Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Raadt, G.A. de, 1818-1883, advocaat te Dordrecht, lid van de Tweede Kamer 1852-1853 en 1860-1868, lid van de arrondissementsrechtbank 1854-1862, lid van de gemeenteraad 1856-1883, burgemeester 1862-1883, lid van de Eerste Kamer 1871-1883: VI-235, 523; VII-32, 34, 216, 220.
Raat, H, 1815-1899, gepensioneerd kolonel der infanterie Nederlands-Indisch leger, burgemeester van Woerden 1863-1865 en van Maastricht 1867-1873: VII-227.
Racine, J., 1639-1699, Frans dichter: II-586.
Raedt, G.A., 1817-1884, burgemeester van Hengelo 1852-1884 en secretaris 1852-1881: VII-18.
Raedt van Oldenbarnevelt, H.J.A., 1828-1903, substituut-officier bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage 1860-1869, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1869-1875: VII-195.
Raepsaet, J.J., 1750-1832, lid van de grondwetscommissie 1815: III-183; IV-196.
Rafaël Sanzio, 1483-1520, Italiaans schilder: I-435; II-650.
Rahusen, E.N., 1830-1913, advocaat te Amsterdam, bestuurder en secretaris van de afdeling Koophandel van de Maatschappij Felix Meritis, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1867-1891, lid van de gemeenteraad 1865-1875: VI-378.
Ramaer, G.A., 1770-1836, arts te Zwolle, lid van de Staten van Overijssel 1818-1836: I-267, 283; II-543.
Ramaer, J.N., 1817-1887, geneesheer-directeur van het krankzinnigengesticht te Delft 1863-1869: VII-146.
Randwijck, A.J. graaf van, 1842-1927, zoon van L.N. van Randwijck, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 24.9.1862, gepromoveerd 4.12.1868, commies van Staat 1872-1881: VII-381.
Randwijck, L.N. graaf van, 1807-1891, gouverneur van Drenthe 1842-1846 en van Gelderland 1846, minister van Binnenlandse Zaken 1846-1847 en van Buitenlandse Zaken 1.1-25.3.1848, lid van de Tweede Kamer 1849-1850, opperceremoniemeester 1853-1854, grootmeester van het Huis van koningin Sophie 1854-1877: V-68, 78, 80, 90, 157, 158; VII-41, 381, 500.
Ranke, L. (1865) von, 1795-1886, hoogleraar in de geschiedenis te Berlijn 1825-1871 (buitengewoon 1825-1834): IV-64, 103, 222; VII-120, 414, 482.
Raoul, L.V., 1770-1848, hoogleraar in de letteren te Gent (benoemd voor Frans en geschiedenis, doceerde echter vele vakken): I-13, 52, 78, 158, 183.
Rappard, A.G.A. ridder van, 1799-1869, commies bij Binnenlandse Zaken, afdeling onderwijs, kunsten en wetenschappen 1825-1831, referendaris 1831-1838, griffier ter Staatssecretarie 1838-1840, secretaris van de Raad van Ministers 1839-1854, directeur van het Kabinet des Konings 1841-1854, minister van Hervormde Eredienst 1854-1857 en van Binnenlandse Zaken 1856-1858 (1856-1857 a.i.), minister van Staat 1858, voorzitter der curatoren van de hogeschool van Utrecht 1859-1869: I-101, 203, 264, 266, 275, 278, 279, 286-288, 300, 301, 304, 319, 324, 325, 327, 329, 338, 339, 346, 347, 350, 379, 410, 411, 413-415; II-18, 19, 24, 30-40, 44, 45, 50, 56, 58, 61, 65, 87, 88, 94, 95, 157, 216, 219-221, 229-231, 267, 271-276, 279, 280, 283, 284, 288-293, 296, 299-304, 306, 307, 311, 312, 315-317, 319-321, 323, 324, 330-332, 340-342, 347-349, 359, 360, 492, 703, 704; III-26, 28, 155, 170, 182, 186, 293, 340, 402; IV-72, 77-79, 119, 134, 144, 163, 209, 229; V-94, 185, 188, 201, 203, 216, 217, 220, 251, 254, 258, 275, 294, 295, 300, 308, 311, 315, 319, 323, 325, 332, 338, 360, 366, 373, 375, 384, 386, 388, 390, 391, 396, 400, 401, 405, 406, 408, 410, 413-416, 423, 426, 429, 431, 432, 462, 473; VI-31, 186, 244, 254, 288, 297, 307, 310, 492; VII-16, 499.
Rappard, H.A. ridder van, 1824-1877, zoon van W.L.F.C. van Rappard, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Zutphen 1855-1868, lid van de Tweede Kamer 1866-1868, procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Gelderland 1868-1876: VII-223.
Rappard, W.L.F.C. ridder van, 1798-1862, officier van justitie bij de rechtbank van eerste aanleg te Zutphen 1829-1838, lid van de Tweede Kamer 1833-1844 en 1853-1857, president van het provinciaal gerechtshof van Gelderland 1840-1847 en 1849-1862, lid van de Eerste Kamer 1844-1849, minister van Financiën 1.1-25.3.1848: III-353, 377, 411; V-19, 21, 90, 108; VI-73, 394, 438, 494-497.
Rassmann, G.W., 1781-1859, buitengewoon hoogleraar in de filosofie te Gent 1820-1830: I-51, 52, 137, 158, 229.
Rastoul de Mongeot, A.S., 1800-1873, Frans letterkundige en historicus, inwoner van Brussel: VI-226.
