Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Saavedra, don M., overl. 1808, Spaans militair: III-498.
Saksen-Weimar-Eisenach, K.B. hertog van, 1792-1862, in 1815 in Nederlandse krijgsdienst, onderscheidde zich in 1815 en 1831, generaal-majoor der infanterie 1816, luitenant-generaal 1831, generaal 1849, commandant van het leger in Nederlands-Indië 1848-1852: I-14, 45, 143, 205, 206, 232; VII-42.
Sallustius, 86-34 v. Chr., Romeins historicus: III-245; VII-475.
Salomon, G., 1774-1864, arts te Leiden: III-7; IV-106.
Salomonson, G., 1796-1867, koopman en fabrikant te Almelo, lid van de (gemeente)raad van Stad Almelo 1843-1867, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1850-1867: VI-83, 104, 109-112, 114, 123, 127-129, 143, 156, 161, 220, 345.
Salomonson, H., ca. 1796-1883, broer van G. Salomonson, koopman en fabrikant te Almelo: VI-110.
Salomonson, L., 1833-1907, zoon van G. Salomonson, koopman en fabrikant te Almelo: VI-114.
Salomonson, M., 1823-1909, neef van G. en H. Salomonson, arts te Berlijn, later te Almelo: VI-123, 127-129, 139, 156, 161.
Salomonson, M. (1860) Wertheim, 1829-1886, zoon van G. Salomonson, fabrikant te Almelo 1859-1872, lid van de gemeenteraad van Ambt Almelo 1857-1861 en 1861-1877, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1868-1882: VI-114; VII-159.
Salomonson-Hartog, F., 1795-1866, echtgenote van G. Salomonson: VI-114, 127, 345.
Salomonson-Wertheim, S.R., 1828-1905, echtgenote van M. Wertheim Salomonson: VI-114; VII-159.
Salvador, jhr. M., 1813-1884, lid van de gemeenteraad van Haarlem 1851-1855 en 1861-1874, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1853-1856: VII-18, 19.
Salvandy, N.A. graaf de, 1795-1856, lid van de Franse Kamer 1833-1848, minister van Onderwijs 1837-1839 en 1844-1848: IV-318.
Salverda, M., 1840-1886, ingeschreven als student in de wis- en natuurkunde te Utrecht 21.9.1857, gepromoveerd te Leiden 12.6.1863, leraar aan de voorbereidende cursus van de polytechnische school te Delft 1864-1866, hoogleraar in de plant- en dierkunde te Groningen 1866-1872, leraar aan de landhuishoudkundige school 1868, schoolopziener 1868-1872, inspecteur van het lager onderwijs in de provincie Utrecht 1872-1873: VII-401.
Salvolini, F., 1809-1838, deskundige op het gebied van Egyptische oudheden: II-301, 312, 316, 320-322, 373, 374, 406, 407.
Sand, G. (pseudoniem van A.L.A. Dupin), 1804-1876, Frans letterkundige: II-281.
Sandberg, jhr. J.A., 1798-1883, neef van S.J. Sandberg, advocaat te Zwolle, lid van de (Provinciale) Staten van Overijssel 1822-1880 en van Gedeputeerde Staten 1829-1879: V-93, 279.
Sandberg, jhr. R.H.O., 1801-1864, broer van J.A. Sandberg, neef van S.J. Sandberg, lid van de (Provinciale) Staten van Limburg 1835-1864 en van Gedeputeerde Staten 1840-1864: V-331.
Sandberg, jhr. W.T., 1834-1870, zoon van J.A. Sandberg, commies bij het provinciaal bestuur van Overijssel 1859-1866 en bij Binnenlandse Zaken 1866-1870: VII-8.
Sandberg (van Essenburg), jhr. S.J., 1778-1854, baron 1841, lid van de Tweede Kamer 1815-1828, gouverneur van Luik 1828-1830, lid van de Staten van Overijssel 1834-1841, buitengewoon staatsraad in werkelijke dienst 1839-1841: I-14, 46, 47, 85.
Sande, H.M. van der, 1826-1861, neef van J.H. van der Sande, gepromoveerd in de rechten te Leiden 5.3.1849, advocaat te Amsterdam, substituut-griffier bij de arrondissementsrechtbank te Amsterdam 1853-1855: V-150.
Sande, J.H. van der, 1805-1868, kantonrechter te Alphen aan den Rijn 1838-1841, lid van de arrondissementsrechtbank te Leiden 1841-1849, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1849-1859, lid van de Hoge Raad 1859-1868: IV-58.
Sandeling, J.J., 1811-1863, instituteur te Roosendaal, schoolopziener in het dertiende district van Noord-Brabant 1850-1863: V-270, 271; VI-224.
Sanden Prins, zie Prins, Van Sanden.
Sandenbergh Matthiessen, C., 1826-1882, advocaat en procureur te Soerabaja: VI-260, 261, 372, 382, 387, 413, 414, 417, 418, 475.
Sandenbergh Matthiessen (van Petten en Nolmerban), C., 1801-1854, advocaat te Amsterdam, rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Alkmaar 1826-1836, lid van de (Provinciale) Staten van (Noord-)Holland 1834-1854 en van Gedeputeerde Staten 1836-1850: I-280; V-287.
Sandenbergh Matthiessen-Van Lawick, J.A.E., 1837-1908, echtgenote van C. Sandenbergh Matthiessen: VI-382, 387, 418.
Sander, J., 1804-1872, inwoner van Kralingen: VII-317.
Sander, P.A., 1821-1860, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Dordrecht 1851-1859, lid van de Tweede Kamer 1853-1859, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1859-1860: VI-22, 99, 101, 319.
Sanders, A.J.W. Farncombe, 1833-1896, advocaat te Utrecht, provinciaal inspecteur van het lager onderwijs 1858-1869, lid van de gemeenteraad 1861-1869: VII-59.
Sandifort, G., 1779-1848, hoogleraar in de medicijnen te Leiden 1801-1848 (buitengewoon 1801-1807), lid van de raad 1824-1848: I-271; II-46, 50, 196, 241, 242; IV-27, 58, 82; V-94, 114.
Santhagens, D.J., 1803-1842, broer van J.J.A. Santhagens, makelaar te Amsterdam: III-160.
Santhagens, J.J.A., 1798-1867, assuradeur te Amsterdam, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1859-1867: III-31, 36, 124, 160; VII-95.
Saportas, A., 1781-1847, koopman en reder te Antwerpen: III-256.
Saportas, A.J., 1776-1836, Amsterdams koopman en bankier: II-214.
Saroni, B., geb. 1807, koopman te Leiden: V-13, 30.
Sarphati, E., 1783-1874, tabakshandelaar te Amsterdam: VII-198.
Sarphati, S., 1813-1866, zoon van E. Sarphati, arts te Amsterdam, filantroop, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1851-1866: VII-198.
Sarraz, J.A.H. de la, 1787-1877, generaal-majoor der artillerie 1838-1843, luitenant-generaal 1843, gepensioneerd 1843, minister van Buitenlandse Zaken 1843-1.1.1848, minister van Staat 1848: IV-324, 327; V-90.
Sartorius, A.C., 1802-1880, dochter van G.F. Sartorius, in 1831 gehuwd met A.C. Bing (1780-1840, winkelier te Amsterdam): I-277.
Sartorius, G.F., 1773-1845, luthers predikant te Amsterdam 1814-1845, buitengewoon hoogleraar in de theologie te Amsterdam 1825-1845: I-211, 277.
Sartorius, G.F.C., (1827) vrijheer von Waltershausen, 1765-1828, hoogleraar in de geschiedenis te Göttingen 1797-1828 (buitengewoon 1797-1802) en in de politieke wetenschappen 1814-1828: VII-416.
Sasse van Ysselt, jhr. J.B.M.W.G. van, 1813-1891, zoon van L.F.J.J.J. van Sasse van Ysselt, kantonrechter te Gennep 1846-1859: VI-22.
Sasse van Ysselt, jhr. L.F.J.J.J. van, 1778-1844, lid van de Tweede Kamer 1815-1818, 1823-1832 en 1842-1844, lid van de dubbele Kamer 1840: III-568; IV-50, 244.
