Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
M.: III-251.
Maanen, C.F. van, 1769-1846, minister van Justitie 1815-1842 (met uitzondering van 3.9-5.10.1830), minister van Staat 1842: I-230, 250, 280-282, 284, 294, 306, 308, 339, 340, 348, 350, 357, 363, 369, 373, 391, 395, 397, 398, 401, 402, 408, 409, 420, 429, 431; II-7, 12, 13, 18, 19, 56, 57, 65, 155, 163, 166, 192, 273, 275, 292, 346, 351, 355, 390, 401, 409, 420, 421, 436-440, 446, 447, 476, 477, 537; III-6, 7, 38, 39-42, 49, 63, 64, 67, 68, 70-72, 77, 85, 89-91, 100, 108, 111, 121, 129, 139, 142, 191, 203, 221, 247, 249, 252, 276, 282, 294, 304, 338, 341, 364, 365, 367, 370, 372, 376, 391, 426, 439; IV-2, 4, 5, 22, 61, 91, 97, 111-113, 115, 118, 203, 341, 368-371; V-26, 120; VI-398; VII-413.
Maanen, F.J. van, 1777-1861, broer van C.F. van Maanen, lector in de scheikunde en de farmacie te 's-Gravenhage 1806-1837, voorzitter van de stedelijke commissie van geneeskundig toezicht 1831-1861, referendaris bij de Raad van State 1828-1831, raadadviseur voor de geneeskunde bij Binnenlandse Zaken 1832-1848: I-377; II-61; IV-106, 185, 194; V-114.
Maanen, G.A.G. van, 1801-1871, zoon van C.F. van Maanen, advocaat-generaal bij het Hooggerechtshof 1833-1838 en bij de Hoge Raad 1838-1845, procureur-generaal idem 1845-1871: II-16; III-40; V-26; VI-327.
Maanen, J.M. van, 1801-1890, neef van C.F. van Maanen, advocaat te 's-Gravenhage, substituut-officier van justitie bij de rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam 1834-1838: II-17, 18.
Maas Geesteranus, A.M., 1836-1899, neef van W.P.J. Maas Geesteranus, burgemeester van Hillegom 1861-1865, burgemeester en secretaris van Hillegersberg en Bergschenhoek 1865-1869, hoofdredacteur van Het Vaderland 1869-1871: VII-293.
Maas Geesteranus, W.P.J., 1807-1853, gepensioneerd kapitein der artillerie te Amersfoort, lid van de (gemeente)raad 1848-1853, wethouder 1852-1853: V-257, 261.
Macaulay, T.B., 1800-1859, Brits geschiedschrijver: VI-172.
Machiavelli, N., 1469-1527, Florentijns politicus en historicus: I-384; II-309, 335, 352; III-4.
Mackay (van Ophemert), A. baron, 1806-1876, advocaat te 's-Gravenhage, kamerheer van de prins en prinses van Oranje 1835-1840 en van de koningin 1840-1846, referendaris bij de Raad van State 1840-1850, lid van de Tweede Kamer 1848-1849 en 1850-1862, vice-president van de Raad van State 1862-1876, minister van Staat 1865: III-282; IV-227; V-136, 141, 146, 246; VI-22, 39, 99, 291, 295, 420, 523, 533, 567, 571, 580; VII-10, 75, 111, 143, 233, 275, 282, 284, 285, 365, 428, 432, 450, 534.
MacPherson, P.D.E., 1792-1846, eerste referendaris bij de Raad van State 1828-1838 en lid 1838-1845: III-220.
Macquelijn, M.J., 1771-1852, hoogleraar in de medicijnen te Amsterdam 1824-1841 (gaf college tot 1843): IV-27, 82; V-142.
Macquelijn-Van Egmond, P.J., ca. 1776-1857, echtgenote van M.J. Macquelijn: V-142.
Madvig, J.N., 1804-1886, hoogleraar in de klassieke letteren te Kopenhagen sedert 1829: III-272.
Maesen de Sombreff, jhr. P.T. van der, 1827-1902, advocaat te Maastricht, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1853-1862 en van Gedeputeerde Staten 1856-1862, minister van Buitenlandse Zaken 1862-1864, lid van de Tweede Kamer 1864-1873: VI-579; VII-9, 15, 16, 31, 32, 42, 44, 54, 55, 63-67, 69, 75-77, 80-82, 85, 86, 88, 93, 97, 98, 126, 130, 225, 244, 245, 247, 249, 262-264, 268, 295, 296, 308, 338, 339, 533.
Maesen de Sombreff-De Ceva, E.L.C.E. van der, 1825-1913, echtgenote van P.T. van der Maesen de Sombreff: VII-245, 263, 264.
Mager, V., zanger: I-411.
Magnée, R.M.A., 1793-1858, inwoner van Horn, fabrikant te Roermond, lid van de Provinciale en van Gedeputeerde Staten van Limburg 1850-1858: VI-191.
Mahmoed II, 1785-1839, sultan 1808-1839: I-404.