Rath, vom, bankier te Keulen: VII-242, 243.
Rau, S.J.E., 1801-1887, advocaat te Bemmel, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Nijmegen sedert 1838, lid van de dubbele Kamer 1840: II-244, 275, 276, 302, 303, 307, 312, 321, 322, 492; III-428, 430, 431.
Rau (van Gameren), J., 1799-1876, raadsheer bij het provinciaal gerechtshof in Gelderland 1838-1845 en vice-president 1845-1862, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1850-1853: IV-177, 178, 181, 248; V-430.
Raumer, F.L.G. von, 1781-1873, hoogleraar in de geschiedenis en de staatswetenschappen te Berlijn 1819-1859, voogd over de kinderen van K.W.F. Solger: I-123, 165; II-110, 112, 113, 116, 119, 120, 122, 127, 138, 143, 167-169, 178, 556, 568, 578, 581, 625, 626, 663, 667, 669,672, 677, 681; III-43; IV-94, 120; VI-94; VII-414.
Raupach, E., 1784-1852, Duits toneelschrijver: II-630; III-52.
Rauwenhoff, L.W.E., 1828-1889, hoogleraar in de theologie te Leiden 1860-1889 (buitengewoon 1860-1865): VII-92.
Rayneval, F.M.G. de, 1778-1836, Frans diplomaat, ambassadeur te Madrid 1832-1836: I-354; III-482.
Rechteren (van Ahnem), J.D. graaf van, 1799-1886, broer van J.H. van Rechteren, lid van de Staten van Gelderland 1830-1839, gouverneur van Drenthe 1840 en van Overijssel 1840-1847, lid van de Raad van State 1847-1862: I-11, 12, 143.
Rechteren (van Appeltern), J.H. graaf van, 1787-1845, lid van de Staten van Gelderland 1814-1830 en van Gedeputeerde Staten 1818-1830, gouverneur van Overijssel 1831-1840, lid van de Tweede Kamer 1841-1845: I-11, 12, 75, 81, 108; II-2, 26, 27; III-71, 223, 401; IV-178, 179, 189, 245, 246, 259, 272, 279, 281, 282, 298, 312, 314, 316, 317, 319, 320, 330; V-13, 30; VII-412.
Rechteren-Bentinck (van de Voorst), A.M.C. gravin van, 1792-1832, echtgenote van J.H. graaf van Rechteren: I-81.
Reede, W.F. graaf van, 1770-1838, neef van W.G.F. graaf van Reede, generaal-majoor, luitenant-generaal 1834, minister van Buitenlandse Zaken 1824-1825, lid van de Eerste Kamer 1825-1838, opperkamerheer sedert 1829, buitengewone missie naar Nassau 1834: II-62, 68.
Reede van ter Aa, J.P.C. baron van, 1828-1871, ontvanger der registratie te Loenen, burgemeester van Loenen en van Loenersloot 1854-1869, lid van de Provinciale Staten van Utrecht 1858-1871: V-313, 314.
Reede (tot Middachten), W.G.F. graaf van, 1780-1844, neef van W.F. graaf van Reede, lid van de Staten van Gelderland 1824-1842: II-533.
Reede van Oudtshoorn, J.F. baron van, 1806-1860, neef van L.M.I. baron van Reede van Oudtshoorn, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Utrecht 1847-1860, lid van de Tweede Kamer 1853-1860: VI-533.
Reede van Oudtshoorn, L.M.I. baron van, 1787-1836, kapitein, majoor titulair 1831: I-398.
Reede (van de Parkeler), C.W. barones van, 1756-1827: I-291.
Reede-Boreel, W.E. gravin van, 1792-1868, echtgenote van W.G.F. graaf van Reede: II-533.
Reenen, G.C.J. van, 1818-1893, jonkheer 1876, zoon van J.H. van Reenen, ingeschreven als student in de letteren en de rechten te Leiden 25.4.1836, gepromoveerd in de rechten 9.11.1840, advocaat te Amsterdam, lid van de (gemeente)raad van Amsterdam 1847-1853, wethouder 1849-1850, lid van de (Provinciale) Staten van Noord-Holland 1849-1853, burgemeester 1850-1853, minister van Binnenlandse Zaken 1853-1856, lid van de Tweede Kamer 1858-1869 en 1870-1875 (voorzitter 1858-1869): III-30; V-220, 224, 225, 231, 234, 235, 339, 340, 386, 423, 462; VI-1, 19, 170, 185, 186, 197, 237, 241, 244, 245, 259, 318, 394, 482, 484, 523, 533, 563, 566; VII-18, 20, 143, 146, 215, 232, 268, 275, 278, 284, 317, 324, 325, 338, 341, 342, 344, 377, 378, 393, 441-446, 448, 449, 451, 501, 509.
Reenen, J.H. van, 1783-1845, hoogleraar in de rechten te Amsterdam 1809-1823, lid van de Tweede Kamer 1824-1838, lid van de raad 1826-1845, curator van het atheneum 1828-1845, lid van de Staten 1840-1845: I-293, 296; III-30, 233; V-550.
Reepmaker, J.C., 1819-1903, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 16.2.1838 en te Heidelberg 2.5.1840, gepromoveerd te Leiden 26.5.1843, advocaat te Rotterdam, secretaris van de Kamer van Koophandel 1848-1888, juridisch adviseur van de gemeente, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1861-1874: IV-266; VI-305, 376; VII-419.