Sasse van Ysselt, jhr. L.J.B. van, 1809-1888, zoon van L.F.J.J.J. van Sasse van Ysselt, landbouwkundige te Boxmeer, lid van de Tweede Kamer 1844-1849, lid van de Eerste Kamer 1849-1883: IV-244; V-142.
Sassen, A.M., 1844-1907, zoon van N.F.C.J. Sassen, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 9.10.1861, gepromoveerd 24.6.1865, advocaat te 's-Hertogenbosch 1865-1870 en te Breda 1870-1879: VII-336, 337.
Sassen, E.J.L., 1806-1855, neef van N.F.C.J. en W.C.C. Sassen, eerste luitenant der artillerie 1832, gepensioneerd met de rang van kapitein 1848, plaatsvervangend kantonrechter te Heerlen 1849-1855: V-392.
Sassen, M.E.J., 1837-1882, dochter van N.F.C.J. Sassen: VI-187.
Sassen, N.F.C.J., 1811-1876, neef van E.J.L. en W.C.C. Sassen, zwager van J.B.J. Hengst, advocaat te 's-Hertogenbosch, lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant 1850-1853, lid van de Eerste Kamer 1853-1871: VI-9, 61, 203, 516; VII-228, 230, 241.
Sassen, W.C.C., 1817-1877, neef van E.J.L. en N.F.C.J. Sassen, advocaat te Maastricht 1842-1870 (non-actief wegens ziekte 1863-1869), lid van de Provinciale Staten van Limburg 1850-1853, lid van de gemeenteraad 1851-1853, procureur-generaal en vice-president van de Koloniale Raad en van de Raad van Bestuur van Curaçao 1870-1871, advocaat aldaar 1871-1873: V-106; 164, 250; VII-317, 372.
Sassen-Sassen, E.L.A., 1825-1895, zuster van E.J.L. Sassen, echtgenote van W.C.C. Sassen: VII-372.
Saubert, T.C.A., klerk ter stedelijke secretarie te Leiden 1821-1834: III-232.
Savary, zie Rovigo.
Savigny, F.K. von, 1779-1861, hoogleraar in de rechten te Berlijn 1810-1842, Pruisisch minister van Wetgeving 1842-1848: II-148, 385, 490, 599; IV-92, 113, 115.
Savigny, K.F. von, 1814-1875, zoon van F.K. von Savigny: II-148.
Saxen-Weimar, zie Saksen-Weimar-Eisenach.
Say, J.B., 1767-1832, Frans econoom: II-15.
Schaaf, J.H. van der, 1767-1852, rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam 1832-1838 en in de criminele rechtbank 1838-1841: III-411.
Schaaff Gratama, zie Gratama, Schaaff.
Schaick/Schaeck, H.F.T. van, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Maastricht 1854-1857, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Breda 1857-1859 en te Maastricht 1859-1876: VI-251.
Schalcken, G., 1643-1706, schilder en etser: VII-482.
Scharnhorst, G.J.D. von, 1755-1813, stond aan het hoofd van het Pruisisch ministerie van Oorlog zonder de rang van minister te hebben 1808-1810: II-700.
Schas, W.D.F., 1821-1897, gepromoveerd in de rechten te Utrecht 4.7.1846, burgemeester van Zeist 1850-1863, lid van de Provinciale Staten van Utrecht 1853-1862: V-261.
Scheffer, J., 1811-1873, postbode te Susteren: VI-255, 256.
Scheffer-Schmitz, M.I., 1796-1865, echtgenote van J. Scheffer, logementhoudster te Susteren: VI-255, 256.
Scheibel, J.G., 1783-1843, hoogleraar in de theologie te Breslau 1811-1832 (buitengewoon 1811-1818): II-411, 616.
Schelling, F.W.J., 1775-1854, Duits filosoof: V-549.
Scheltema, J., 1767-1835, griffier van het Hoog Militair Gerechtshof 1820-1835, historicus: I-435; III-422.
Scheltema, M.W., 1823-1870, officier van justitie bij de raad van justitie te Batavia 1861-1862, belast met de voltooiing van het rechtswezen buiten Java en Madoera 1862-1863, president van de raad van justitie te Semarang 1863-1864, verlof 1864-1866, hoogleraar Indische staatsinstellingen te Leiden 1866-1868: VII-117.
Scheltens: II-491.
Scheltinga, H.W. de Blocq van, 1836-1906, advocaat te Heerenveen, lid van de gemeenteraad van Schoterland 1867-1880, wethouder 1871-1872, burgemeester 1872-1890: VII-396, 397.
Schepeler, A.D.B. von, Pruisisch kolonel: I-410, 413.
Schepper, G.A. Yssel de, 1810-1868, neef van H.A. Yssel de Schepper, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 13.6.1828, gepromoveerd 14.6.1834, notaris te Deventer, lid van de Tweede Kamer 1864-1866: II-75, 76, 298.
Schepper, H.A. Yssel de, 1775-1836, lid van de Tweede Kamer 1826-1831: I-182.
Scherer, D.J., 1810-1883, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 28.9.1831, gepromoveerd 10.6.1836: II-78; III-56, 101.
Scherff, jhr. F.H.W. von, 1789-1869, gezant bij de Duitse Bond 1841-1867: IV-75; VII-44, 65.
Schermbeek, T.A. van, 1809-1882, zwager van F.A. van Hall, arts te Utrecht, lid van de gemeenteraad 1857-1882: VI-3, 30, 74, 108, 148, 149, 159, 237, 238, 329.
Scheuer, J.B., 1807-1867, logementhouder te Zwolle: V-342; VI-223.
Scheuer-Ten Zweege, A., 1807-1894, echtgenote van J.B. Scheuer, logementhoudster te Zwolle: VII-69.
Schey, W.F., geb. 1800, conrector van de Latijnse school te 's-Gravenhage 1833-1838 en van het stedelijk gymnasium 1838-1862: II-499; III-157; VI-430.
Schicht, J.G., 1753-1823, Duits componist: II-120.
Schick, J.W., 1818-1853, arts te 's-Gravenhage: VI-3.
Schiff, D.W., 1821-1880, koloniaal ambtenaar, tijdelijk geplaatst bij Koloniën 1861-1865, non-actief 1865-1868, resident van de Lampongse districten 1868-1870 en van Riouw 1870-1878: VII-96.
Schiffer, C., 1793-1873, fabrikant te Alem, lid van de Tweede Kamer 1849-1850 en 1850-1853: V-159, 277.
Schill, P.A., 1810-1851, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 21.8.1829, gepromoveerd 5.10.1833: I-428.
Schillemans, P.J., geb. ca. 1824, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 16.10.1840, gepromoveerd 2.2.1844: IV-128.
Schiller, J.C.F. (1802) von, 1759-1805, Duits letterkundige: II-177, 181, 183, 185; IV-175; V-543; VI-384; VII-204, 245, 415.
Schilthuis, U.G., 1799-1859, graanhandelaar te Groningen, lid van de Provinciale Staten van Groningen 1850-1859 en van Gedeputeerde Staten 1852-1859: VI-47.
Schimmelpenninck, G., 1794-1863, graaf 1834, zoon van R.J. Schimmelpenninck, president van de Nederlandse Handel Maatschappij (N.H.M.) 1827-1834, commissaris van de N.H.M. voor de koninklijke belangen 1835-1836, secretaris van Staat 1835-1836, minister van Staat 1836, lid van de Eerste Kamer 1837-1849, gezant te St. Petersburg 1837-1840 en te Londen 1846-1848 en 1848-1852, voorzitter van de ministerraad, minister van Buitenlandse Zaken en van Financiën 25.3-17.5.1848, lid van de Tweede Kamer 1853-1854, daarna ambteloos inwoner van Diepenheim: II-27, 323, 324, 388; III-6, 64; IV-327; V-91, 104-108, 118, 484, 498, 503, 505-512, 514; VI-149, 155.
Schimmelpenninck, R.J., 1761-1825, gezant te Parijs 1798-1802 en 1803-1804 en te Londen 1802-1803, raadpensionaris 1805-1806, lid van de Eerste Kamer 1815-1825: II-323; IV-278; V-15, 30, 82, 84, 91, 486, 487, 493, 508.