Mahne, D., 1811-1852, zoon van W.L. Mahne, student in de medicijnen te Gent, ingeschreven te Leiden 28.9.1831, apotheker te Amsterdam in 1836: I-21, 22; II-377.
Mahne, E.H., 1802-1854, zoon van W.L. Mahne, medicus: I-13, 21, 22, 32, 33, 198.
Mahne, M.A., 1797-1835, zoon van W.L. Mahne, boekdrukker te Gent, daarna te Vlissingen: I-22, 32, 33, 51.
Mahne, W.L., 1772-1852, hoogleraar in de klassieke letteren te Gent 1817-1830 en te Leiden 1831-1842: I-9, 13-16, 21, 22, 32-34, 48, 51, 52, 56, 63, 67, 69, 103, 116, 133, 136, 137, 141, 150, 155, 156-158, 197, 198, 302; II-124, 242, 244, 249, 257, 377, 522; IV-16, 84, 263.
Maillart, A.L., 1817-1871, Frans componist: VII-129.
Malecotius, H., 1777-1851, raadadviseur bij de opperhoutvesterij 1844-1851: V-158, 159.
Malou, J.E.F.X., 1810-1886, directeur van de Société Générale 1848-1871, lid van de Belgische Senaat 1862-1874, minister van Financiën en voorzitter van de ministerraad 1871-1878: VII-235, 236.
Maltitz, J.F.G.F. baron von, 1794-1857, Russisch gezant te 's-Gravenhage 1837-1854: III-166, 219, 370, 438.
Maltzan, J.K.L.M. graaf von, 1793-1843, Pruisisch gezant te 's-Gravenhage 1832-1834: I-358, 363, 368.
Man, De, zoons van M.J. de Man: VI-33.
Man, E. de, 1817-1893, advocaat te Breda, lid van de gemeenteraad, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1861-1893, burgemeester 1870-1893: VII-337, 391.
Man, H.P.G.M. de, 1814-1879, zoon van M.J. de Man, advocaat en procureur te Nijmegen, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1856-1870: VI-33, 333.
Man, J.G. de, 1815-1880, zoon van M.J. de Man, eervol ontslagen als luitenant-ter-zee in 1856, ambteloos te Amsterdam: VI-333.
Man, M.J. de, 1788-1854, advocaat te Nijmegen, lid van de Tweede Kamer 1840-1850 en 1850-1854: V-235, 283, 539; VI-18, 22, 33, 38, 67, 68, 143, 265, 266, 333.
Man-Quack, A.C. de, 1792-1835, echtgenote van M.J. de Man: VI-33.
Manger Cats, zie Cats, Manger.
Manteuffel, O.T. vrijheer von, 1805-1882, Pruisisch minister-president en minister van Buitenlandse Zaken 1850-1858: VI-94.
Marchant d'Ansembourg, L.M.F.G.M.O. graaf de, 1811-1883, lid van de (Provinciale) Staten van Limburg 1843-1877: VI-40.
Marchie van Voorthuysen, zie Voorthuysen, Du Marchie van.
Marcus, F.A., 1793-1857, boekverkoper en uitgever te Bonn: I-31, 57, 59, 76, 79, 82.
Marees van Swinderen, zie Swinderen, De Marees van.
Mareska, D.J.B., 1803-1858, docent scheikunde aan de vrije faculteiten te Gent: I-22, 79.
Marheineke, P.K., 1780-1846, hoogleraar in de theologie te Berlijn sedert 1811: II-149.
Maria, 1836-1902, aartshertogin van Oostenrijk, echtgenote van Leopold, hertog van Brabant, sedert 1853: VI-26.
Maria, 1841-1910, prinses van Oranje-Nassau, dochter van prins Frederik, trouwde op 18.7.1871 met W.A.M.C. vorst zu Wied: VII-538.
Maria II de Gloria, 1819-1853, dochter van Pedro IV, koningin van Portugal onder regentschap 1826-1834: I-287; II-6.
Maria Christina, 1806-1878, echtgenote van Ferdinand VII, regentes van Spanje 1833-1840: II-10.
Marie, zie Solger, M.F.E.E. of Thorbecke, M.
Marie, 1813-1839, prinses van Orleans, dochter van Lodewijk Filips: III-102, 249.
Marinoni, F.E.F., geb. 1811, zangeres, echtgenote van H. Box sedert 1841: III-424, 425; IV-49, 60.
Marle, C. van, 1783-1859, redacteur van de Algemeene Nederlandsche Courant sedert 1816, zonder betrekking sedert 1830, inspecteur bij de Waarborg van gouden en zilveren werken 1834-1840: I-489-492.
Marle, H.W. van, 1806-1880, advocaat te Deventer, notaris 1835-1873: VI-230, 233.
Marlet, P.G.H., advocaat, redacteur van Le Réformateur du Lot et du Cantal, uit Frankrijk verbannen 1851: V-373, 374.
Marnix van Sint Aldegonde, F. van, 1540-1598, letterkundige: VI-179, 182.
Marschem, te Dresden: II-665.