Rees, J. van, 1799-1855, reder te Zwolle: V-396.
Rees, O. van, 1825-1868, zoon van R. van Rees, advocaat te Utrecht, hoogleraar in de rechten te Groningen 1858-1860 (buitengewoon 1858-1859) en te Utrecht 1860-1868: VI-297.
Rees, R. van, 1797-1875, hoogleraar in de natuurkunde te Utrecht 1831-1867 (buitengewoon 1831-1838): V-367.
Reesema, A. Siewertsz van, 1786-1848, advocaat te Rotterdam: III-429; IV-8.
Reesema, A. Siewertsz van, 1817-1866, zoon van A. Siewertsz van Reesema, ingeschreven als student in de medicijnen te Leiden 24.9.1834, gepromoveerd in de rechten 19.6.1843, advocaat te Rotterdam: IV-84, 155, 169.
Reesema, W. Siewertsz van, 1813-1886, zoon van A. Siewertsz van Reesema, advocaat en procureur te Rotterdam, lid van de gemeenteraad 1855-1862: VI-145, 286, 305, 310, 373, 376, 422.
Regout, P.A.H., 1828-1897, zoon van P.D. Regout, fabrikant te Maastricht: VI-251.
Regout, P.D., 1801-1878, fabrikant te Maastricht, lid van de Eerste Kamer 1849-1859, lid van de gemeenteraad 1851-1853: V-330, 331; VI-27, 44, 64, 65, 249-251; VII-5, 125, 126, 422.
Rehberg, A.W., 1757-1836, Duits politicus en publicist, Geheimer KabinettsRat te Hannover 1815-1820, medeopsteller van de grondwet: II-173.
Reiger, H., 1806-1846, advocaat te Groningen, rijksadvocaat in de provincie Groningen 1834-1846: II-16.
Reijerdam, J. van, 1826 of 1827-1893, eerste corrector bij de Nederlandsche Staats-Courant 1858-1863, commies bij Binnenlandse Zaken 1863-1873: VII-231, 253, 283.
Reijerdam-Borst, J.J. van, 1829-1868, echtgenote van J. van Reijerdam sedert 1867: VII-283.
Reimer, G.A., 1776-1842, boekverkoper en uitgever te Berlijn: II-568, 577.
Reinbold, A., 1800-1839, Duits letterkundige: II-435, 571, 572, 597, 623, 647, 650, 652, 675, 676.
Reinders, G., 1790-1869, landbouwer te Warffum, lid van de Staten van Groningen 1825-1849, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1869: III-357, 365; V-242, 243, 342, 343, 364; VI-22, 67, 92, 100, 141, 523; VII-166, 170-173, 309, 316.
Reinwardt, C.G.C., 1773-1854, hoogleraar in de plant- en scheikunde te Leiden 1823-1845: I-122; II-287-293, 300-302, 330, 332, 345; III-155; IV-23, 27.
Rembrandt Hzn. van Rijn, 1606-1669, schilder, tekenaar en etser: VII-180.
Rengers, B.W. van Welderen baron, 1825-1856, advocaat te Leeuwarden: V-238.
Rengers, E.H. baron, 1803-1879, broer van R.H.S.G. Juckema van Burmania baron Rengers, kamerheer i.b.d. des konings 1835-1879, lid van de (Provinciale) Staten van Zuid-Holland 1845-1879 en van Gedeputeerde Staten 1846-1879: VII-378.
Rengers, R.H.S.G. Juckema van Burmania baron, 1796-1873, lid van de Staten van Friesland 1825-1850 en van Gedeputeerde Staten 1833-1850, rijksbetaalmeester te Leeuwarden 1847-1861: V-232.
Rengers, W.F.L. baron, 1789-1859, lid van de Tweede Kamer 1827-1830, gouverneur van Groningen 1830-1850, president-curator van de hogeschool te Groningen 1830-1850: II-16; V-233, 241-243, 251, 254, 255, 272, 273, 276, 436.
Rennen: VII-240, 245.
Repelaer van Driel, jhr. O., 1796-1869, lid van de Tweede Kamer 1829-1845: IV-142.
Requesens y Zuñiga, don L. de, 1528-1576, Spaans landvoogd in de Nederlanden 1573-1576: II-716.
Retemeijer, F.L., 1804-1845, luthers predikant te Leiden 1830-1845: I-147, 151; III-294, 295; IV-47.
Rétif de la Bretonne, N.A.E., 1734-1806, Frans letterkundige: II-675.
Reuchlin, jhr. P.A., 1803-1868, burgemeester van Tiel 1853-1865, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1859-1868: VI-361, 378.
Reuvens, C.J.C., 1793-1835, hoogleraar in de archeologie te Leiden 1818-1835 (buitengewoon 1818-1825): II-34, 88, 89, 95, 97, 121, 156, 222, 239, 242-244, 249, 257, 288, 289, 291, 304, 316, 320-322, 331, 341, 348, 355, 359, 372, 374, 467.
Reuvens, L.A., 1824-1897, zoon van C.J.C. Reuvens, ingenieur van de Waterstaat gedetacheerd bij de Staatsspoorwegen 1860-1865, ingenieur van de Waterstaat in Gelderland 1865-1878, lid van de gemeenteraad van Arnhem 1870-1878: VII-389.
Reuvens-Blussé, L.S., 1801-1896, echtgenote van C.J.C. Reuvens: II-239, 244.
Réville, A., 1826-1906, Waals predikant te Rotterdam 1851-1872: VII-43.
