Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Paats, J.C., 1809-1874, kantoorbediende te Rotterdam, notaris 1840-1874: III-392.
Pabst van Bingerden, jhr. R.W.J. van, 1775-1841, lid van de Raad van State 1814-1841: I-114; II-393; IV-23.
Pacca, B., 1756-1844, kardinaal 1806: III-493.
Pahud, C.F., 1803-1873, koloniaal ambtenaar, sedert 1847 met verlof in Nederland, secretaris-generaal van Koloniën a.i. 1849, minister van Koloniën 1849-1.1.1856, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië 1856-1861: V-186, 197-199, 240, 254, 294, 304, 395, 462; VI-1, 208, 209, 227, 260, 261, 380.
Palafox, don J., 1780-1847, plaatsvervangend commandant van de Spaanse koninklijke garde: III-498.
Pallandt, G.J.A.A. baron van, 1783-1863, lid van de Staten van (Noord-)Holland1814-1850 en van Gedeputeerde Staten 1816-1850: II-500, 525.
Pallandt, J.J.A.A. baron van, 1807-1876, zoon van F.W.F.T. baron van Pallandt, neef van F.C. baron van Pallandt, lid van de (gemeente)raad van Arnhem 1833-1876, burgemeester 1841-1872, lid van de Staten van Gelderland 1845-1850: V-361.
Pallandt, W.A. baron van, 1816-1891, zoon van G.J.A.A. baron van Pallandt, kamerheer i.b.d. van Willem I 1840: III-347.
Pallandt (van Keppel), F.W.F.T. baron van, 1772-1853, directeur-generaal van Hervormde Eredienst 1818-1841, minister van Staat 1828: III-63, 64, 98, 268, 364.
Pallandt (van Waardenburg en Neerijnen), H.W. van Aylva baron van, 1804-1881, zoon van F.W.F.T. baron van Pallandt, neef van F.C. baron van Pallandt, lid van de Staten van Gelderland 1829-1849, lid van de Raad van State 1845-1848, lid van de Eerste Kamer 1849-1880: IV-255.
Pallandt (van Walfort), F.C. baron van, 1810-1869, neef van H.W. en J.J.A.A. baron van Pallandt, kamerheer van Willem I 1840: III-347.
Palm, J.H. van der, 1763-1840, hoogleraar in de gewijde dichtkunst en welsprekendheid te Leiden 1806-1833: I-126, 172, 174, 295; II-109, 276, 280, 290, 302, 353, 404, 423; III-28, 30; IV-36, 175, 346, 347, 352, 369.
Palmerston, H.J. Temple, burggraaf, 1784-1865, lid van het Britse Lagerhuis 1807-1865, minister van Buitenlandse Zaken 1830-1834, 1835-1841 en 1848-1851, van Binnenlandse Zaken 1852-1855 en eerste minister 1855-1858 en 1859-1865: I-315, 323, 353, 363, 376, 397, 407, 414; II-146, 237, 347; III-8, 129, 162, 176, 177, 182, 185, 201, 210, 370, 456-459; IV-3; V-359, 442; VI-162; VII-477.
Panhuys: 426.
Panhuys, jhr. A. van, 1774-1847, lid van de Staten van Groningen 1817-1836: II-16.
Panhuys, jhr. C.A.E.A. van, 1811-1895, neef van E.F.A. van Panhuys, achterneef van J.E. van Panhuys, lid van de (Provinciale) Staten van Gelderland 1841-1847 en 1848-1853, burgemeester van Vorden 1846-1853, lid van de Tweede Kamer 1852-1853, lid van de gemeenteraad van Vorden 1853-1859, wethouder 1853-1856, ambteloos inwoner van 's-Gravenhage sedert 1859, rijkscommissaris bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen 1864-1888: V-369; VII-90-92.