Marshall, J., 1783-1841, Brits statisticus: I-387.
Martin, P.H., 1831-1882, directeur van de diergaarde te Rotterdam 1857-1866: VI-416.
Martinus, F., 1822-1896, voerman te 's-Gravenhage: VI-177.
Marum, M. van, 1750-1837, directeur van de musea van Teylers Fundatie te Haarlem, secretaris van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen: III-187.
Mary, zie Thorbecke, M.
Massow, jhr. F. van, 1798-1876, broer van G.C.J. van Massow, geroyeerd uit de Nederlandse adel 1837: III-158, 159.
Massow, jhr. G.C.J. van, 1794-1852, baron 1844, advocaat te 's-Gravenhage, lid van de raad te Leiden 1845-1848: III-159.
Mastboom, J., 1785-1862, advocaat te Oud-Gastel, burgemeester van Oud- en Nieuw-Gastel 1852-1862: V-374.
Mastboom, J., 1796-1862, broer van J. Mastboom, lid van de dubbele Kamer 1840, burgemeester van Breda 1853-1862: III-568; IV-245; VII-25.
Masui, J.B., 1798-1860, ingenieur van de Waterstaat, directeur-generaal bij het Belgisch ministerie van Openbare Werken sedert 1850: V-403.
Mathei/Matthei, F.J.W., 1818-1857, fabrikant te Roermond: VI-191.
Matthes, C.J., 1811-1882, zoon van H.J. Matthes, hoogleraar in de wis- en natuurkunde te Deventer 1842-1847 en te Amsterdam 1847-1881: V-367.
Matthes, G., 1815-1871, zoon van H.J. Matthes, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 23.2.1833, gepromoveerd 18.6.1839, advocaat, later procureur te Gorinchem 1840-1864, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1864-1871, benoemd tot raadsheer in de Hoge Raad 1871: II-443.
Matthes, H.J., 1780-1854, luthers predikant te Leiden 1828-1854: I-147, 151.
Matthiessen, zie Sandenbergh Matthiessen.
Matusjevitsj (Matuchewitz), A.J. graaf, overl. 1842, Russisch gevolmachtigde te Londen 1829-1835: I-254, 363.
Maurits, zie Johan Maurits.
Maurits, 1567-1625, prins van Oranje, stadhouder 1585-1625: III-80.
Maximiliaan, 1832-1867, aartshertog van Oostenrijk, broer van Frans Jozef I, gouverneur-generaal van het Lombardisch-Venetiaans koninkrijk 1857-1859: VI-270.
Maywald, W., hotelier te Kleef: VI-33, 34.
Mazarin, J., 1602-1661, hertog van Nevers 1659, Frans kardinaal 1641, eerste minister 1643-1661: VI-238, 239.
Mazel, J.Z., 1792-1884, commies bij Buitenlandse Zaken met de persoonlijke titel van referendaris 1823-1837, referendaris en raad van legatie sedert 1837, in 1838 naar Parijs gezonden als waarnemend secretaris van legatie en zaakgelastigde, secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken 1841-1863, directeur van het Mauritshuis 1841-1874: III-206; V-403, 411.
Mazure, M., 1817-1887, burgemeester van Groede 1845-1880: V-263.
Mazzini, G., 1805-1872, Italiaans nationalist en republikein: I-432.
McCulloch, J.R., 1789-1864, Schots econoom en statisticus: III-134.
Mecklenburg-Schwerin, zie Helène.
Meel, Van: VII-85.
Meer, A. van der, 1813-1893, kruidenier te Deventer: V-148.
Meer, O.A. van der, 1797-1836, adjunct-commies bij de provinciale griffie te Leeuwarden, griffier van het vredegerecht 1835-1836: II-192.
Meerbeke, Van: I-80.
Meerbeke, J.J. van, 1827-1903, substituut-officier bij de arrondissementsrechtbank te Nijmegen 1862-1866 en te Amsterdam 1866-1868, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1868-1871, raadsheer in de Hoge Raad 1871-1899: VII-288, 289, 295, 296, 306, 447.
Meerman, G., 1722-1771, pensionaris van Rotterdam 1748-1766, publicist: II-5.
Meerten, L.A. van, 1769-1855, fabrikant te Delft, lid van de raad 1828-1851: V-368.
Mees, R.A., 1789-1866, bankier te Rotterdam, lid van de (gemeente)raad 1843-1859: VI-316.
Mees, R.A., 1844-1886, zoon van W.C. Mees, ingeschreven als student in de wis- en natuurkunde te Utrecht 21.9.1863, gepromoveerd 12.6.1867, hoogleraar in de wis- en natuurkunde te Groningen 1868-1886: VII-289.
Mees, W.C., 1813-1884, zoon van R.A. Mees, ingeschreven als student in de rechten te Utrecht 6.7.1830, gepromoveerd 22.11.1838, advocaat te Rotterdam, secretaris van de Kamer van Koophandel 1843-1849, secretaris van de Nederlandsche Bank 1849-1863 en president 1863-1884, president-curator van de hogeschool te Utrecht 1869-1884: III-239, 263; V-104, 415, 500, 507; VI-317; VII-20, 275, 283, 288, 289, 305, 306, 393, 403, 417, 446.