Schimmelpenninck, jhr. R.J., 1821-1893, zoon van G. Schimmelpenninck, advocaat te Amsterdam, lid van de gemeenteraad 1854-1858, lid van de Tweede Kamer 1857-1866, minister van Financiën 1866-1868, grootmeester van het Huis des Konings 1868-1890: VI-282, 293, 297, 523; VII-194, 206, 250, 251, 274, 282, 286, 291, 292, 299, 308, 402, 449.
Schimmelpenninck van der Oije, A. baron, 1839-1918, zoon van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, broer van W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oije, neef van C.H. baron van Rhemen, rentmeester van het kroondomein te Arnhem 1866-1873, lid van de Tweede Kamer 1873-1877, 1878-1882, 1883-1884 en 1886-1888, commissaris des konings/der koningin in Utrecht 1888-1905: V-542, 543; VII-395-398, 523.
Schimmelpenninck van der Oije, A.C.J. baron, 1796-1877, minister-resident te Karlsruhe 1829-1840, gezant te Berlijn 1842-1862: I-11; V-375, 542; VI-95.
Schimmelpenninck van der Oije, F.J.J.C. baron, 1801-1839, broer van A.J.C. en W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, luitenant-ter-zee tweede klasse: I-26, 78, 215.
Schimmelpenninck van der Oije, H.A.F. freule, 1837-1880, dochter van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije: IV-72.
Schimmelpenninck van der Oije, H.J. baron, 1804-1844, broer van A.C.J, F.J.J.C., M.S. en W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, eerste luitenant der infanterie, kamerheer i.b.d. van Willem I 1840: I-26, 78, 215; III-347.
Schimmelpenninck van der Oije, M.S. barones, 1803-1866, zuster van A.C.J., F.J.J.C. en W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije: I-11; II-366, 376.
Schimmelpenninck van der Oije, S. freule, 1828-1897, dochter van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije: IV-72.
Schimmelpenninck van der Oije, W.A. baron, 1800-1872, broer van A.C.J. baron Schimmelpenninck van der Oije, lid van de Staten van Gelderland 1826-1831, majoor bij de Gelderse schutterij sedert 1830, lid van de Tweede Kamer 1831-1841 en 1853-1860, minister van Binnenlandse Zaken 1841-1846 en van Buitenlandse Zaken a.i. 1843, minister van Staat 1846, gouverneur van/commissaris des konings in Gelderland 1847-1852, opperceremoniemeester 1852-1853, opperhofmaarschalk 1853-1872, lid van de Eerste Kamer 1860-1872: I-1-4, 6, 8, 11, 12, 16-18, 20, 23, 25-27, 39, 40, 46, 53, 75, 77, 78, 81, 82, 100, 104, 109-111, 113, 142-144, 151, 159, 175, 178, 182, 185, 186, 188, 192, 211, 214, 221, 227, 228, 251, 252, 254, 256, 259, 261, 266, 290, 291, 295, 296, 302-304, 316-318, 351-353, 355-357, 423, 428; II-1, 2, 21-23, 28, 29, 31, 35, 39, 177, 202, 203, 257, 375, 388, 432, 433, 458, 459, 484, 485, 502, 516, 534, 703; III-9, 10, 16, 17, 130, 131, 165, 166, 177, 178, 183, 199, 244, 288, 290, 295-299, 332, 347-349, 353, 358, 362, 385, 386, 393, 411-413, 426, 427, 435, 443, 445; IV-4, 10, 20, 21, 47, 48, 50, 52, 54, 57, 59-61, 64, 66, 71, 72, 74, 82, 83, 90, 91, 97, 100, 103-105, 114, 118, 119, 124, 125, 128-130, 135, 140, 141, 149, 157, 165, 183-185, 190, 192, 200, 204, 205, 209, 213, 218, 219, 221, 223, 228, 229, 231, 233, 241, 254, 255, 259, 269, 303-306, 308, 312, 324, 325, 327, 348-352, 365-367, 372; V-1, 3, 9, 19, 21, 26, 61, 75, 94, 117, 120-122, 201, 208-210, 235-237, 247, 263, 264, 272, 276, 283, 284, 311, 312, 324, 336, 357, 358, 361, 369, 389, 406-409, 420, 421, 423, 424, 427-432, 438, 542-544; VI-22, 275, 440, 502, 553, 554, 568; VII-396, 397, 408-413.
Schimmelpenninck van der Oije, W.A.A.J. baron, 1834-1889, zoon van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, commies bij Buitenlandse Zaken 1862-1871 en referendaris 1871-1876: VII-268.
Schimmelpenninck van der Oije-Van Pallandt, H.A.C.J.A. barones, 1773-1855, moeder van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije: I-11; III-178.
Schimmelpenninck van der Oije-barones van Rhemen, A.S. barones, 1806-1842, dochter van S.D. barones van Rhemen-Van Leyden, echtgenote van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije sedert 1825: I-104, 144, 215; II-366, 376, 485, 516; III-290, 295; IV-72, 108, 124, 129, 157; VII-412.
Schimmelpenninck van der Oije-barones van Rhemen, J.M., 1816-1857, zuster van A.S. barones Schimmelpenninck van der Oije-barones van Rhemen, echtgenote van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oije sedert 1844: IV-71, 229; V-543.
Schimpf, C.P., 1813-1886, majoor der infanterie in het Nederlands-Indisch Leger 1848, met verlof in Nederland 1853-1855, generaal-majoor 1855, gouverneur van Suriname 1855-1859, gepensioneerd 1860, luitenant-generaal 1862: VI-302, 577.
Schinkel, A.D., 1784-1864, drukker en uitgever te 's-Gravenhage: IV-347.
Schlegel, A.W. von, 1767-1845, Duits hoogleraar in de Indische archeologie te Bonn 1818-1845, letterkundige: I-442, 447; II-136; III-118; VI-399.
Schlegel, F. von, 1772-1829, broer van A.W. von Schlegel, Duits filosoof: I-147.
Schleiermacher, schoonzoon van F.E.D. Schleiermacher: II-569.
Schleiermacher, F.E.D., 1768-1834, hoogleraar in de theologie te Berlijn 1810-1834: II-55, 546, 568, 569, 571; III-251; VI-298.
Schleiermacher-von Mühlenfels, H., geb. 1785, echtgenote van F.E.D. Schleyermacher: II-568, 569, 588.
Schlingemann, A.E., 1772-1849, dochter van F.L. Schlingemann: II-136, 243.
Schlingemann, C.W., 1778-1859, zoon van F.L. Schlingemann, koopman te Zwolle, lid van de Staten van Overijssel 1817-1848: I-182, 183.
Schlingemann, F.L., 1744-1833, koopman te Zwolle: I-182, 183, 186.
Schlosser, F.C., 1776-1861, hoogleraar in de geschiedenis te Heidelberg 1817-1861: III-90, 282.
Schmolck, S., 1800-1872, neef van G.M. van der Linden, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland 1845-1864: V-188, 319.
Schneevoogt, G.E. Voorhelm, 1814-1871, arts te Amsterdam, buitengewoon hoogleraar in de medicijnen 1851-1862, inspecteur der krankzinnigengestichten 1862-1871, lector in de psychiatrie 1868-1871: V-369, 401; VI-573.
Schneider, Frau, echtgenote van J.G. Schneider: II-685.
Schneider, J.G., 1789-1864, musicus te Dresden, hoforganist 1825-1864: II-160, 168, 197, 278, 305, 450, 673, 691; IV-1; VI-53.
Schneither, G.J.C., 1795-1877, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Gelderland 1838-1866, gepromoveerd in de rechten h.c. te Leiden 31.3.1848: V-98, 99.
Schoell, M.S.F., 1766-1833, Duits historicus, diplomaat in Pruisische dienst 1814-1833: I-457.
Schoemaker Doyer, zie Doyer, Schoemaker.
Scholte, H.P., 1806-1868, hervormd predikant te Doeveren sedert 1833, geschorst 1834, afgescheiden predikant, te Utrecht sedert 1837, geschorst 1840, geëmigreerd naar de Verenigde Staten 1847: II-430; III-68, 92.