Panhuys, jhr. J.E. van, 1808-1878, zoon van A. van Panhuys, achterneef van C.A.E.A. en E.F.A. van Panhuys, gepromoveerd in de rechten te Leiden 29.6.1833, advocaat te Groningen, lid van de arrondissementsrechtbank te Winschoten 1838-1848, lid van de Tweede Kamer 1840-1849, gouverneur van/commissaris des konings in Friesland 1848-1878: II-14-17, 21; III-72, 223; IV-6, 85, 126, 151, 202, 203, 205, 234, 241; V-2, 231, 232, 237-239, 342, 344, 346, 347, 383, 384; VI-122, 123; VII-70, 71, 123, 127, 367, 368, 397.
Panhuys (van Haeren), jhr. E.F.A. van, 1811-1878, neef van C.A.E.A. van Panhuys, achterneef van J.E. van Panhuys, inwoner van Maastricht: 250.
Panhuys-Alberda van Ekenstein, jkvr. A.C. van, 1818-1867, echtgenote van J.E. van Panhuys: VII-71.
Pape, J.D.W., 1812-1878, ingeschreven als student in de theologie te Leiden 2.4.1829, gepromoveerd in de rechten en de letteren 7.12.1835: II-463-465, 468.
Pareau, L.G., 1800-1866, hoogleraar in de theologie te Groningen 1831-1866: III-282.
Paredis, J.A., 1795-1886, bisschop van Roermond 1853-1886: VII-121, 128.
Paris, A., 1798-1866, Frans propagandist van de geheugenleer: I-290.
Parthey, zie Klein-Parthey, E.
Parvé, D.J. Steyn, 1825-1883, commies bij de afdeling onderwijs, kunsten en wetenschappen van Binnenlandse Zaken 1858-1863, inspecteur van het middelbaar onderwijs 1863-1883: VII-234.
Passy, H.P.H., 1793-1880, lid van de Franse Kamer 1830-1843, pair de France 1843: IV-20.
Patow, E.R. vrijheer von, 1804-1890, lid van de Pruisische Tweede Kamer/het Huis van Afgevaardigden 1849-1863, minister van Financiën 1858-1862: VI-93-95, 161, 162, 190.
Patow-von Günderrode, I.C.L. vrijvrouwe von, 1817-1890, echtgenote van E.R. von Patow: VI-94.
Paulus, S., 1791-1847, trouwde in 1818 met A.W. von Schlegel maar leefde sinds hetzelfde jaar gescheiden van haar echtgenoot: III-118.
Pausanias, ca. 110-ca. 180, Grieks letterkundige, beschrijver van een reis door Griekenland: V-37.
Pedro IV, 1798-1834, keizer van Brazilië 1822-1831, koning van Portugal 1826, deed afstand ten behoeve van Maria da Gloria: I-287; II-8.
Peel, R., 1788-1850, lid van het Britse Lagerhuis 1809-1850, eerste minister 1841-1846: I-197, 210; IV-159; VI-556, 557; VII-477.
Peereboom, classicus te 's-Gravenhage: VI-259.
Peerlkamp, O., overl. 1852, praeceptor van de Latijnse school/het stedelijk gymnasium te Groningen 1817-1852: V-380.
Peerlkamp, P. Hofman, 1786-1865, hoogleraar in de klassieke letteren en de algemene geschiedenis te Leiden 1822-1849: I-98; II-108, 256, 280, 303, 331, 345, 375, 385, 386; III-71, 154, 165, 225, 245, 246, 252, 268; IV-27, 106, 159; V-214.
Peerlkamp-Verbrugh, E.K., ca. 1801-1890, echtgenote van O. Peerlkamp: V-380.
Pélichy de Lichtervelde, F.J.M.T. baron de, 1772-1844, directeur-generaal van Rooms-Katholieke Eredienst 1830-1843 en minister 1843-1844: IV-64, 65.
Pelkwijk, J. ter, 1769-1834, lid van de Staten van Overijssel en van Gedeputeerde Staten 1814-1834: I-45, 47.