Meester, G.A. de, 1817-1864, advocaat te Harderwijk, secretaris 1842-1855, lid van de (Provinciale) Staten van Gelderland 1848-1862, burgemeester 1855-1864, lid van de Tweede Kamer 1862-1864: V-283; VI-461; VII-36.
Meeter, E., 1818-1862, sergeant bij de infanterie 1836-1839, journalist, redacteur van De Tolk der Vrijheid 1840-1841: III-405.
Meetsma, H., 1787-1854, buurman van J.R. Thorbecke, rentenier: VI-159.
Meeussen, K.A., 1815-1884, advocaat te Breda, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank en lid 1855-1862, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1862, minister van Rooms-Katholieke Eredienst 1.2-1.7.1862, lid van de Raad van State 1862-1882: V-138, 143; VI-22, 28, 86, 290, 297, 470, 487, 489, 490, 523, 567, 571-575; VII-146, 147, 149, 190, 191, 194, 212, 213, 219, 230, 296, 337, 437, 446, 510, 512.
Meeuwen, jhr. E.J.P. van, 1802-1873, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant 1838-1845 en procureur-generaal 1845-1846, gouverneur/commissaris des konings van/in Limburg 1846-1856, lid van de Eerste Kamer 1856-1871: IV-104; V-292, 327, 329, 331, 392, 393, 416, 417, 500; VI-61, 192, 250, 251; VII-420, 421.
Meeuwen-Hanssen, C.T. van, 1806-1852, echtgenote van E.J.P. van Meeuwen: V-330; VII-421.
Mehemet Ali, 1769-1849, pasja van Egypte 1805-1849: I-404.
Meijboom, J.C., 1826-1908, burgemeester en secretaris van Rijnsburg 1856-1904: VII-17.
Meijer, J.G., 1828-1914, secretaris van Groede 1853-1881: V-263.
Meijlink, A.A.J., 1797-1863, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.5.1828 (in 1829 ook ingeschreven te Gent), gepromoveerd te Leiden 13.4.1832, advocaat te 's-Gravenhage, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1853-1854, lid van de Tweede Kamer 1854-1863: I-115; VI-15, 124, 297, 431, 523.
Meinesz, A., 1814-1884, burgemeester van Sloten 1843-1851 en van Schoterland 1851-1878: V-346, 347.
Meinesz, S.A. Vening, 1833-1909, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 22.1.1852, gepromoveerd 18.6.1856, advocaat te Amsterdam, redacteur van het Algemeen Handelsblad 1857-1866, lid van de gemeenteraad 1866-1875, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1868-1874, wethouder 1869-1872: VI-286; VII-307, 308.
Mejan, G.W. Verweij, 1797-1850, advocaat te 's-Gravenhage, opgenomen in het bankiershuis fa. Jochems en Zn., lid van de Tweede Kamer 1835-1850: II-31, 237, 257; III-344, 353, 356, 362, 370, 382, 383, 388, 431-433, 537; IV-6, 36, 117, 143, 146, 198, 199, 204, 241, 243, 253, 260, 272, 286, 303, 311, 332; V-83, 135, 136, 144, 147, 500.
Mejan, W.C. Verweij, 1825-1899, zoon van G.W. Verweij Mejan: IV-332.
Melbourne, W. Lamb, burggraaf, 1779-1848, Brits eerste minister 1835-1841: III-129.
Melchers, J.L., geb. 1826, gepromoveerd in de rechten te Leiden 2.6.1848: V-106.
Melsen, A.N.B. van, 1820-1876, advocaat en procureur te Maastricht: VI-171.
Mendelssohn, F.J.L., (zich noemend Mendelssohn-Bartholdy) 1809-1847, Duits componist: III-188; VI-447; VII-119.
Mennais, de La, zie Lamennais.
Mensert, W., 1780-1848, oogarts te Amsterdam: I-223.
Menso, H., 1791-1872, wethouder van Rhenen, lid van de Tweede Kamer 1842-1848, burgemeester 1843-1872: IV-313; V-2.
Mensonides, H., 1814-1881, burgemeester van Hensbroek 1848-1879 en van Obdam 1852-1879, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1856-1860, lid van de Tweede Kamer 1860-1868: VI-523; VII-268, 273.
Menzel, W., 1798-1873, publicist en criticus: III-251.
Meppen, K.N., 1805-1869, luthers predikant te 's-Gravenhage 1839-1869: VI-36, 170, 337.
Merck, J.H., 1741-1791, Duits letterkundige: II-557, 558.
Merens, D., 1801-1884, advocaat te Hoorn, kantonrechter te Zaandam sedert 1832: I-293.
Merkes van Gendt, J.G.W., 1798-1859, jonkheer 1846, majoor der genie 1841, luitenant-kolonel 1850: V-227.
Merkus de Kock, zie Kock, Merkus de.