Scholten, B., 1801-1860, fabrikant te Almelo, lid van de gemeenteraad van Stad Almelo 1848-1860, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1850-1860, wethouder 1851-1860: VI-144, 148, 345.
Scholten, G., waarschijnlijk G. Schouten Bzn., wethouder te Epe 1851-1863: VI-351.
Scholten, J.F., 1811-1876, broer van B. Scholten, reder en fabrikant te Enschede: VI-112.
Scholten, J.H., 1811-1885, hoogleraar in de theologie te Leiden 1843-1881 (buitengewoon 1843-1845): V-27, 438, 440; VI-354.
Schön, mevrouw: VI-377.
Schönberg, Frau von: II-614.
Schönburg, J.E.V., ca. 1754-1839, arts te 's-Gravenhage: I-375.
Schöne, A.K.I., 1836-1918, leraar te Dresden, privaatdocent te Leipzig 1864-1867 en buitengewoon hoogleraar in de klassieke filologie 1867-1869, hoogleraar te Erlangen 1869-1874: VII-57, 58.
Schöneman, A.E., 1758-1817, verloofde van J.W. von Goethe 1775: II-585, 594.
Schooneveld, P.C., 1788-1853, advocaat te 's-Gravenhage, lid van de dubbele Kamer 1840, lid van de Tweede Kamer 1841-1853: I-272; III-200, 421, 423, 424; IV-56, 57, 141, 172, 213, 287, 305, 306, 311, 334; V-42, 61, 89, 136, 503, 504, 510; VI-553.
Schooren, J.W. van der, 1804-1870, houthandelaar te 's-Gravenhage, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1861-1871: VI-159, 160, 346; VII-146.
Schooten, J. van, overl. 1867, commissionair in boter te Deventer: V-148.
Schopenhauer, Hofrat: I-442.
Schorer, jhr. J.W.M., 1834-1903, advocaat te Middelburg 1857-1871, burgemeester van Nieuw en St. Joosland 1859-1871, van Arnemuiden 1867-1871 en van Middelburg 1871-1879: VII-357.
Schotel, G.D.J., 1807-1892, hervormd predikant te Lage Zwaluwe 1835-1841, historicus: III-271.
Schouten, zie Scholten, G.
Schrant, J.M., 1783-1866, hoogleraar in de Nederlandse letteren en geschiedenis te Gent 1817-1830, toegevoegd hoogleraar in de Nederlandse letteren te Leiden 1831-1845, hoogleraar in de Nederlandse letteren en geschiedenis 1845-1853: I-9, 22, 23, 56, 58, 103, 106-108, 115, 116, 118, 119, 126, 129, 132, 136, 139-141, 150, 151, 155, 156, 281; II-3, 52, 54, 289, 392, 522; III-27, 209, 224, 417, 418; IV-16, 53, 60, 212, 278.
Schrassert, J., 1687-1756, jurist en publicist te Harderwijk: V-94.
Schröder, J.C., 1815-1869, referendaris bij Justitie 1843-1848, secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken 1848-1869: V-219, 221, 230, 231, 235, 237, 257, 258, 297, 309, 327, 328, 342, 373, 406, 426, 435; VI-362; VII-4, 30, 56, 74, 83, 112, 119, 129, 160, 164, 525, 526.
Schröder, J.F.L., 1773-1845, hoogleraar in de wis- en natuurkunde te Utrecht 1815-1844, sedert 1822 tevens in de filosofie: II-360; IV-226.
Schröder van der Kolk, zie Kolk, Schröder van der.
Schröter, J.J.E.F., 1799-1851: III-346.
Schubert, F.P., 1797-1828, Oostenrijks componist: VII-537.
Schuller, H.L.M., 1781-1845: IV-265.
Schuller tot Peursum, C.L., 1813-1860, advocaat te Utrecht, redacteur van de Politieke Bijdragen tot de Geschiedenis des Vaderlands 1847-1848, lid van de gemeenteraad 1851-1860: V-114.
Schultz, zie Jacobi, Schultz.
Schultz Schultzenstein, K.H., 1798-1871, hoogleraar in de biologie te Berlijn: IV-177.
Schuurbeque Boeye, zie Boeye, Schuurbeque.
Schuurman, inwoner van Deventer: VI-233.
Schuwirth, J.H., 1800-1878, dominicaan, pastoor te Nijmegen 1841-1843: IV-65.
Schwartze, J.G., 1814-1874, schilder: VII-30.
Schwarzenberg, F. vorst zu, 1800-1852, Oostenrijks diplomaat, eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken 1848-1852: II-6, 7, 20; V-405; VI-158.
Schweickhardt, H.W., 1746-1797, schilder: I-321.
Schwerin-Putzar, M.H.K.A.K. graaf von, 1804-1872, lid van de Pruisische Tweede Kamer/het Huis van Afgevaardigden 1849-1872: VI-94.
Scott, D.D., geb. ca. 1801, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 18.10.1830: II-394.
Scott, W., 1771-1832, Schots letterkundige: II-183; III-27; VI-188.
Scribe, A.E., 1791-1861, Frans toneelschrijver: II-63.
Scriverius, A.J., 1814-1878, notaris te Zwolle 1854-1878: V-337; VI-230, 233, 257.
Scriverius, P., 1576-1660, historicus: III-168.
Sebastiani, F.H.B. (1808) graaf, 1772-1851, Frans generaal, lid van de Kamer 1819-1824 en 1826-1830, minister van Buitenlandse Zaken 1830-1832 en zonder portefeuille 1833-1834, gezant te Napels 1834 en te Londen 1835-1840: III-182.
Seidler, L., 1786-1866, Duits schilderes: II-152, 153, 164, 295, 649, 660, 688-692.
Selberg, E., Duits medicus, koloniaal auteur: IV-42.
Sels, E. van Löben, 1800-1863, majoor der artillerie 1842, luitenant-kolonel 1853: V-147.
Senfft von Pilsach, F.C.L. graaf von, 1774-1853, Oostenrijks gezant te 's-Gravenhage 1837-1843: III-194, 201, 315, 318, 336, 370, 438.
Sepp, C., 1820-1890, kerkhistoricus en doopsgezind predikant te Leiden 1854-1882: VII-137.
Serge, F. van, 1803-1851, kruidenier te Middelburg, redacteur van de Vlissingsche Courant 1839-1842: III-321, 331.
Serière, G. de, 1788-1868, gouverneur van de Molukken 1842-1845, gepensioneerd en teruggekeerd naar Nederland 1845: V-157, 158.
Serrurier, F., officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Arnhem: III-256.
Servais, A.F., 1807-1866, Belgisch cellist en componist: III-36.
Setten, misschien J. van Setten, dijkgraaf van Hasselt en Zwartsluis: VI-257.
Seydlitz, H.F.K.E., 1828-1911, advocaat te Maastricht, plaatsvervangend kantonrechter 1855-1897, lid van de Provinciale Staten van Limburg 1860-1895 en van Gedeputeerde Staten 1862-1895: VII-66, 67.
Seyn, C., geb.ca. 1785, stedelijk ambtenaar van Leiden: III-301.
Seyn, W.P., geb. ca. 1821, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 12.3.1838, gepromoveerd in de letteren en de filosofie 7.3.1845: IV-332.
Shakespeare, W., 1564-1616, Engels acteur en letterkundige: II-126, 176, 183, 589; III-149, 156, 245, 464, 467; IV-147; VI-172; VII-529.
Sibinga, J., 1802-1870, hervormd predikant te Blija 1830-1.1.1869: VI-8, 16, 17; VII-173.
Siccama, J. Hora, 1802-1853, griffier bij het Hoog Militair Gerechtshof 1840-1853: IV-220, 286, 287.
Siccama, O.W. Hora, 1805-1879, jonkheer 1876, broer van J. Hora Siccama, lid van de Algemene Rekenkamer 1841-1868: VI-397.
Sichel, S.B., geb. 1802, bankier te Amsterdam: III-109.