Pellecom, A.N. van, 1783-1849, hervormd predikant te Geertruidenberg 1833-1836, emeritus 1837, letterkundige: III-181.
Pels Rijcken, G.C.C., 1810-1889, kapitein-ter-zee 1861, schout-bij-nacht 1865, directeur en commandant van de marine te Willemsoord 1865-1866, minister van Marine 1866-1868, vice-admiraal 1868, gepensioneerd 1870: VII-194, 235, 286.
Penn, H.J., 1768-1847, arts te Dordrecht: I-163.
Pennink, H., 1800-1877, notaris te Hattem 1838-1871, burgemeester 1848-1851: V-311.
Pépin, T.F., 1780-1836, pleegde een aanslag op Lodewijk Filips: II-244, 423.
Pericles, overl. 429 v. Chr., Atheens staatsman: I-299.
Périer, C., Frans zaakgelastigde (niet gezant) te 's-Gravenhage 1835-1836 en 1836-1837: III-81, 121.
Périer, C.P., 1777-1832, voorzitter van de Franse Kamer 1830-1831, minister van Binnenlandse Zaken en minister-president 1831-1832: I-145, 146, 152, 174, 209, 210, 255, 256, 272, 278.
Perk, C.H., 1810-1856, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 5.6.1829, gepromoveerd 29.6.1833, advocaat te Amsterdam: II-298.
Perponcher, W.K. de, 1775-1857, generaal-majoor 1829: I-19.
Perponcher Sedlnitzky, H.G. graaf de, 1771-1856, gezant te Berlijn 1814-1842: I-193; II-117.
Perponcher Sedlnitzky, W.H.L.A. graaf de, 1819-1893, Pruisisch gezant te 's-Gravenhage 1863-1874: VII-146.
Perquin, J.T., geb. 1830, koopman te Voorburg: VI-36.
Pestel, F.W. van, 1724-1805, hoogleraar in de rechten te Leiden 1763-1795 en 1802-1805: II-232; III-43, 260, 397.
Peter I de Grote, 1672-1725, tsaar 1696-1725: III-266; VI-168.
Peters, J., 1783-1853, hoofdonderwijzer aan het instituut voor doofstommen te Groningen: V-354.
Petit (Petitus), S., 1594-1643, hoogleraar in de Griekse letteren te Nimes sedert 1615: II-490.
Petri, H.O., 1822-1873, boekverkoper en uitgever te Rotterdam: V-402; VI-411.
Phidias, Atheens beeldhouwer: I-406.
Philippona, L.P., 1827-1879, redacteur en eigenaar van de Nieuwe Noordbrabander 1864-1867: VII-228.
Philips, zie Filips.
Philips, A., 1823-1891, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 20.9.1841, gepromoveerd 29.1.1847, advocaat en procureur te Amsterdam, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1864-1891: VII-420.
Philipse, A.W., 1766-1845, procureur-generaal bij het Hooggerechtshof 1813-1838, president van de Hoge Raad 1838-1845: I-280, 284, 294, 429; II-17, 177, 192, 249, 256, 351; III-25, 26, 42, 113, 274, 278, 404.
Philipse, J.A., 1800-1884, zoon van A.W. Philipse, zwager van G. Groen van Prinsterer, substituut-procureur-generaal bij het Hooggerechtshof 1826-1833, advocaat-generaal bij het Hooggerechtshof 1833-1838, lid van de Eerste Kamer 1849-1871 (voorzitter 1852-1870), president van het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1849-1871, curator van de hogeschool te Leiden 1857-1876: I-374; V-239; VII-135, 146.
Philipse, J.H., 1797-1878, neef van A.W. Philipse, hoogleraar in de rechten te Groningen 1828-1867: II-232, 238, 241, 279; III-37.
Piccardt, H., 1818-1895, advocaat te Winschoten, burgemeester van Scheemda 1850-1856: V-233, 242.
Pichler, mevrouw, te Frankfort/Main: VII-146.