Merle d'Aubigné, J.H., 1794-1872, hoogleraar in de theologie te Genève 1831-1872: VI-299.
Merlen, jhr. B. van, 1800-1890, kolonel der cavalerie 1852, generaal-majoor 1855, gepensioneerd 1857: VI-319.
Merry, zie Solger, M.F.E.E. of Thorbecke, M.
Mersen Senn van Basel, zie Senn van Basel, Mersen.
Mess, J., 1791-1842, zoon van M.P.G. Mess: IV-139.
Mess, M.P.G., 1761-1847, secretaris van het hoogheemraadschap Rijnland 1818-1847: IV-139.
Mess, P.M., 1816-1891, arts te Leiden 1841-1853, badarts te Scheveningen 1853-1888: VI-441, 442; VII-158, 359, 363, 523.
Messchert van Vollenhoven, zie Vollenhoven, Messchert van.
Metdepenningen, H.D., 1799-1881, advocaat te Gent, lid van de raad 1830-1848, medewerker aan Le Messager de Gand: I-228; III-284; IV-3.
Metelerkamp, R.J.C., 1810-1872, lid van de Provinciale en van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland 1850-1872: VI-293, 425.
Metman, L., 1808-1860, advocaat te 's-Gravenhage, lid van de Tweede Kamer 1850-1853, regeringscommissaris in Suriname 1860: V-132, 404; VI-29, 40, 99, 102, 144, 235, 248, 257, 265, 266, 279, 310, 316, 317, 343.
Metsu, G., 1629-1667, schilder: I-434.
Metternich-Winneburg, K.W.N.L. vorst van, 1773-1859, Oostenrijks minister van Buitenlandse Zaken 1809-1848, kanselier 1821-1848: I-379, 454; II-62, 502, 571, 700; III-88, 194, 212, 213, 315, 370, 474, 475; IV-186; V-113, 523.
Meulen, E. ter, 1830-1900, secretaris van Enschede 1866-1900: VII-362.
Meulen, R.J. van der, 1768-1849, hervormd predikant te Amsterdam 1813-1849: I-400.
Meurs, C.T. van, 1799-1894, majoor der artillerie 1842, luitenant-kolonel 1853, kolonel 1855, generaal-majoor 1857, minister van Oorlog 1858-1859, gepensioneerd 1861: VI-310.
Meurs, H.F. van, 1807-1887, burgemeester van Harderwijk 1850-1855: V-283.
Meursinge, A., 1812-1850, doctor in de letteren h.c. te Leiden 1839, adjutor interpretis legati Warneriani 1839-1846, leraar in de taal, land- en volkenkunde van Nederlands-Indië aan de Koninklijke Academie te Delft 1843-1850: IV-52.
Mey van Streefkerk, jhr. J.G. de, 1754-1844, burgemeester van Leiden 1817-1843, curator van de hogeschool 1817-1843: II-432.
Mey van Streefkerk, J.G. baron de, 1782-1841, zoon van J.G. de Mey van Streefkerk, secretaris van Staat 1818-1835 (waarnemend 1818-1823), minister van Staat 1835: I-69, 83, 138, 140, 207, 250, 401; II-5, 37-40, 42-44, 46, 108, 162, 245, 271, 272, 274, 284, 289, 292, 298, 307, 310, 311, 323, 375, 388, 430-432, 434, 440; III-7, 23, 26, 39, 71, 91, 164, 176, 231-234, 339, 390.
Meyboom, L.S.P., 1817-1874, hervormd predikant te Hornhuizen en Kloosterburen 1840-1844 en te Stiens 1844-1846: IV-255, 257.
Meyer, zie Mijer, P.
Meyer, logementhouder te Emden: VII-103.
Meyer, jhr. A.F., 1769-1845, luitenant-generaal 1826: I-292.
Meyer, E.H.F., 1791-1858, hoogleraar in de botanie te Koningsbergen 1826-1858 (buitengewoon 1826-1829): I-119-124.
Meyer, J.D., 1780-1834, advocaat te Amsterdam: I-61, 62, 272, 423; II-175; III-279; V-150, 450; VII-412.
Meyer, W.H., 1785-1873, arts te 's-Gravenhage: I-375.
Meyer Warnars, zie Warnars, Meyer.
Meyer-Thorbecke, C.F., 1787-1834, zuster van C.R. Thorbecke-Thorbecke: II-210.
Michaux, L.G., boekverkoper en uitgever te Parijs: II-399.
Michelet, K.L., 1801-1893, hoogleraar in de filosofie te Berlijn sedert 1829: III-251.
Michiels van Kessenich, jhr. F.B.H., 1802-1881, griffier van de (Provinciale) Staten van Limburg 1849-1859, lid van de Eerste Kamer 1859-1881: VII-224, 225, 421.
Michiels van Verduynen, jhr. A.H.T., 1774-1846, baron 1841, lid van de Tweede Kamer 1840-1846: IV-8.
Mieling, C.W., 1815-1903, steendrukker te 's-Gravenhage, directeur van de Algemene Landsdrukkerij 1865-1902: VI-198, 199; VII-113, 509.