Siebold, P.F.B. von, 1796-1866, jonkheer 1842, Duits medicus, botanicus en japanoloog, chirurgijn-majoor in Indië 1822-1823 en Japan, na verbanning uit Japan sedert 1830 te Leiden gevestigd, gepensioneerd generaal-majoor van de generale staf 1863, te Würzburg 1863-1866: I-177, 182, 251, 267, 319, 410; II-11, 25, 145, 150; IV-154, V-113.
Sieburgh, N.C., 1827-1862, tweede luitenant-ter-zee 1848, gepensioneerd 1857: VI-393.
Siegel, F.L., geb. 1812, advocaat te Dresden, redacteur van de Constitutionelle Zeitung: VI-54.
Siegenbeek, D. Tieboel, 1806-1866, zoon van M. Siegenbeek, advocaat te Leiden, substituut-officier bij de rechtbank van eerste aanleg 1835-1838, burgemeester van Leiden 1858-1866, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1859-1866: I-245, 263, 266, 267, 300; II-237, 244, 248, 249; VII-116, 119, 120, 137, 140.
Siegenbeek, M., 1774-1854, hoogleraar in de wijsbegeerte en Nederlandse letteren te Leiden 1797-1811 (buitengewoon 1797-1799), in de letteren 1811-1815, in de letteren en geschiedenis 1815-1844: I-106, 126, 172, 174, 213, 214, 245, 246, 250, 269, 272, 273; II-3-5, 244, 248, 257, 405, 448; III-27, 133, 151, 224, 279, 417; IV-12, 21-23, 27, 52, 106, 159, 278.
Siegenbeek-Van Heukelom, E. Tieboel, 1808-1874, zuster van J. van Heukelom, echtgenote van D.Tieboel Siegenbeek: II-248; VII-137.
Siewertsz van Reesema, zie Reesema, Siewertsz van.
Sifflé, A.F., 1801-1872, advocaat te Middelburg, notaris 1828-1868: V-48-50, 135.
Sijthoff, A.W., 1829-1913, uitgever te Leiden: VII-293.
Sikkel Groos, zie Groos, Sikkel.
Sillig, C.J., 1801-1855, Duits klassiek filoloog: V-173.
Simon Gzn., M., 1829-1904, ingenieur bij de aanleg der staatsspoorwegen te Bergen op Zoom sedert 1861: VII-67.
Simon Thomas, A.E., 1820-1886, hoogleraar in de medicijnen te Leiden 1848-1886 (buitengewoon 1848-1857): V-114.
Simons, A., 1770-1834, hoogleraar in de Nederlandse letteren en geschiedenis te Utrecht 1815-1834: I-133, 399; II-54; III-36.
Simons, D., 1797-1870, advocaat te Doetinchem, burgemeester 1847-1869, kantonrechter 1848-1869, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1851-1870: V-296.
Simons, G., 1802-1868, zoon van A. Simons, adviseur voor schei- en werktuigkundige zaken bij Financiën 1832-1841, adjunct-directeur van de Koninklijke Academie te Delft 1845-1846 en directeur 1846-1856, minister van Binnenlandse Zaken 1856-1857, lid van de Raad van State 1857-1862, lid van de Tweede Kamer 1864-1868: II-499; III-155, 157; V-216, 217, 321, 366, 369; VI-244, 254; VII-134.
Simons, H., geb. 1842, ingeschreven als student in de medicijnen in Leiden 10.9.1859, gepromoveerd 18.1.1866: VII-115.
Simons, P., 1795-1850, zoon van A. Simons, advocaat te Amsterdam en te 's-Gravenhage 1835-1850: I-399; II-452, 496, 498, 499; III-53, 54, 65, 69, 83, 90, 103, 157.
Sirtema van Grovestins, zie Grovestins, Sirtema van.
Sismondi, J.C.L. Sismonde de, 1773-1842, Zwitsers historicus en econoom: II-15, 490.
Sitter, J. de, 1844-1913, zoon van W. de Sitter, ingeschreven als student in de rechten te Groningen 18.7.1862, gepromoveerd 29.6.1868, commies bij het departement van Binnenlandse Zaken 1868-1871, substituut-griffier van de arrondissementsrechtbank te Assen 1871-1874: VII-382.
Sitter, W. de, 1820-1889, advocaat te Groningen, lid van de Provinciale Staten van Groningen 1850-1877 en lid van Gedeputeerde Staten 1862, lid van de gemeenteraad sedert 1851, wethouder 1851-1854, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1860-1884, burgemeester van Groningen 1862-1872: VI-4, 141.
Six, jhr. W., 1829-1908, kleinzoon van C.C. baron Six, ambtenaar bij Koloniën 1862-1865, referendaris 1865-1868, gemeentesecretaris van 's-Gravenhage 1868-1876: VII-111.
Six van Hillegom, jhr. H., 1790-1847, koopman te Amsterdam, lid van de raad 1843-1847: II-368; III-248.
Six (van Oterleek), C.C. baron, 1772-1833, secretaris van staat/minister van Financiën 1814-1821: V-432.
Sleeswijk Vening, zie Vening, Sleeswijk.
Slicher (van Domburg), J.J., 1802-1880, advocaat te Middelburg, lid van de (gemeente)raad 1832-1862, lid van de Tweede Kamer 1848-1862: VI-22, 523.
Slijpe, J.D. van, 1820-1894, burgemeester van Giessen Nieuwkerk, Oud en Nieuw Goudriaan, Laag Blokland, Ottoland, Neder Slingeland, Peursum en Schelluinen 1852-1894, secretaris van Ottoland 1852-1884 en Peursum en Schelluinen 1852-1894: VII-17.
Slingelandt, S. van, 1664-1736, raadpensionaris van Holland 1727-1736: IV-159.
Sloet tot Oldhuis, B.W.A.E. baron, 1807-1884, zoon van J.A.J. baron Sloet tot Oldhuis, president van de arrondissementsrechtbank te Zwolle 1843-1877, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de Tweede Kamer 1849-1860: V-148, 163, 167, 278; VI-152, 202, 244, 250, 264, 265, 276, 285, 290, 411, 452.
Sloet tot Oldhuis (van de Beele), J.A.J. baron, 1783-1859, zwager van G. Wttewaal, inwoner van Voorst, schout 1815-1817, lid van de Staten van Gelderland 1825-1844, districtscommissaris van de Veluwe 1837-1849: I-12; V-450; VI-244, 347.
Sloet tot Oldhuis (van de Beele), L.A.J.W. baron, 1806-1890, zoon van J.A.J. baron Sloet tot Oldhuis, advocaat te Zutphen, lid van de raad 1839-1848, wethouder 1841-1848, griffier van de (Provinciale) Staten van Gelderland 1848-1860, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië 1861-1866, lid van de Tweede Kamer 1868-1871: V-222, 235-237, 283, 357, 409, 428-431; VI-361, 378, 472; VII-274, 278, 502.
Sloet tot Oldhuis-Visscher, J.J.S., 1783-1857, echtgenote van J.A.J. Sloet tot Oldhuis: VI-244.
Sluis, H.H.A., 1810-1900, lid van de Provinciale Staten van Drenthe 1850-1882 en van Gedeputeerde Staten 1851-1882: VII-216.
Sluyterman van Loo, zie Loo, Sluyterman van.
Smallenburg, F.W., 1789-1832, zoon van N. Smallenburg, secretaris van het college van curatoren van de hogeschool te Leiden 1819-1832: I-300, 408.
Smallenburg, L.A., 1796-1842, dochter van N. Smallenburg: II-94.
Smallenburg, N., 1761-1836, hoogleraar in de rechten te Leiden 1790-1832: I-136, 159, 175, 245, 246, 250, 254, 262, 267, 271, 273-275, 279, 334, 427; II-4, 13, 21-24, 28, 29, 69-71, 73-75, 94, 255, 269, 362, 364, 371, 394, 441, 703, 704; III-1, 15, 44, 94, 222, 223, 254; V-96.
Smallenburg (van Stellendam), N.J.W., 1821-1892, zoon van F.W. Smallenburg, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 22.4.1839, gepromoveerd 16.1.1844, advocaat te Middelburg: IV-225.
Smeets, R., 1821-1903, koopman en fabrikant te Roermond: VI-191.