Pické, C.J., 1831-1887, kantonrechter te Tholen 1860-1866, minister van Justitie 10.2.-1.6.1866, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Middelburg 1866-1867, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zeeland 1867-1875: VII-145, 150, 155, 194, 432.
Piek, S., 1805-1868, hoogheemraad van Rijnland, lid van de (gemeente)raad van Oudshoorn 1839-1868: V-144.
Piek van Langen, zie Langen, Piek van.
Piekema, L.F., 1804-1867, koekbakker en koopman te Deventer, lid van de gemeenteraad 1851-1867: V-148; VI-109, 240, 241, 244, 301, 343; VII-36.
Pieneman, J.W., 1779-1853, schilder: I-336; VII-30.
Pieneman, N., 1809-1860, zoon van J.W. Pieneman, schilder: VII-30.
Piepers, W.J., 1794-1861, referendaris bij de Raad van State 1822-1838, secretaris 1838-1841 en lid 1841-1861: III-53, 55, 56, 311; IV-23, 153, 327; V-415.
Pierson, A., 1831-1896, Waals predikant te Rotterdam 1857-1865, privaatdocent in de theologie te Heidelberg 1869, buitengewoon hoogleraar 1870-1874: VII-43, 44, 293, 318, 393.
Pieter, huisknecht: VI-347.
Pieter, zie Linden, P.W.A. Cort van der.
Pijls, W.H., 1819-1903, aannemer van spoorwegen, koopman en zeepzieder te Maastricht, lid van de gemeenteraad 1851-1899, wethouder 1855-1861, 1867 en 1868-1873, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1855-1880, burgemeester 1861-1867, lid van de Tweede Kamer 1869-1873: VI-242, 249, 250, 252-255, 267, 329, 423; VII-53, 56, 87, 88, 93, 125, 126, 128, 129, 132, 224, 227, 268, 308, 309, 422.
Pijls-Maurissen, H.A.H., 1816-1864, echtgenote van W.H. Pijls: VI-268; VII-87, 422.
Pijnappel, J., 1822-1901, neef van M.J. Pijnappel, hoogleraar in de taal-, land- en volkenkunde van Nederlands-Indië te Delft 1859-1864 en te Leiden 1864-1877: VII-8.
Pijnappel, M.J., 1830-1906, neef van J. Pijnappel, advocaat te Amsterdam 1855-1906, lid van de gemeenteraad 1861-1867, lid van de Tweede Kamer 1866-1869: VII-109, 261, 268, 276, 308.
Pike, J.S., 1811-1882, Amerikaans minister-resident te 's-Gravenhage 1861-1866: VII-92.
Pillera, W.A., 1783-1859, griffier van de Staten van Limburg 1815-1836 en van Noord-Holland 1836-1839: II-525.
Pincoffs, L., 1827-1911, koopman en reder te Rotterdam, lid van de gemeenteraad 1856-1873, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1858-1872: VI-305.
Pindarus, 518-438 v. Chr., Grieks dichter: II-182.
Pinto, A. de, 1811-1878, advocaat bij de Hoge Raad, hoofdredacteur van het Weekblad van het Regt, redacteur van Themis 1840-1876, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage 1851-1878: III-232; V-85, 149, 150.
Pinto, A.A. de, 1828-1907, referendaris aan het departement van Justitie 1862-1876: VII-442, 444, 445, 447, 450, 513, 514.
Piret, Oostenrijks generaal: II-68.
Piso, zie Calpurnius Piso Caesoninus.
Pisuisse, H.J.W., geb. 1795, majoor der infanterie 1842, luitenant-kolonel 1850, kolonel 1853: V-455.
Pitt, W., 1759-1806, lid van het Britse Lagerhuis 1781-1806, minister van Financiën en eerste minister 1783-1801 en 1804-1806: I-458, 482; VII-537.
Pius VI, 1717-1800, paus 1775-1800: IV-214.
