536.
Korff, J. Bakker, 1798-1869, referendaris bij Nationale Nijverheid ressorterend onder Binnenlandse Zaken 1827-1834 en 1841-1849, onder Buitenlandse Zaken 1834-1841, redacteur van Atheneum 1836-1838: III-34, 35.
Kortebrant, zie Oudorp Kortebrant, J.
Kortenhorst, F.J.R., 1825-1879, pastoor te Veenhuizen 1859-1866 en te Heino 1866-1879: VII-119.
Korteweg, A.J., 1820-1888, ingeschreven als student in de letteren en de rechten te Leiden 18.9.1840, gepromoveerd in de rechten 15.6.1844, advocaat en plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch: IV-128; VI-426.
Koster, J.P., 1830-1886, kapitein-kwartiermeester bij de landmacht: VII-350.
Koster, L.J., zie Coster.
Kouwenberg, B., 1812-1892, instituteur te 's-Heerenberg: VI-34.
Kraan, H.G. van der, 1813-1883, secretaris van Groenlo 1851-1878 en ontvanger 1852-1872, plaatsvervangend kantonrechter 1869-1881: VII-368.
Krägen, K., 1797-1879, Pools pianist, hofpianist te Dresden: VI-382, 459, 463; VII-423.
Krause, K.C.F., 1781-1832, Duits filosoof, privaatdocent te Göttingen 1823-1831: IV-94, 190, 331; V-27; VI-48; VII-297.
Krause, L., 1781-1825, Justizrat te Berlijn, voogd over de kinderen van K.W.F. Solger: I-168; II-601, 670.
Krecke, F.W.C., 1812-1882, docent in de natuur- en werktuigkunde te Utrecht 1846-1866 en aan de technische school 1850-1866: V-218.
Kremer, P.P., geb. 1810, instituteur te Warffum, leraar aan het gymnasium te Kampen 1847-1851, conrector 1851-1868: V-75.
Kretschmar, jhr. J.A. van, 1797-1875, lid van de Staten van Gelderland 1842-1849: II-481, 540.
Krieger, F.W., 1805-1881, lector aan de klinische school te Rotterdam 1836-1848, hoogleraar in de medicijnen te Leiden 1848-1869: V-114.
Kritz, echtgenote van P.L. Kritz: II-315, 367, 382, 384, 683, 684, 691.
Kritz, P.L., 1788-1869, jurist, rechter te Dresden: II-160, 199, 278, 315, 325, 336, 337, 353, 367, 378, 386, 526.
Kroef, W.J.P., 1793-1853, advocaat te Zierikzee, lid van de (Provinciale) Staten van Zeeland 1841-1853, lid van de dubbele Kamer 1848: V-135.
Kronenberg, J.R., 1819-1847, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 31.5.1836, gepromoveerd 19.6.1841, advocaat te Deventer: IV-56.
Kroon, A.W., 1811-1893, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 7.9.1833: II-443.
Krug, W.T., 1770-1842, hoogleraar in de filosofie te Leipzig 1809-1834: II-70, 156.
Kruijff, A.L. de, 1807-1886, notaris te Voorst 1834-1886, lid van de gemeenteraad en wethouder 1853-1865: VI-165, 166, 244.
Kruijff, J. de, ca. 1811-1893, broer van A.L. de Kruijff, arts te Terwolde: VI-245.
Kruseman, A.C., 1818-1894, uitgever te Haarlem, eigenaar van het Zondagsblad 1860-1861: VI-400, 403.
Kruseman, C., broer van J.D. Kruseman, 1797-1857, schilder: I-330, 336.
Kruseman, J.A., 1804-1862, schilder, directeur van de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam 1830-1850: I-330, 336.
Kruseman, J.D., 1794-1861, inspecteur bij Koloniën 1836-1841, met bijzondere zending naar Nederlands-Indië 1841, directeur-generaal van Financiën aldaar 1843-1844, gepensioneerd, suikercontractant sedert 1845: IV-19, 22-24, 347; V-128, 129.
Kuenen, A., 1828-1891, ingeschreven als student in de theologie te Leiden 4.9.1846, gepromoveerd 28.6.1851, gepromoveerd in de letteren h.c. 2.2.1853, adjutor interpretis legati Warneriani 1851-1855, hoogleraar in de theologie te Leiden 1853-1891 (bijzonder 1853-1855): V-437, 438.
Kügelchen/Kügelgen, W. von, 1802-1867, Duits schilder: II-660.
Kühne, L.S.B., 1786-1864, Pruisisch minister van Financiën 1848-1849, lid van de Pruisische Tweede Kamer/Huis van Afgevaardigden 1852-1864: VI-94.
Kuile, Ter: VI-113, 474.
Kuile-Blijdenstein - M.G. ter, 1807-1887; of H.C. ter Kuile-Blijdenstein: VI-113.
Kuile-Blijdenstein, H.C. ter, 1816-1898, zuster van B.W. Blijdenstein, schoonzuster van H.J. van Heek: VII-360.
Küller, W.J., 1807-1871, hervormd predikant te Veenhuizen 1845-1871: VII-29, 119.
Kun, L.J.A. van der, 1801-1864, inspecteur van de Waterstaat 1849-1858, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1850-1852, hoofdinspecteur van de Waterstaat 1858-1864, lid van de commissie voor staatsspoorwegen 1860-1863: V-291, 377, 403, 411, 418; VI-379; VII-51, 85.
Kun-Nierstrasz, J.C. van der, 1804-1884, echtgenote van L.J.A. van der Kun: VII-85.
Kutsch, W., 1819-1883, advocaat te Leeuwarden: VI-100.
Kuyk, J. van, 1819-1885, lid van de (gemeente)raad van Delft 1847-1872, burgemeester 1855-1872, lid van de Tweede Kamer 1868-1875: VII-402.
Kuyper, A., 1837-1920, hervormd predikant te Beesd 1863-1867, te Utrecht 1867-1870 en te Amsterdam 1870-1874, hoofdredacteur van De Standaard 1872-1920: VII-405.