Smelt, H., ca. 1780-1875, godsdienstonderwijzer te Enschede, lid van de gemeenteraad van Lonneker, wethouder 1851-1854: V-201; VI-7.
Smet, J.J. de, 1794-1877, Belgisch priester, historicus, medewerker aan Le Catholique des Pays-Bas, lid van het Nationaal Congres 1830-1831: I-33.
Smidt, H.J., 1831-1917, advocaat te Assen, archivaris van de provincie Drenthe 1857-1866, commies bij het provinciaal bestuur van Drenthe 1859-1866, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank te Assen 1864-1866, griffier van de Provinciale Staten van Drenthe 1866-1877, lid van de Tweede Kamer 1871-1877: VII-270, 300, 301, 305, 333, 338, 355, 356.
Smidt, H.S. de, 1819-1870, secretaris van Cadzand 1846-1855: V-263.
Sminia, jhr. H. Baerdt van, 1797-1858, lid van de Staten van Friesland 1840-1850, curator van het atheneum te Franeker 1841-1843: IV-135.
Smit, H.J., 1814-1892, lid van de Tweede Kamer 1847-1850 en 1850-1852, burgemeester van Zaandam 1853-1871, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1855-1864, lid van de Eerste Kamer 1864-1881: VI-10; VII-183, 184, 374, 375.
Smit, W.A., 1827-1904, loodgieter: VII-75, 85, 146, 149.
Smit van den Broecke, zie Broecke, De Smit van den.
Smith, A., 1723-1790, Schots econoom en filosoof: III-134; IV-364; VI-509.
Smits, J.A., 1813-1872, priester 1838, redacteur van De Tijd: V-454.
Smits, L.C., geb. 1790, logementhouder te Leiden: IV-73.
Smitz, P.J.A., 1828-1896, griffier van de arrondissementsrechtbank te Eindhoven 1859-1867 en lid 1867-1877, lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant 1859-1868, lid van de Tweede Kamer 1868-1877: VII-82.
Snell, C.K., 1806-1886, hoogleraar wis- en natuurkunde te Jena 1844-1878, lid van de landdag van Saksen-Weimar: VII-204.
Snijder, J., 1822-1892, burgemeester van Veere 1859-1880, lid van de Provinciale Staten van Zeeland 1865-1880: VII-164, 357.
Snouck Hurgronje, zie Hurgronje, Snouck.
Socrates, 469-399 v. Chr., Grieks filosoof: II-149, 156-158; III-166.
Soest, G.H. van, 1826-1905, redacteur van l'Echo Universel 1851-1860: VI-41, 226.
Soetbeer, A.G., 1814-1892, Duits statisticus: VI-214.
Solger, neef van H.J.C.F. Solger-von der Groeben te Düsseldorf: I-443, 444, 447.
Solger, Frau, echtgenote van A. Solger te Düsseldorf: II-51, 55, 59, 167, 566, 607, 608.
Solger, Frau, echtgenote van de neef van H.J.C.F. Solger-von der Groeben te Düsseldorf: I-443, 447.
Solger, A., neef van H.J.C.F. Solger-von der Groeben te Düsseldorf: II-167, 530, 545, 607, 608.
Solger, A., zie Thorbecke-Solger, A.E.C.H.
Solger, E.O.H.C. (Caroline), 1819-1909, dochter van H.J.C.F. Solger-von der Groeben: I-166, 437, 438, 440, 442, 444, 446; II-14, 28, 51, 55, 79, 99, 125, 127, 128, 130, 131, 135, 139, 148, 165, 168, 169, 179, 201, 208, 212, 224, 260, 266, 353, 358, 380, 381, 416, 450, 456, 508, 531, 546, 549, 551-553, 555,556, 568, 572, 596, 606, 607, 616, 622, 625, 644, 645, 694; IV-188, 321; V-330, 342, 375, 376, 398, 400, 410; VI-3, 31, 36, 38, 39, 93, 110, 259, 368-370, 378, 389, 395, 412, 430, 432, 447, 448, 473, 480; VII-57-59, 61, 64, 65, 103, 104, 122, 146, 169, 227, 243, 331, 386, 423, 527, 530, 535, 536.
Solger, H.C.E.W. (Hugo), 1818-1898, zoon van H.J.C.F. Solger-von der Groeben: I-166; II-92, 105, 116,119, 125, 130, 132, 133, 138, 145, 148, 154, 160, 165-171, 174, 179, 190, 199-201, 204, 208, 229, 252, 260-264, 266, 306, 329, 353, 358, 367, 380-382, 384, 385, 397, 411, 415, 416, 418, 449, 450, 461, 474, 486, 498, 511, 531, 546, 549, 560, 570, 581, 596, 600, 603, 604, 624, 625, 651, 666, 671, 680, 686-688, 690, 691, 694; IV-57, 160; V-4, 375; VI-441, 459; VII-387, 415.
Solger, K.W.F., 1780-1819, hoogleraar in de filosofie te Berlijn 1811-1819: I-120, 123, 166, 167, 444, 446; II-116, 124, 144, 167, 224, 262, 333, 334, 344, 351, 367, 372, 389, 411, 541, 550, 552, 556, 559, 571, 575-577, 581, 582, 596, 597, 599, 601, 601, 603, 605, 607, 608, 613, 614, 617, 618, 625, 626, 628, 629, 631, 635, 639, 641, 643-645, 654, 657, 660, 663, 668-670, 673, 677-680, 682, 684, 685; III-12, 24, 432; IV-94, 95, 192; V-4, 206; VII-528, 530.
Solger, M.F.E.E. (Marie), 1814-1877, dochter van H.J.C.F. Solger-von der Groeben: I-166, 167, 418, 437, 438, 440-442, 444, 446-448; II-14, 27, 28, 35, 42, 51, 55, 59, 79, 81-83, 85, 86, 90, 92, 94, 99, 100, 103-106, 110-112, 114, 116, 119, 120, 123, 125-128, 130-135, 137-139, 144, 148, 151, 154, 160, 161, 163, 165, 168, 170-174, 178, 179, 190, 191, 193-195, 197, 198, 200-203, 208, 212, 217, 223, 224, 250, 260-264, 266, 270, 278, 306, 314, 325, 328, 329, 333, 344, 358, 363, 364, 367, 379-383, 385, 398, 410, 411, 416, 450, 461, 462, 474, 475, 479-481, 489, 494, 498, 504, 526, 527, 530, 531, 545, 546, 549, 552, 553, 555, 556, 558, 559, 561-565, 567, 568, 570, 574, 579, 582, 583, 587-589, 590, 595, 596, 601-606, 609, 611, 614, 616, 618, 622-625, 629, 630, 632, 635, 645, 646, 648, 650-653, 658-661, 663-667, 669, 671-676, 680, 683-694; III-44, 57, 146, 413, 427, 428, 430, 431, 433; IV-1, 46, 47, 57, 161, 188, 261-264, 282, 297, 299-301, 304, 305, 310, 314, 321, 322; V-330, 342, 375; VI-51-53, 55, 57, 81, 93, 95, 368, 369, 371, 377, 381, 388, 389, 394-396, 406, 418, 419, 431, 432, 434, 443, 447, 448, 454, 455, 458-463, 466, 467; VII-57-59, 61, 64, 65, 103, 104, 122, 205, 227, 243, 315, 331, 386, 423, 524, 525, 527, 530, 535, 536.
Solger-von der Groeben, tante van H.J.C.F. Solger-von der Groeben: II-662, 663, 679.