Reyphins, L.A., 1767-1838, lid van de Tweede Kamer 1815-1830, lid van de Raad van State 1827-1830: III-75.
Rhemen (van den Gelderschen Toren), F.A. baron van, 1808-1863, zoon van S.D. barones van Rhemen-Van Leyden, zwager van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, ingeschreven als student in de letteren en rechten te Leiden 19.4.1826, gepromoveerd in de rechten 27.3.1833: I-78, 144, 215, 221; VII-409.
Rhemen (van Rhemenshuizen), C.H. baron van, 1811-1880, zoon van S.D. barones van Rhemen-Van Leyden, oom van A. baron Schimmelpenninck van der Oije, zwager van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, student in de rechten te Gent 1829-1830, ingeschreven te Leiden 27.9.1831, gepromoveerd 7.12.1833, grondeigenaar te Brummen, kamerheer i.b.d. des konings 1837-1880, burgemeester van Apeldoorn 1837-1842, lid van de Staten van Gelderland 1839-1850, lid van de Eerste Kamer 1850-1880, burgemeester van Brummen 1852-1867: I-2, 4, 8, 78, 144, 211, 215, 221; II-202, 208, 454, 516, 533; III-131; IV-60, 261, 265; V-280, 281; VII-395, 396, 398, 409, 412, 523.
Rhemen-Van Leyden, S.D. barones van, 1778-1835, schoonmoeder van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije: I-2, 4, 8, 104, 296; II-247, 249; VII-412.
Rhemen-Schimmelpenninck van der Oije, A.S. barones van, 1763-1838: tante van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije: II-247.
Rhemen-Van Tuyll van Serooskerken, J.E. barones van, 1815-1878, gehuwd met C.H. baron van Rhemen 1834: II-516, 533.
Rhijn, D.N. van, ca. 1796-1857, controleur in Overijssel, overgeplaatst naar Zeeland 1845, lid van de Staten van Overijssel 1827-1847: IV-316, 320, 321.
Rhodes, C.J.M.G. Rodriguez d'Evora y Vega, markies de, 1790-1868, lid van het Belgisch Nationaal Congres 1830-1831, lid van de Senaat 1831-1862: I-33.
Rhoer, C.W. de, 1751-1821, hoogleraar in de rechten te Utrecht 1798-1821: III-241.
Ribbentrop, G.J., 1798-1874, hoogleraar in de rechten te Göttingen sedert 1823 (buitengewoon 1823-1832): II-407; III-153.
Ricardo, D., 1772-1823, Brits econoom: II-15.
Ricardo, J.L., 1812-1862, lid van het Britse Lagerhuis 1841-1862, oprichter en directeur van de Electric Telegraph Company 1846-1856: VI-305.
Riche, E., Belgisch spoorwegingenieur: VI-422.
Richelieu, A.J. du Plessis, hertog de, 1585-1642, kardinaal 1622, Frans eerste minister 1624-1642: I-460, 468.
Richmond, C. Lennox, hertog van, 1791-1860, postmaster-general 1830-1834: I-44.
Richter: IV-155.
Richter, J.P.F., 1763-1825, Duits letterkundige (pseudoniem Jean Paul): II-55, 545; III-148, 149.
Richter, W., geb. ca. 1808, ontvanger te Rozenburg en te Maassluis 1834-1861, secretaris van Rozenburg 1834-1852 en burgemeester en secretaris 1852-1861: V-409, 410.
Ridder, J.A. de, 1841-1898, burgemeester en secretaris van Zwammerdam 1867-1885: VII-395.
Ridder, N. de, 1785-1851, burgemeester van Wamel 1844-1851: V-235-237.
Riegler/Rigler, F.A., rector van het gymnasium te Kleef 1827-1836: II-246.
Riehl, W.H., 1823-1897, hoogleraar in de staatswetenschappen te München 1854-1859 en in de cultuurwetenschappen 1859-1892: VI-460, 461.
Riemsdijk, J. van, 1811-1879, advocaat te Almelo, kantonrechter 1849-1862, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1850-1877, lid van de gemeenteraad 1851-1869: V-149.
Riemsdijk, J.C. Faber van, 1786-1863, advocaat te 's-Gravenhage, landsadvocaat 1837-1863, lid van de raad 1839-1851, lid van de Staten van (Zuid-) Holland 1840-1843 en 1850, lid van de Tweede Kamer 1843-1849: II-522; III-421; IV-198, 213; V-456.
Rienks, N.J., 1812-1848, medewerker aan en in 1841 redacteur van De Tolk der Vrijheid: IV-46.
Rietbergen, D.C., 1823-1894, directeur van het zeemanshuis te Rotterdam: VI-279, 459, 481.
Rieu, P. du, 1791-1857, textielfabrikant te Leiden, wethouder 1835-1843, lid van de Staten van Zuid-Holland 1840-1850, burgemeester 1843-1851: IV-167, 247; V-174, 488.
Rieu, P. du, 1817-1883, zoon van P. du Rieu, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 3.5.1835, gepromoveerd 26.11.1842, advocaat te Leiden: IV-246, 247.
Rieu, S.L. du, 1816-1846, dochter van P. du Rieu: V-34.
Rieu, W.N. du, 1829-1896, zoon van P. du Rieu, belast met het dagelijks beheer van de bibliotheek van de hogeschool te Leiden 1862-1879, amanuensis 1864-1866, conservator handschriften 1866-1879: IV-219; VII-39.