Mier, F. graaf von, 1788-1857, Oostenrijks gezant te 's-Gravenhage 1820-1830: I-464; IV-354.
Mierlo, J.H. van, 1816-1905, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 22.9.1836, gepromoveerd 14.3.1840: III-384.
Mietje, zie Thorbecke, M.C.E.
Mietje: VII-522.
Mignet, A., 1796-1884, historicus, directeur van het archief van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken 1830-1848: III-205.
Miguel, dom, 1802-1866, broer van Pedro IV, riep zich uit tot koning van Portugal in 1828: I-287, 373; III-107.
Mijer, P., 1812-1881, advocaat te Batavia, referendaris bij de algemene secretarie 1835-1837, waarnemend procureur-generaal bij het Hooggerechtshof in Nederlands-Indië 1845-1846, waarnemend advocaat-fiscaal bij het Hoog Militair Gerechtshof in Nederlands-Indië 1845-1846, vice-president der beide gerechtshoven 1846-1849, procureur-generaal bij het Hooggerechtshof in Nederlands-Indië 1849-1851, advocaat-fiscaal bij het Hoog Militair Gerechtshof in Nederlands-Indië 1849-1851, lid van de Raad van Nederlands-Indië 1851-1855, minister van Koloniën 1856-1858 en 30.5-17.9.1866, lid van de Tweede Kamer 1860-1866, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië 1866-1871: II-236; V-38; VI-245, 260, 282, 302, 310, 395, 423-426, 523, 569, 576; VII-176, 189, 192-194, 196, 201, 202, 206, 207, 209, 217, 437, 438.
Milder, P.A., 1785-1838, Oostenrijks zangeres: I-168.
Mill, J.S., 1806-1873, Brits filosoof en econoom: VII-479.
Millard, J., 1819-1888, oud-suikerfabrikant te Amsterdam: VII-452.
Milliard, F.W., 1800-1881, notaris te Roermond 1825-1881: VI-191, 248.
Milton, J., 1608-1674, Brits letterkundige: II-411.
Minne, J.B., 1796-1856, advocaat te Gent, lid van de raad: I-157.
Miollis, S.A.F., 1759-1828, Frans generaal, gouverneur van Rome 1807-1814: III-492.
Miquel, F.A.W., 1811-1871, arts aan het buitengasthuis te Amsterdam 1834-1835, lector in de medicijnen te Rotterdam 1835-1846, hoogleraar in de botanie te Amsterdam 1846-1859 en te Utrecht 1859-1871, voorlopig voorzitter van de Koninklijke Academie van Wetenschappen 1851-1852, directeur van het rijksherbarium te Leiden 1862-1871: II-76, 77; V-226, 227, 293, 366-368, 371, 372, 401; VII-302, 303.
Mirandolle, C.J.F., 1827-1884, advocaat te Semarang 1853-1864, lid van de gemeenteraad van Haarlem 1867-1884, lid van de Tweede Kamer 1869-1884: VII-445, 447, 450, 451, 502, 518.
Miss: VII-241.
Mittermaier, K.J.A., 1787-1867, hoogleraar in de rechten te Heidelberg 1821-1867, lid van de Badense wetgevende commissie 1827-1845, lid van de Badense Tweede Kamer 1831-1840 en 1846-1849, lid van het Vorparlement 1848, lid van het Frankfurter parlement 1848-1849: IV-103; VII-419, 420.
Modderman, A.E.J., 1838-1885, zoon van A.E.J. Modderman, gepromoveerd in de rechten te Leiden 13.6.1863, advocaat te 's-Gravenhage 1863-1864, hoogleraar in de rechten te Amsterdam 1864-1870 en te Leiden 1870-1879: VII-270, 307, 322, 324, 450.
Modderman, H.J.H., 1796-1859, advocaat te Veendam 1819-1827 en te Winschoten 1829-1843, lid van de Tweede Kamer 1840-1849, kantonrechter 1843-1847, lid van de Hoge Raad 1847-1859: IV-138.
Moens, A., 1827-1899, hervormd predikant te Sneek 1858-1866, lid van de Tweede Kamer 1866-1880: VII-502, 518.
Moerland, N., 1814-1857, officier van gezondheid der tweede klasse bij de marine 1846 en der eerste klasse 1849: V-168, 169.
Moet, J.A., geb. 1804, secretaris van Maastricht 1844-1862: V-331.
Mohl, R., 1799-1875, hoogleraar in de rechten te Tübingen 1824-1847: III-324.
Moldenhauer, F.C.A., 1805-1871: VII-282.
Moldenhauer-Thorbecke, D.B.H., 1815-1887, echtgenote van F.C.A. Moldenhauer, dochter van F.H. Thorbecke: VII-281, 282.
Molé, L.M. graaf, 1781-1855, Frans minister van Buitenlandse Zaken en eerste minister 1836-1839: III-31, 198, 250.