Solger-von der Groeben, H.J.C.F., 1790-1867, echtgenote van K.W.F. Solger, moeder van A.E.C.H. Thorbecke-Solger: I-91, 165-168, 187, 417, 418, 433, 435-448; II-1, 7, 11, 14, 19, 24, 27, 28, 34, 35, 41, 42, 46, 48, 50, 51, 53, 56, 59, 62, 65, 68, 69, 75, 78-83, 85, 86, 90, 92, 94, 96, 98-100, 103-107, 109-114, 116, 118-120, 122, 122, 123, 125-128, 130-133, 135-145, 147, 148, 151-154, 158-161, 163-171, 173, 174, 178, 179, 189-191, 194, 195, 197-202, 205, 206, 208, 212, 217, 218, 223-225, 229, 238, 241, 248, 250-252, 257, 260-270, 277, 278, 295, 305, 306, 314, 315, 325, 328, 329, 332-334, 343, 344, 351, 353, 358, 363, 364, 366, 367, 378-385, 389, 390, 397, 398, 401, 402, 410-412, 414-416, 418, 419, 435, 436, 451, 455-457, 460, 461, 473, 474, 479-481, 485-487, 489, 493, 495, 497, 498, 503-505, 507, 508, 511, 514, 519, 520, 526, 527, 530, 531, 536, 538, 543-694; III-10-12, 24, 43, 48, 49, 51, 57, 145, 146, 413, 427, 428, 430, 431, 433, 440; IV-1, 46, 57, 94, 95, 135, 188, 282, 321; V-4, 103, 124, 126, 129, 330, 342, 375; VI-50-53, 55, 57, 58, 81, 93, 170, 204, 225, 258, 367-371, 377, 389, 406, 418, 419, 430-434, 441, 443, 448, 454, 455, 458-463, 466; VII-57-62, 64-66, 122, 169, 177, 178, 203-206, 227, 243, 245, 252-254, 414, 415, 423, 524, 525, 527-530, 533, 535.
Solte, Frau, te Dresden: II-680.
Someren, R.H. van, 1787-1851, fabrikant te Kralingen, burgemeester 1837-1851: V-335.
Son, J.B. van, 1804-1875, advocaat te 's-Hertogenbosch, minister van Rooms-Katholieke Eredienst 1845-1848: V-108.
Sonsbeeck, B.J.B. van, 1824-1875, zoon van H. van Sonsbeeck, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 18.6.1841, gepromoveerd 18.11.1845, advocaat te Zwolle: IV-113, 128.
Sonsbeeck, H. van, 1796-1865, zwager van J.J. en E.J.J.B. Cremers, advocaat te Zwolle, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Overijssel 1838-1842, lid van de Raad van State 1842-1849, minister van Buitenlandse Zaken en van Rooms-Katholieke Eredienst 1849-1852, daarna ambteloos te Zwolle: I-85, 189, 211, 212; IV-104, 123; V-180, 181, 184, 187, 188, 193-195, 197-199, 202, 240, 254, 274, 300, 355, 359, 379, 387, 396, 397, 399, 408, 413, 503, 504, 542; VI-98, 240, 440, 441; VII-520.
Sophie, zie Schimmelpenninck van der Oije, S. barones.
Sophie, 1818-1877, prinses van Württemberg, echtgenote van Willem III, koningin der Nederlanden 1849-1877: III-276; V-202, 203; VI-47, 82, 245, 332; VII-41, 51, 52, 94, 326, 381, 382, 527, 538.
Sophie, 1824-1897, prinses der Nederlanden, zuster van Willem III, erfhertogin van Saksen-Weimar: IV-149, 152; V-203.
Sophocles, 497-406 v. Chr., Grieks tragediedichter: II-157, 183; III-245.
Sorge, F. van, 1803-1851, kruidenier te Middelburg, redacteur van de Vlissingsche Courant 1839-1843 en van het Nederlandsch Nieuwsblad 1843: IV-25, 114, 133, 169, 367, 368.
Soult, zie Dalmatie.
Spaen (van Voorstonden), G.C. baron van, 1756-1841, gezant te Wenen 1815-1841: I-193.
Sparre, E.J. graaf, 1816-1886, lid van de Eerste Kamer van de Zweedse Rijksdag 1844-1886: V-79.
Spengler, F.R., 1808-1872, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 21.3.1831, gepromoveerd 21.10.1839: III-307.
Spengler, jhr. J.T. van, 1790-1856, kolonel der infanterie 1843, generaal-majoor 1848, gouverneur der residentie 1848-1849, minister van Oorlog 1849-1852, minister van Marine a.i. 1851, sedert 1852 gepensioneerd luitenant-generaal der infanterie: V-197-199, 201, 226, 254, 275, 304, 385, 386, 396, 453; VI-313; VII-503.
Speratus, P., 1484-1551, Duits theoloog en luthers bisschop: II-631.
Speyers/Spyers, F.A., 1803-1845, docent Duits aan de vrije faculteiten te Gent: I-79.
Speyk, J.C.J. van, 1802-1831, luitenant-ter-zee tweede klasse: I-133, 289, 298, 305, 361, 400; II-98.
Spiegel, jhr. L.P.J. van de, 1815-1845, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 14.6.1831, gepromoveerd 26.5.1836: I-428; II-43, 500, 522, 528.
Spiering, G.A.A. du Ry, 1813-1847, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 27.10.1830, gepromoveerd 7.2.1835: II-468, 469.
Spieringhs, F., 1780-1855, timmerman te Leiden: II-2, 4.
Spijker, H.J., 1802-1870, hervormd predikant te Amsterdam 1837-1862, administrateur voor de zaken der Hervormde Eredienst 1862-1870 (secretaris-generaal 2.1.-1.9.1868): V-309; VI-21, 44, 45, 118, 119, 184-186, 199, 200, 298, 299, 378-380, 406, 408-411, 420, 436, 437, 449, 450, 462, 467-469, 478, 514; VII-19, 43, 401.
Spijker-Broedelet, J.J., 1806-1876, echtgenote van H.J. Spijker: VII-401.
Spinoza, B. de, 1632-1677, filosoof: III-432; V-551.
Splitgerber, J.J., 1807-1873, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.4.1828, gepromoveerd 7.12.1833, advocaat te Amsterdam: II-46.
Spohr, L., 1784-1859, Duits componist: I-411; II-100, 120.
Spoor, J.W., 1780-1869, fabrikant te Stratum, burgemeester 1811-1852 (maire 1811-1813): V-412, 413.
Sprenger van Eyk, zie Eyk, Sprenger van.
Springer, L., 1789-1871, drukker te Leiden: V-205.
Spruyt, C. Bellaar, 1842-1901, ingeschreven als student te Utrecht 23.9.1858, leraar aan het gymnasium te 's-Gravenhage 1860-1866, aan de hogere burgerschool te Utrecht 1866-1877, gepromoveerd 14.11.1867: VII-372.
Spruyt, G. van der, 1766-1846, makelaar in effecten te Leiden: IV-182.
Spurinna, Etruskisch ziener: VII-74.
Staal, zie Staël, De.
Staats, A., 1775-1856, kapper te Leiden: I-23.
Staats Evers, zie Evers, Staats.
Stackelberg, O.M. vrijheer von, 1787-1837, Duits schilder en archeoloog: II-652.
Stadnitsky, P.C., 1811-1860, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 22.6.1828, gepromoveerd 26.6.1834, advocaat te Amsterdam: II-150.
Staël, A.L.G. de, 1766-1817, Frans letterkundige: II-281.
Stakman Bosse, zie Bosse, Stakman.
Stamkart, F.J., 1805-1882, arrondissementsijker te Amsterdam 1835-1867, sterrenkundige: V-367.
Stämpfli, J., 1820-1879, Zwitsers jurist, politicus en minister, president 1862: VII-298.
Stanley, zie Derby.
Star Busmann, zie Busmann, Star.
Star Numan, zie Numan, Star.
Staring, W.C.A., 1812-1895, broer van W.C.H. Staring, eerste luitenant der artillerie 1839, referendaris bij Binnenlandse Zaken 1850-1870, chef centraal beheer van de Rijkstelegraaf 1852-1877: V-277, 314; VI-443, 444.
Staring, W.C.H., 1808-1877, geoloog en landbouwkundige, secretaris van de Hoofdcommissie voor het Geologisch Onderzoek van Nederland 1852-1855, belast met de vervaardiging van de geologische kaart van Nederland 1857-1863, leraar natuurlijke historie aan de polytechnische school 1862-1863, inspecteur van het middelbaar- en landbouwonderwijs 1863-1873, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1870-1872: VI-443, 444; VII-31, 32, 234.
Stassart, G.J.A. baron de, 1780-1854, lid van de Tweede Kamer 1821-1830, gouverneur van Namen 1830-1834, lid van het Belgisch Nationaal Congres 1830-1831, lid van de Senaat 1831-1847: I-95.