Rieu-Mispelblom Beyer, G. du, 1814-1855, echtegenote van P. du Rieu jr. sedert 1844: IV-246.
Righini, V., 1756-1812, Italiaans componist: II-595; VI-447.
Rijckevorsel, A. van, 1790-1864, graanhandelaar, reder en assuradeur te Rotterdam, commissaris van de Nederlandse Handel Maatschappij 1831-1859, voorzitter van de Kamer van Koophandel 1838-1864, lid van de raad 1839-1849, lid van de Tweede Kamer 1841-1844 en 1845-1850, lid van de Eerste Kamer 1850-1862: IV-56, 260, 267, 268, 309; V-104, 136, 141, 146, 505-507; VI-31, 283, 413; VII-41, 104, 105.
Rijckevorsel, C.J.A. van, 1809-1883, advocaat te 's-Hertogenbosch, lid van (Provinciale) Staten van Noord-Brabant 1839-1871, lid van Gedeputeerde Staten 1853-1871, lid van de Eerste Kamer 1871-1883: V-288.
Rijckevorsel, H. van, 1813-1866, zoon van A. van Rijckevorsel, zwager van H. Muller, koopman, reder en makelaar te Rotterdam, lid van de gemeenteraad 1851-1865: VI-31, 145, 164, 207, 223, 225, 251, 279, 284, 305, 308-311, 313, 317, 326-328, 330, 332, 334, 339, 348, 361, 372, 376, 380, 381, 412, 413, 415, 416, 430, 432, 433, 454, 456, 465, 473, 478; VII-139, 272.
Rijckevorsel van Rijsenburg, P.A.M. baron van, 1815-1872, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Utrecht 1860-1872: VII-296.
Rijk, De, dochters van G.J. de Rijk: VI-188, 431, 473.
Rijk, G.J. de, 1795-1875, fabrikant en reder te Tegelen, lid van de Eerste Kamer 1849-1850, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1850-1875: VI-188, 189, 431, 473.
Rijk, J.C., 1787-1854, schout-bij-nacht 1838, minister van Marine 1842-1849, minister van Koloniën a.i. 25.3-21.11.1848, gepensioneerd te 's-Gravenhage, lid van de Tweede Kamer 1853-1854: V-104, 108, 169, 367, 500, 505-507, 513; VI-22, 36, 40; VII-503.
Rijk-De Koning, T.M. de, 1800-1878, echtgenote van G.J. de Rijk: VI-188.
Rijke, P.L., 1812-1899, hoogleraar in de wis- en natuurkunde te Leiden 1845-1882: V-100, 314, 369, 373, 541; VI-23, 477, 478; VII-6, 7, 8, 16, 116, 283, 304, 314, 334, 397, 455.
Rijke-Hamaker, J., 1829-1875, echtgenote van P.L. Rijke sedert 1852: V-541.
Rijkens, R.G., 1795-1855, onderwijzer en instituteur te Groningen: V-211, 255.
Rijnbende, A.J.E., 1811-1868, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 13.6.1829, gepromoveerd 16.12.1835, advocaat te Rotterdam: II-43; IV-257.
Rijnders, B.J.C., 1799-1853, veearts aan de veeartsenijschool te Utrecht 1839-1851, leraar 1851-1853: V-304.
Rijnders, J.G., 1800-1871, koopman te Amsterdam, lid van de gemeenteraad 1857-1871, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1866-1871: VI-401, 405.
Rijsterborgh, L., 1803-1864, ingenieur van de Waterstaat te 's-Hertogenbosch 1838-1854, lid van de Eerste Kamer 1859-1864: V-246.
Rinia van Nauta, zie Nauta, Rinia van.
Riquet Chimay, zie Chimay, De Riquet.
Ritgen, F.A.M.F. (1840) von, 1787-1867, hoogleraar in de medicijnen te Giessen sedert 1814 en in de psychiatrie 1837-1867: I-437, 441; II-542; VII-528.
Ritgen-Herold, M.C. von, 1785-1852, echtgenote van F.A.M.F. von Ritgen: II-131, 200, 207, 218, 542; VII-528.
Ritschl, G.K.B., 1783-1858, opperintendant van de lutherse kerk, titulair bisschop van Pommeren 1827-1854: I-168.
Robbers, hotelier te Kleef: VII-240.
Robidé van der Aa, zie Aa, Robidé van.
Robinson, J., ca. 1576-1625, Brits puriteins prediker te Amsterdam 1608-1609 en Leiden 1609-1625, leider der Pilgrim Fathers: VII-92.
Rochefoucauld, H. graaf de la, Frans zaakgelastige te 's-Gravenhage in 1831: I-199, 200.
Rochussen, J.J., 1797-1871, secretaris van de Kamer van Koophandel te Amsterdam 1826-1840, directeur van het entrepotdok 1828-1840, minister van Financiën 1840-1843, minister van Staat 1843, gezant te Brussel 1843-1845, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië 1845-1851, lid van de Tweede Kamer 1852-1857 en 1864-1869, minister van Koloniën 1858-1.1.1861: III-420; IV-10, 16, 19, 22, 36, 61, 62, 91, 102, 104, 105, 109, 110, 115, 117, 138, 139, 141, 151, 181, 184, 185, 193-195, 252, 372, 373; V-35, 75, 76, 502; VI-209, 240, 276, 307-310, 316, 355, 360, 380, 383, 384, 386, 391, 394-396, 405, 407, 413, 414, 449, 453, 482, 502, 533-536, 538, 540; VII-42, 192, 193, 212, 232, 268, 306, 316, 326.