Moleschott, J.A.W., 1822-1893, arts te Utrecht 1845-1847, privaatdocent te Heidelberg 1847-1854, hoogleraar in de medicijnen te Zürich 1856-1861 en te Turijn 1861-1879: V-341; VI-160, 161.
Molière, 1622-1673, Frans toneelschrijver: IV-90, V-176.
Molkenboer, J.H., 1816-1854, arts en botanicus te Leiden, medewerker van het Rijksherbarium 1840-1847: V-35, 76.
Moll, A., 1786-1843, arts te Arnhem, voorzitter van de provinciale commissie van geneeskundig toezicht: II-247, 426; IV-174, 175.
Moll, G., 1785-1838, hoogleraar in de wis- en sterrenkunde te Utrecht 1812-1838: I-405, 407; II-257, 387; III-147,187.
Moll, W., 1812-1879, hoogleraar in de theologie te Amsterdam 1846-1879: VI-186, 406.
Mollerus, J.H. baron, 1750-1834, vice-president van de Raad van State 1816-1829, minister van Staat 1829: V-432.
Mollerus, W. baron, 1783-1855, zoon van J.H. baron Mollerus, gezant te Sint-Petersburg 1842-1853: V-359, 376.
Mollien, F.N. graaf, 1758-1850, Frans minister van de Schatkist 1806-1814: VI-59, 71, 77, 511.
Mollien-Mignotte, C.R. gravin, echtgenote van F.N. Mollien: VI-59.
Moncey, zie Conegliano.
Monchy, E.P. de, 1793-1883, lid van de Tweede Kamer 1843-1850, president van de Nederlandse Handel Maatschappij 1850-1874: VI-134; V-136.
Monde, N. van der, 1799-1847, boekverkoper en uitgever te Utrecht: I-187.
Mone, F.J., 1796-1871, hoogleraar in de geschiedenis en statistiek te Leuven 1827-1830, daarna teruggekeerd naar Duitsland: I-52.
Monroe, J., 1758-1831, president der Verenigde Staten van Amerika 1817-1825: III-483.
Montalembert, C.R. Forbes de Tryon, graaf van, 1810-1870, lid van de Chambre des Pairs sedert 1835: III-198, 202.
Montesquieu, C.L. de Secondat, baron van, 1689-1755, Frans jurist en politiek theoreticus: II-490.
Montijo y de Guzman, E.M. gravin de, 1826-1920, echtgenote van Napoleon III sedert 1853: V-449.
Montmorency, M.F. burggraaf van, 1760-1826, Frans minister van Buitenlandse Zaken 1821-1822: III-455.
Moorrees, J.P.G., 1814-1907, landontginner op Hohenheim (onder Apeldoorn), lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1850-1856, lid van de gemeenteraad van Deventer 1853-1856: VI-109-111.
Moraaz, S.A. de, 1795-1863, notaris te Alkmaar 1824-1863, lid van de Tweede Kamer 1849-1853: V-175, 446.
Moraaz Imans, zie Imans, De Moraaz.
Morgan, S. lady, ca. 1785-1859, Brits letterkundige: II-175.
Morren, C.F.A., 1807-1858, docent biologie en geologie aan de vrije faculteiten te Gent: I-22, 79.
Morris, G., 1752-1816, Amerikaans diplomaat en staatsman: II-232.
Mortel, J.B.H. van de, 1797-1887, lid van de Tweede Kamer 1834-1841, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant 1838-1872, lid van de dubbele Kamer 1848: V-76.
Mortemart, C.L.V. de Rochechouart, hertog van, 1787-1875, Frans luitenant-generaal 1829, lid van de Chambre des Pairs, gezant te St. Petersburg 1831-1833: I-231, 232.
Mortier, zie Treviso.
Mortier, H.C.H.E. baron, 1797-1864, neef van E.A.C.J. baron Mortier, Frans gezant te Lissabon 1833-1835 en te 's-Gravenhage 1836-1839, benoemd tot lid van de Chambre des Pairs 1835: II-375; III-180.
Mos, C.J.L., 1820-1891, zoon van G. Mos, burgemeester van Hattem 1852-1891: V-336, 357, 358.
Mos, F., 1844-1912, zoon van H. Mos, student aan de veeartsenijschool te Utrecht 1863/1864-1870: VII-313.
Mos, G., 1792-1865, burgemeester van Heumen 1825-1852: V-235, 336.
Mos, H., 1813-1892, rijksveearts te Assen: VII-313.
Mos-Prins, M.H., 1824-1889, echtgenote van C.J.L. Mos sedert 1852: V-357.
Moscheles, I., 1794-1870, Duist componist: VI-459, 463.
Motley, J.L., 1814-1877, Amerikaans diplomaat en historicus, gezant te Wenen 1861-1867 en te Londen 1869-1870: VII-538.
Moulin, du, zieDumoulin.
Mozart, W.A., 1756-1791, Oostenrijks componist: II-100, 114, 138, 596; VI-369, 430, 447, 459, 461, 463; VII-205, 531.