Pius VII, 1740-1823, paus 1800-1823: III-209, 489-493.
Pius IX, 1792-1878, paus 1846-1878: V-412, 454, 457; VI-46, 387, 439; VII-219.
Planche, G., 1808-1857, Frans letterkundige en criticus: III-154, 238.
Planten, C.D.G., 1840-1910, zoon van E.G. Planten, ambtenaar bij de gemeentesecretarie van Steenderen: VII-375.
Planten, E.G., 1797-1891, burgemeester en secretaris van Steenderen 1825-1871: V-284; VII-375.
Plate, F.J., 1802-1883, reder en makelaar te Rotterdam, vice-voorzitter van de Kamer van Koophandel 1852-1864 en voorzitter 1865-1873, lid van de gemeenteraad 1853-1865: VI-282, 283; VII-393.
Plato, 427-347 v. Chr., Grieks filosoof: II-71; III-461; V-201.
Pliester, G., 1799-1869, notaris te Zevenaar 1832-1869: IV-273.
Plinius Secundus (Maior), G., 23/24-79 n. Chr., Romeins schrijver: V-173.
Ploeg, G.L. Jansma van der, 1816-1902, advocaat te Amsterdam: V-449, 450.
Ploos van Amstel, B.J., 1824-1885, gepromoveerd in de letteren en de rechten te Leiden 23.6.1847, advocaat te Amsterdam: V-70, 71.
Plutarchus, 47-120, Grieks historicus, filosoof en biograaf: I-406; III-401.
Pluygers, J.A., 1810-1884, koopman en assuradeur te Rotterdam: VI-376.
Pluygers, W.G., 1812-1880, bibliothecaris van de hogeschool te Leiden 1859-1879, hoogleraar in de klassieke letteren 1862-1879: VI-389; VII-38, 39, 379, 386, 390, 397, 523.
Pochwisch/Pogwisch, Frau von: II-651.
Poel, J.D. van der, 1811-1898, burgemeester van Ameide en Tienhoven 1847-1854, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1850-1853, lid van de Tweede Kamer 1853-1860 en 1862-1864: VI-22, 235, 248, 426.
Poesjkin, A.S., 1799-1837, Russisch dichter: III-46.
Pol, B.G. ten, geb. 1817, advocaat te Almelo, kandidaat-notaris te Ootmarsum, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1853-1871, schoolopziener in het vijfde district van Overijssel 1853-1876: VI-9, 10, 18.
Polak, H.J., 1844-1908, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 26.9.1861, leraar oude talen aan het stedelijk gymnasium 1866-1869, gepromoveerd 18.2.1870, leraar Nederlands en geschiedenis aan het stedelijk gymnasium te Rotterdam 1869-1873: VII-116.
Polak, M.S., ca. 1804-1874, koopman te Amsterdam, oprichter van de vrijmetselaarsloge Post Nubila Lux: VI-48, 108, 109, 196, 197, 274, 275.
Polignac, J.A.A.M. prins van, 1780-1847, Frans ambassadeur te Londen 1823-1829, minister van Buitenlandse Zaken en voorzitter van de ministerraad 1829-1830: II-246; III-330, 482-485; V-90.
Polis, C., 1831-1907, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Roermond 1859-1863 en te Maastricht 1863-1866, officier van justitie te Hoorn 1866, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant 1866-1871 en bij de Hoge Raad 1871-1886: VII-512.
Poll, F. van de, 1780-1853, lid van de raad van Amsterdam 1822-1836, burgemeester 1828-1836, lid van de Staten van Holland 1826 en 1833-1838 en van Gedeputeerde Staten 1836-1838, lid van de Tweede Kamer 1827-1829 en 1838-1840, gouverneur van Utrecht 1840-1850, lid van de Provinciale Staten van Utrecht 1850-1852: I-224, 330; II-345, 369, 370, 427-430, 433, 448, 453, 467, 502, 506; III-239, 332, 333; IV-8; V-232, 233, 240, 251, 254, 257, 260, 272, 273, 276.