Rochussen, W.F., 1832-1912, zoon van J.J. Rochussen, minister-resident in Kopenhagen 1862-1870, tevens geaccrediteerd in Stockholm 1863-1870, gezant in Brussel 1870-1871 en in Berlijn 1871-1888: VII-89.
Rochussen-Velsberg, A.S., 1807-1841, echtgenote van J.J. Rochussen: III-420, 421.
Rodenbach, A., 1786-1869, lid van het Belgisch Nationaal Congres 1830-1831, lid van de Kamer 1831-1866: I-197.
Röder, F., 1774-1840, kolonel van de generale staf van het groothertogdom Hessen, gepensioneerd 1835: VII-298.
Röder, F.E. von, 1786-1834, Pruisisch generaal: IV-17.
Röder, K., 1806-1879, zoon van F. Röder, buitengewoon hoogleraar in de rechten te Heidelberg 1842-1879: V-3; VII-165, 252, 290, 297, 298, 315.
Röderer, Herr, uit Straatsburg: II-571.
Roelands, J., geb. 1789, koetsier te Leiden: IV-297; V-113.
Roelants, J.B., 1781-1847, schoonvader van I.L. Cremer van den Berch van Heemstede: IV-71.
Roelants-barones Lewe van Middelstum, M.B., 1787-1858, schoonmoeder van I.L. Cremer van den Berch van Heemstede: IV-71.
Roelink, A., 1813-1889, koopman te Meppel, lid van de gemeenteraad 1852-1883, lid van de Provinciale Staten van Drenthe 1853-1889, wethouder 1869-1883: VII-300, 301, 312, 356.
Röell, jhr. H.H., 1806-1883, baron 1874, zoon van W.F. Röell, lid 1842 en griffier van de (Provinciale) Staten van Noord-Holland 1842-1858, commissaris des konings in Utrecht 1858-1860 en in Noord-Holland 1860-1879: V-444, 445; VII-18, 91, 376, 377.
Röell, W.F., 1767-1835, baron 1819, minister van Buitenlandse Zaken 1808-1810, secretaris van staat/minister van Binnenlandse Zaken 1814-1817, lid van de Eerste Kamer 1817-1835: III-126, 129, 209, 211, 244, 325, 511; V-481.
Röell (van Hazerswoude), W. baron, 1793-1841, zoon van W.F. Röell, directeur van de Nederlandse Bank sedert 1828, lid van de Tweede Kamer 1837-1841: IV-17.
Roemer, J., 1769-1838, remonstrants predikant te Leiden 1802-1838: I-297.
Roemjantsev, N. graaf, 1754-1826, Russisch minister van Buitenlandse Zaken 1808-1814: III-500.
Roes, A.J.H.S., 1826-1867, inwoner van Nijmegen, woonachtig te Bonn sedert 1851: V-336.
Roest, T.M., 1763-1842, wijnkoper te Rotterdam, lid van de Kamer van Koophandel en Fabrieken 1816-1842: I-285.
Roest van Limburg, A.E., 1814-1898, broer van T.M. Roest van Limburg, notaris te Katwijk 1841-1862 en te Rotterdam 1862-1885, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1850-1862: V-172; VI-239; VII-1.
Roest van Limburg, T.M., 1806-1887, kleinzoon van T.M. Roest, student in de rechten te Luik en Gent, sedert 1831 te Leiden, gepromoveerd 26.11.1831, advocaat te Rotterdam, redacteur van de Arnhemsche Courant 1837-1841, op diplomatieke missie in Europa 1842-1843, secretaris van legatie te Wenen 1843-1846, op non-actief sedert 1846 (verblijf te Parijs), zaakgelastigde te Lissabon 1851-1856, minister-resident te Washington 1856-1860 en gezant 1860-1867, minister van Buitenlandse Zaken 1868-1870 (a.i. 8.6.-1.9.1868), daarna ambteloos te Florence: I-161, 162, 261, 264, 279-282, 284, 285, 293, 294, 382-388, 429-431; II-187, 268, 282, 283, 285-287, 308-310, 334-336, 392, 490, 491, 499, 512, 715; III-1-4, 12-20, 23-25, 33-35, 40, 79, 81, 82, 92, 93, 106, 107, 110, 112, 113, 116, 142, 143, 148, 149, 158, 159, 165, 166, 173, 192, 199, 200, 203, 227, 254, 256-259, 261, 270, 278, 279, 292-294, 316, 317, 321, 324, 342, 360, 378, 387; IV-48, 49, 72, 98, 102, 103, 111, 123, 181, 186, 187, 383, 384; V-193; VI-239, 240, 489, 572; VII-1, 286, 287, 290, 291, 293, 316, 319, 320, 330, 341, 351, 441, 447, 453, 507, 527, 538.
Roest van Limburg-Cass, I., 1820-1879, echtgenote van T.M. Roest van Limburg: VII-527.
Rogier, C.L., 1800-1885, Belgisch minister van Binnenlandse Zaken en voorzitter van de ministerraad 1832-1834, 1847-1852 en 1857-1861, minister van Onderwijs en Arbeid 1840-1841, lid van de Belgische Kamer 1856-1885, minister van Buitenlandse Zaken en voorzitter van de ministerraad 1861-1867, minister van Staat 1868: V-377, 411; VI-105; VII-15.