Mulder, C., 1796-1867, hoogleraar in de scheikunde te Groningen 1841-1866: V-367, 368.
Mulder, E., 1832-1924, zoon van G.J. Mulder, leraar scheikunde aan de koninklijke academie te Delft 1854-1864, titulair buitengewoon hoogleraar te Utrecht 1864-1868, buitengewoon hoogleraar in de scheikunde te Utrecht 1868-1876: VII-97, 99, 100.
Mulder, F.P.J., ingeschreven als student in de rechten te Groningen 26.5.1853, ambtenaar ter beschikking van de resident van Palembang 1866-1867 en van de resident van de Lampongse districten 1868-1869: VII-40, 41.
Mulder, G.J., 1802-1880, hoogleraar in de scheikunde te Utrecht 1840-1868: V-300, 367, 544; VI-237, 438; VII-97, 99.
Mulder, J. van S., 1827-1877, advocaat te Amsterdam, redacteur en verslaggever van de Amsterdamsche Courant: VI-200.
Mulken, J.J. van, 1796-1879, kolonel der infanterie 1853, generaal-majoor 1856, op non-actief en lid van de Tweede Kamer 1862-1866, luitenant-generaal 1865, gepensioneerd 1866, lid van de Raad van State 1866-1868 en 1871-1879, minister van Oorlog 1868-1871 en van Buitenlandse Zaken a.i. 9.12.1870-18.1.1871: VI-575-577; VII-144, 189-191, 193, 194, 286, 335, 341, 345, 346, 351, 354, 363, 383, 435, 445-447, 501, 507, 508, 512, 515.
Muller, A., 1787-1853, referendaris bij Justitie 1823-1836, secretaris 1836-1842: III-6.
Muller, A., 1794-1876, kamerbewaarder bij Binnenlandse Zaken 1842-1874: V-326; VII-525.
Muller, F., 1817-1881, zoon van S. Muller, boekverkoper en uitgever te Amsterdam: VI-58, 82, 120.
Muller, H., 1819-1898, zoon van S. Muller, schoonzoon van A. van Rijckevorsel, fabrikant te Rotterdam: VI-140, 183, 208, 209, 251, 271, 279, 280, 283, 284, 302, 305, 352, 355, 356, 360, 362-364, 413; VII-104, 105, 139, 245, 393.
Müller, J., 1786-1853, broer van S. Muller, boekverkoper en uitgever te Amsterdam: II-16; III-135, 280, 286, 289, 305, 369; IV-7, 95, 219.
Müller, J. von, 1752-1809, Zwitsers historicus: III-57, 250.
Muller, J.W.A.L., 1811-1890, koopman en publicist te Amsterdam, commissaris van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij 1865-1879, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1868-1880: V-169, 170; VI-145, 390; VII-89, 213, 214, 240, 257, 276, 283, 291, 308, 437.
Müller, K.O., 1797-1840, hoogleraar in de klassieke letteren en archeologie te Göttingen 1823-1840: II-320, 322, 333, 372, 373, 405-407, 411; III-140, 141, 151-153.
Muller, P.N., 1821-1908, zoon van S. Muller, koopman en bankier te Amsterdam, redacteur van De Gids 1854-1881, lid van de gemeenteraad 1864-1875, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1868-1892: VI-317, 318.
Muller, S., 1785-1875, hoogleraar aan het Doopsgezind Seminarie te Amsterdam 1826-1856: III-84.
Müller-Hugo, P., echtgenote van K.O. Müller: II-405, 411.
Muller-Van Rijckevorsel, M.C., 1828-1894, echtgenote van H. Muller: VI-284; VII-245.
Multatuli, zie Dekker, E. Douwes.
Münch, E.H.J., 1796-1841, bibliothecaris van de koninklijke boekerij te Stuttgart sedert 1831: III-235.
Münster, E.F.H. graaf von, 1766-1839, Hannoveraans gevolmachtigde op het congres van Wenen 1814-1815: I-464.
Munting, W.N., 1785-1849, hervormd predikant te Leiden 1827-1849: III-340.
Muntinghe, H.W., 1773-1827, voorzitter van de Raad van Financiën in Nederlands-Indië 1816-1819, lid van de Raad van Nederlands-Indië 1819-1825: VII-202, 453.
Muralt, jhr. J.L.B. de, 1818-1889, advocaat en plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, lid van de gemeenteraad 1856-1889, wethouder 1857-1889, lid van de Provinciale Staten van Utrecht 1859-1889: VI-319.
Murat, J., zie Joachim Murat.
Mutsaers, J.A., 1805-1880, lid van de Tweede Kamer 1841-1850, kantonrechter te Tilburg 1842-1848, minister van Rooms-Katholieke Eredienst 1848-1849, 1853-1856 en 1860-1861 en van Justitie a.i. 23.2-9.3.1860, lid van de Hoge Raad 1850-1853, lid van de Raad van State 1856-1860 en 1861-1877: V-142, 181, 198, 199; VI-244, 395, 451; VII-233.
Mütterchen, zie Solger-von der Groeben, H.J.C.F.