Poll, H.J. van de, 1809-1870, zoon van F. van de Poll, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 20.5.1829, gepromoveerd 1.2.1834, advocaat te Amsterdam: II-46.
Pols, J., 1794-1864, referendaris bij Financiën 1831-1852, directeur van het postkantoor te 's-Gravenhage 1836-1852, hoofddirecteur der Posterijen 1852-1864: III-257, 258, 400-402.
Poniatowsky, J. prins, 1763-1813, minister van Oorlog van het groothertogdom Warschau, Frans maarschalk 1813: III-504.
Ponsonby, J. baron, 1772-1855, burggraaf 1839, Brits diplomaat te Brussel 1830-1831: I-162, 164, 169, 248, 253; III-456-458.
Pontécoulant, L.A. Doulcet, graaf van, 1794-1882, Frans kolonel, commandant van een korps Parijse vrijwilligers in België 1830-1831, in Belgische dienst 1831-1835: I-13.
Pontius Pilatus, Romeins stadhouder over Judea 26-36: II-472.
Poolman, W., 1809-1873, president van de factorij van de Nederlandse Handel Maatschappij te Batavia 1855-1859, sedert 1859 inwoner van Amsterdam, lid van de Tweede Kamer 1860: VI-401, 405.
Poorter, J.H.H. de, 1804-1870, arts te 's-Hertogenbosch, lid van de Tweede Kamer 1850-1866: V-328; VI-22, 27, 248, 290, 523; VII-67.
Poortman, K.A., 1808-1886, notaris te Schiedam 1837-1886, plaatsvervangend kantonrechter 1839-1886, lid van de Tweede Kamer 1849-1850, 1850-1853 en 1857-1866, lid van de gemeenteraad en wethouder 1851-1859, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1867-1886: V-175, 277; VI-29, 99, 117, 145, 279, 282, 290, 297, 383, 454, 456, 470, 574, 576; VII-48, 141, 192, 193, 195, 214.
Poos, M., 1820-1876, landbouwer en wethouder te Gassel, burgemeester van Gassel 1850-1892 en van Escharen 1851-1870: V-317.
Porter, R.K., 1777-1842, Brits consul in Venezuela 1826-1836, zaakgelastigde en consul-generaal 1836-1841: V-59.
Portielje, D.A., 1813-1852, advocaat te Amsterdam, lid van de raad 1848-1850, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en van Gedeputeerde Staten 1850-1852: V-220.
Post Uiterweer, P., geb. ca. 1822, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 16.4.1841, gepromoveerd 1.6.1847, advocaat te Schiedam: V-72.
Posthumus, R., 1790-1859, hervormd predikant te Waaxens: III-371.
Potemkin, I.A., 1780-1849, Russisch gezant te 's-Gravenhage 1834-1837: II-287, 476.
Potgieter, E.J., 1808-1875, agent te Amsterdam van buitenlandse handelshuizen, letterkundige, redacteur van De Gids 1837-1865: III-21, 27.
Potter, L. de, 1786-1859, Belgisch journalist, lid van de voorlopige regering 1830: I-39, 54.
Potter, P., 1625-1654, schilder: I-434.
Pottum, W., 1770-1838, commissionair, pedel van de universiteit te Leiden: I-100, 323; II-9.
Pozzo di Borgo, C.A. graaf van, 1768-1842, Corsicaan, als diplomaat in Russische dienst ambassadeur te Parijs 1815-1834 en te Londen 1834-1839: I-376; II-409, 468, 470, 475; III-267, 478.
Pradt, D. Dufour de, 1759-1837, Frans geestelijke en publicist: I-43.
Praet, J. van, 1806-1887, Belgisch historicus, minister van het Huis des Konings: VI-89, 198; VII-232, 236.