Roijen, A.J. van, 1800-1874, notaris te Onderdendam 1825-1874, lid van de (Provinciale) Staten van Groningen 1841-1859 en buitengewoon lid van Gedeputeerde Staten 1851-1856, lid van de Eerste Kamer 1856-1862: VI-47.
Roijer, G., 1817-1871, neef van G. Roijer, eerste luitenant-ter-zee 1851, kapitein-luitenant-ter-zee 1859, tijdelijk gedetacheerd als personeelsfunctionaris bij Marine 1861-1864: VI-425.
Roijer, G., 1824-1908, neef van G. Roijer, rijksadvocaat te Zwolle, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1855-1886: VI-425.
Roisin, G.F.B.F.G. de, 1776-1849, provinciaal commandant van Namen 1829-1830, vertrokken naar Bonn 1830: II-339.
Roisin, F.M.G.A. ridder de, 1805-1876, baron 1862, zoon van G.F.B.F.G. de Roisin, gepromoveerd in de rechten te Gent 1830 en in de letteren te Bonn: II-339.
Rolandus, T.D.G., 1819-1899, consul-generaal te Caracas 1858-1872, honorair zaakgelastigde van Colombia, Ecuador en Venezuela 1869-1872: VII-507.
Roll, J.M.L., 1786-1864, luthers predikant te Amsterdam 1818-1859: I-211.
Rollandet, G.J., 1814-1882, effectenmakelaar te Leiden: IV-268; V-46, 262.
Romme, R.P., 1801-1849, notaris te Terheijden 1826-1849, lid van de Tweede Kamer 1834-1849: III-431, 432, 568; IV-85; V-2, 136, 142.
Rommenie, P., 1807-1878, koopman te Deventer, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1850-1859, lid van de gemeenteraad 1851-1878: V-148; VI-17, 22, 109, 142, 145, 244, 249, 343, 351; VII-1.
Romswinckel, A.F.J., 1789-1844, commies bij Binnenlandse Zaken 1827-1838, referendaris sedert 1838: II-525; III-186.
Romunde, J.W. van, 1812-1860, advocaat te Amsterdam, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1848-1856, lid van de (Provinciale) Staten van Noord-Holland 1840-1848 en 1850-1856, lid van de gemeenteraad van Amsterdam 1851-1856, minister van Rooms-Katholieke Eredienst 1856-1860: V-337; VI-310, 395.
Roo van Alderwerelt, zie Alderwerelt, De Roo van.
Rooman, H., 1795-1870, koopman te Gent, in 1830 gekozen tot plaatsvervangend lid van het Nationaal Congres maar weigerde in 1831 zitting te nemen: I-33.
Roon, A.T.E. von, 1803-1879, graaf 1871, Pruisisch minister van Oorlog 1859-1873: VII-335.
Roorda, T., 1801-1874, hoogleraar in de bespiegelende wijsbegeerte en oosterse talen te Amsterdam 1828-1842 (buitengewoon 1828-1834), in de taal, land- en volkenkunde van Nederlands-Indië te Delft 1842-1864 en idem aan de rijksinstelling van onderwijs in de Indische taal- en letterkunde te Leiden 1864-1874: II-199, 283, 341; III-123; IV-29; VII-6, 7, 101.
Roos van Bienema, zie Bienema, Roos van.
Roosegaarde, G.J., 1798-1861, fabrikant te Zutphen, lid van de (gemeente)raad 1837-1851, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1850-1856, voorzitter van de kiesvereniging Redding door Bezuiniging: V-133, 147, 150, 151, 153, 226, 284, 290, 291; VI-71, 72, 165, 270, 271.
Rooyens, G.J., 1785-1846, hoogleraar in de theologie te Amsterdam 1827-1846: I-270; II-19.
Rose, H.S.J., 1825-1888, zoon van W.N. Rose, arrondissementsingenieur van de Waterstaat te Terneuzen 1858-1865 en te Gorinchem 1865-1867, hoofdingenieur in Noord-Brabant 1867-1873: VII-389.
Rose, W.N., 1801-1877, kapitein-ingenieur der genie 1839, stadsarchitect van Rotterdam 1839-1855, rijksbouwmeester 1858-1867: V-367; VII-2.
Rosenthal, J.T.H. Nedermeyer ridder van, 1792-1857, advocaat te Arnhem, auditeur-militair in Gelderland 1821-1841, lid van de raad van Arnhem sedert 1833, lid van de Tweede Kamer 1841-1849, minister van Justitie en van Hervormde Eredienst 1849-1852: III-270; IV-57, 233, 236; V-6-8, 13, 178-182, 185, 187-191, 193-195, 197-199, 202, 203, 213, 239, 240, 242, 248, 254, 260, 287, 288, 300, 319, 332, 337, 340, 373, 374, 381, 382, 385, 391, 394-396, 466, 470, 500; VII-503.
Rosenthal, jkvr. L.J.A.V. Nedermeyer van, 1830-1850, dochter van J.T.H. Nedermeyer van Rosenthal: V-187, 248.
Rossi, C. graaf, Sardijns gezant te 's-Gravenhage 1829-1835: I-410.
Rotteck, K.W.R. von, 1775-1840, hoogleraar in de staatswetenschappen te Freiburg 1818-1832, lid van de Badense Kamer 1831-1832: I-244; III-1.
Rotterdam, J.K. van, 1759-1834, hoogleraar in de medicijnen te Gent 1817-1834: I-33, 64.
Roukens, A.A., 1812-1862, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 30.3.1830, gepromoveerd 26.5.1836: I-428, 429; II-522, 523.
Roulez, J., 1806-1878, docent Grieks aan de vrije faculteiten te Gent: I-79.
Rouville, A.M. de, 1812-1881, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 14.9.1830, gepromoveerd 10.11.1835, advocaat te Brielle, secretaris 1838-1851, burgemeester 1851-1856, procureur des konings op Curaçao 1856-1866: II-324, 327, 350, 351, 407; III-375; IV-126, 241, 258, 314, 315, 332, 333; V-16, 17, 43, 59-61, 68, 69, 85, 89, 113; VI-231.
Rouville-Lette, J.C.A. de, 1817-1856, zuster van J.A. en S.H. Lette, echtgenote van A.M. de Rouville: IV-315, 332; V-16, 17, 43, 60, 61, 85, 90.
Rovigo, A.J.M.R. Savary, hertog van, 1774-1833, Frans generaal 1803 en diplomaat: III-497.
Roy van Zuydewijn, J.F.C.J. de, 1789-1866, burgemeester van Breda 1824-1852, notaris 1829-1866: V-374.
Royaards, H.J., 1794-1854, hoogleraar in de kerkgeschiedenis te Utrecht 1823-1854 (buitengewoon 1823-1826): IV-63, 80, 206; VI-44, 186.
Royen, A.M. van, 1800-1877, tweelingzuster van I.A.S. van Royen: VII-104.
Royen, H. van, 1760-1844, schoonvader van C.J. van Assen, lid van de Raad van Marine 1801-1803, administrateur der Posterijen 1824-1831, lid van de Raad van State (als buitengewoon staatsraad in werkelijke dienst) 1815-1844: I-174, 333, 371, 377, 381; II-73, 298, 308, 434; III-33, 40, 80, 87, 121, 220, 222, 225, 231, 249, 256, 257, 268, 269, 277, 338, 340, 399, 400, 402.
Royen, I.A.S. van, 1800-1868, advocaat te Zwolle, notaris 1826-1853, lid van de (gemeente)raad 1842-1853, lid van de Staten van Overijssel 1845-1850, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de Eerste Kamer 1850-1853, commissaris des konings in Groningen 1853-1867, curator van de hogeschool 1853-1867: IV-35, 36, 316, 317; V-206, 207, 425, 435-437, 444, 445, 448; VI-15, 73, 74, 138, 297, 452; VII-90, 104, 153.
Royen, J.H. van, 1827-1883, zoon van I.A.S. van Royen, ingeschreven als student in de rechten te Groningen 12.9.1845, gepromoveerd 19.6.1849, advocaat te Zwolle, lid van de gemeenteraad 1853-1883, notaris 1854-1883, wethouder 1859-1880, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1859-1871: V-337; VI-74, 263, 264; VII-70, 312, 353.
Royen, S.J. van, 1829-1908, zoon van I.A. van Royen, advocaat te Zwolle: VI-452.
Royer, C.B.H., 1822-1848, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 6.2.1840, gepromoveerd 13.5.1844: IV-247.
Royer, L., 1793-1868, beeldhouwer, directeur van de beeldhouwschool van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten 1836-1868: VII-30, 180-182, 184, 185, 192, 207, 287, 294, 509.
Royer-Kerst, C.F., 1801-1883, echtgenote van L. Royer: VII-287, 288, 293, 294.
Rudolf, zie Thorbecke, R.F.K.
Rudolph, zie Thorbecke, R.F.K.
Rueb, A.S., 1806-1854, lector in de astronomie te Utrecht 1843-1854: IV-220.
Ruiter Zijlker, zie Zijlker, De Ruiter.
Russel, F.F.J.H., 1829-1888, redacteur van L'Ami des Intérêts Limbourgeois 1864-1865: VII-126, 128.
Russell, J., 1792-1878, graaf 1861, lid van het Britse Lagerhuis 1813-1866, minister van Binnenlandse Zaken 1835-1839 en van Koloniën 1839-1841, minister van Buitenlandse Zaken 1852-1853 en 1859-1865: III-33; V-441, 443; VI-374.
Rutgers, A., 1805-1884, hoogleraar in het Hebreeuws, de Hebreeuwse antiquiteiten en het Sanskrit te Leiden 1837-1875: III-93; IV-27.
Rutgers van Rozenburg, jhr. D., 1794-1857, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Amsterdam 1838-1842 en vice-president 1842-1856: IV-103.
Rutgers van Rozenburg, jhr. J.W.H., 1830-1902, zoon van D. Rutgers van Rozenburg, advocaat te Amsterdam, plaatsvervangend kantonrechter 1858-1878, secretaris van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij 1865-1867, directeur-secretaris 1867-1869 en directeur 1869-1882, lid van de Tweede Kamer 1869-1875: VII-307, 308.
Ruyssenaers, A., koopman te Londen, directeur van de Internationale Telegrafie Compagnie 1853-1854: VI-65.
Ruyter, M.A. de, 1607-1676, vlootvoogd: VII-180.
Ry Spiering, zie Spiering, Du Ry.
Ryckere, mevrouw De, echtgenote van P.J.M.C. de Ryckere: II-339.
Ryckere, P.J.M.C. de, 1793-1863, hoogleraar in de rechten te Gent 1817-1835, lid van het Nationaal Congres 1830-1831, gouverneur van Oost-Vlaanderen oktober-december 1830: I-9, 13, 22, 32, 33, 35, 48, 52, 228; II-339.