Prehn, A.J. van, 1824-1880, eerstaanwezend ingenieur bij de Staatsspoorwegen te Alkmaar 1861-1869 en te Amsterdam 1869-1876: VII-183.
Prévinaire, J.B.T., 1783-1854, fabrikant te Haarlem: V-415.
Prince, P.C., 1819-1854, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 16.1.1837, gepromoveerd 19.6.1840, advocaat te Gouda: IV-69.
Prins, A., 1821-1902, kleinzoon van C.S. Prins, koopman te Wormerveer en Amsterdam, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1868-1871, lid van de Eerste Kamer 1871-1880: VII-183.
Prins, A. Winkler, 1817-1908, doopsgezind predikant te Veendam 1850-1882, journalist en encyclopedist: VI-11, 14; VII-96.
Prins, C.S., 1771-1843, maire/burgemeester van Wormerveer 1811-1843: II-369.
Prins, J.H. van Sanden, 1812-1860, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 24.10.1831, gepromoveerd 20.11.1835: II-294.
Prins, J.J., 1814-1898, hervormd predikant te Rotterdam 1843-1855, hoogleraar in de theologie te Leiden 1856-1885: V-437; VI-184-186.
Pronk, reder te Scheveningen: VII-122.
Proot, J.A.G., 1817-1868, koopman te Leiden: VI-36.
Prosper Meunier, L., geb. ca. 1801, kapper en koopman te 's-Gravenhage: III-427.
Provó Kluit, zie Kluit, Provó.
Pruys van der Hoeven, zie Hoeven, Pruys van der.
Pückler Limpurg, E. graaf, 1792-1869, hofmaarschalk van de prins van Pruisen, minister van Landbouw 1858-1862: VI-94, 95.
Pückler-barones de Constant Rebecque, L.I. gravin von, 1808-1852, dochter van J.V. baron de Constant Rebecque: II-117.
Pui, P.A. du, 1785-1838, stedelijk secretaris van Leiden 1808-1838: III-3, 57, 58, 227, 232.
Pusch, Duits toneelspeler: II-597.
Putman, J. 1819-1897, lid van de gemeenteraad van Oudewater 1867-1874: VII-317, 318.
Putman Cramer, zie Cramer, Putman.
Putte, A.S. Fransen van de, 1826-1912, zoon van J. Fransen van de Putte, suikerfabrikant op Java: VI-475, 478.
Putte, I.D. Fransen van de, 1822-1902, zoon van J. Fransen van de Putte, suikerfabrikant op Java, sedert 1858 inwoner van Rotterdam, lid van de Tweede Kamer 1862-1863 en 1866-1872, minister van Koloniën 1863-1866: VI-386, 415, 416, 421, 426, 453-456, 459, 465, 473, 475, 478, 479, 481-483, 487, 489, 573; VII-45-48, 50, 69, 70, 73, 78, 82, 83, 101, 102, 115, 134-136, 138, 141, 143-145, 150, 153-155, 158, 161, 164, 166, 167, 176, 185, 193, 194, 201, 204, 205, 209, 212, 224, 230, 235, 250, 280, 402, 426-429, 431, 432, 435, 437, 447, 451, 452, 454, 472, 499, 500, 502, 511, 533, 534.
Putte, J. Fransen van de, 1798-1875, bankier te Goes, lid van de Provinciale Staten van Zeeland 1850-1859, lid van de Eerste Kamer 1859-1875: VI-456; VII-62, 388.
Putte-Cornets de Groot, L.H. Fransen van de, 1831-1904, echtgenote van I.D. Fransen van de Putte: VI-456, 473, 475, 481; VII-171.
Puttkammer, jhr. J.N. van, 1799-1873, zoon van L.P.A. van Puttkammer, secretaris van Leiden 1839-1871: V-134, 178.
Puttkammer, jhr. L.P.A. van, 1769-1847, stedelijk ontvanger van Leiden: III-252.
Pycke, E., 1789-1847, pastoor te Gent: I-184.