Staudenmaier, F.A., 1800-1856, hoogleraar in de theologie te Freiburg 1839-1855: IV-95.
Stedman, J.A., 1778-1833, brigade-generaal in Franse dienst 1810-1814, sedert 1814 generaal-majoor in Nederlandse dienst, bevorderd tot luitenant-generaal 1815, uit militaire dienst ontslagen 1816: I-143.
Steen, H.J.K. van den, 1839-1922, zoon van P.F. van den Steen, houtkoper en veehouder te Spanbroek, burgemeester 1872-1917 en secretaris 1872-1911: VII-375, 376.
Steen (van Spanbroek), P.F. van den, 1810-1888, houtkoper, burgemeester en secretaris 1843-1872, burgemeester en secretaris van Opmeer 1853-1872: VII-375, 376.
Steffens, H., 1773-1845, hoogleraar in de filosofie te Berlijn sedert 1832: II-55, 546, 549, 571, 588, 600, 616, 618, 638, 645.
Stegerhoek, C., 1790-1874, stadspikeur te Leiden: II-347, 365.
Stein, H.F.K. vrijheer vom und zum, 1757-1831, Pruisisch eerste minister 1807-1808: II-700.
Steinmetz, C.P.C., 1806-1865, resident van de Preanger Regentschappen 1851-1855 en van Pasaroean 1855-1861: VI-476.
Steinmetz-Steinmetz, M.H.P.C.W., 1830-1913, echtgenote van C.P.C. Steinmetz: VI-476.
Stemberg, A., 1790-1847, metselaar, steenhouwer en koopman te Zwolle: I-321; II-239, 254.
Sterk, A. Elink, 1796-1875, hoofdcommies bij Financiën 1838-1844: IV-298.
Sterk, J.W. Elink, 1806-1856, broer van A. Elink Sterk, rector van de Latijnse school te Gorinchem 1833-1843 en te Arnhem 1843-1856: III-237; IV-181.
Sterk, N., 1806-1889, notaris: VII-193.
Sterling, J.J. Uytwerf, 1790-1853, advocaat te Amsterdam, rechter ter instructie in de rechtbank van eerste aanleg 1826-1838, lid van de (gemeente)raad 1829-1853, officier van justitie bij de criminele rechtbank 1838-1842, lid van de Tweede Kamer 1841-1849, procureur-generaal bij het provinciaal hof van Noord-Holland 1842-1853, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1853: II-525; IV-253.
Sternberg, gravin von, echtgenote van K.M. graaf von Sternberg: II-128, 576.
Sternberg, K.M. graaf von, 1761-1838, Duits geoloog: II-119, 125, 585, 650.
Sterne, L., 1713-1768, Brits schrijver: I-451; III-118, 132, 144, 145, 147, 149, 467, 468.
Stevens, C., 1747-1828, groot-vicaris van het bisdom Namen 1799-1802: III-86.
Steyn Parvé, zie Parvé, Steyn.
Stheeman, A.E., 1807-1854, zoon van U.E. Stheeman, advocaat te Scheemda, burgemeester en secretaris 1844-1850: V-233, 234, 242.
Stheeman, U.E., 1776-1849, notaris te Scheemda 1812-1849, burgemeester 1816-1844: V-242.
Stieltjes, T.J., 1819-1878, ingenieur-directeur van de Overijsselsche Kanaalmaatschappij 1851-1859, lid van de gemeenteraad van Zwolle 1858-1860, adviseur voor technische zaken bij Koloniën (op Java) 1860-1863, bestuurslid van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs 1865-1874, lid van de Tweede Kamer 1866-1868 en 1869-1878: VI-301-304, 343, 344, 350, 357, 385, 388, 391, 400-402, 404, 408, 410, 411, 417, 423-426; VII-195, 196, 232, 268, 307, 308.
Stockum, W.P. van, 1810-1898, boekverkoper en uitgever te 's-Gravenhage: IV-289.
Stolk, T. van, 1826-1882 ingeschreven als student in de rechten te Leiden 18.9.1854, gepromoveerd 1.7.1858, advocaat en kandidaat-notaris te 's-Gravenhage: VI-64.
Stolp, J., 1698-1753, ambteloos burger te Leiden die aan de universiteit het Legatum Stolpianum naliet: III-251.
Stolte, H., 1797-1859, ambtenaar in Nederlands-Indië, gepensioneerd te 's-Gravenhage, lid van de Tweede Kamer 1850-1859: VI-40, 209.
Stolzenberg, F.M.H., 1838-1909, beeldhouwer te Roermond: VI-190, 191.
Stork, C.H., 1820-1905, advocaat en procureur te Almelo, lid van de gemeenteraad 1857-1891: VII-125, 154, 159, 165, 209, 213.
Stork, C.T., 1822-1895, broer van C.H. Stork, fabrikant te Hengelo, lid van de Kamer van Koophandel van Oldenzaal 1845-1895, lid van de gemeenteraad 1861-1877, lid van de Eerste Kamer 1867-1895: VI-112, 113, 118, 140, 142, 145, 208, 357, 358, 364, 365, 382, 383, 403, 404, 407, 408, 411, 414, 415, 417, 421, 422, 424, 428, 433-435, 438, 439, 452, 453, 460, 464, 470, 471, 473-478; VII-10, 24, 38, 83, 84, 106, 124, 148, 149, 151, 152, 156-159, 164, 165, 174, 178, 200, 207-209, 212-214, 217-221, 223, 261, 284, 290, 309, 310, 351, 360, 511, 523, 537.
Stork, F., 1776-1851, arts te Zutphen: II-203.
Stork, J.E., 1828-1893, broer van C.H. en C.T. Stork, fabrikant te Hengelo, lid van de gemeenteraad 1857-1893, wethouder 1859-1887, lid van de Provinciale Staten van Overijssel 1858-1893: VII-164, 165.
Stork-Reincke de Sitter, A.P.J., 1825-1892, echtgenote van C.T. Stork: VI-424, 474, 475, 477; VII-84, 124, 174, 360.
Stork-Ekker, C.E., 1827-1866, zuster van H.J. Ekker, echtgenote van C.H. Stork: VII-154, 159.
Storm, dochters van L.J. Storm: VI-293.
Storm, L.D., 1792-1859, griffier van de rechtbank van eerste aanleg te Breda, griffier van de arrondissementsrechtbank 1838-1852, lid van de (gemeente)raad 1838-1859, lid van de dubbele Kamer 1840 en 1848, lid van de Tweede Kamer 1844-1847 en 1848-1859, lid van de grondwetscommissie 1848, burgemeester 1852-1853: III-568; IV-49, 104, 244, 245, 255, 259, 260, 272, 279, 281, 282, 287, 306, 313, 314, 322; V-2, 3, 11, 12, 24, 42-45, 48, 50, 76, 77, 88, 92, 102-104, 106, 109, 110, 113, 116, 117, 125, 127-132, 136-138, 142, 143, 155, 156, 159, 162, 167, 173, 175-178, 180-183, 193, 201, 278, 325-327, 331, 332, 355, 356, 374, 500, 501, 503-507, 509, 513, 514, 520; VI-2, 5, 6, 8, 9, 11, 13, 14, 16, 18, 21-23, 25-28, 34, 36, 49, 50, 66, 67, 69, 75, 79, 85, 86, 96, 97, 103, 116, 119, 121, 124, 127, 128, 131, 133, 137, 138, 149, 150, 176, 178, 179, 182, 192-194, 200, 201, 203, 204, 206, 208-210, 212, 213, 215-218, 223, 224, 227, 228, 230, 246, 247, 253, 258, 264, 265, 276, 281, 282, 293, 294, 372, 377.
Storm Buijsing, D.J., 1802-1870, ingenieur van de Waterstaat, gedetacheerd als docent aan de Koninklijke Academie te Delft 1847-1859, hoofdingenieur 1852, hoogleraar 1859-1870, lid van de Raad van State 1862-1865: VI-379.
Storm de Grave, C.W.J., 1792-1878, jonkheer 1852, kolonel der cavalerie 1842, generaal-majoor 1849, gouverneur der residentie en provinciaal commandant van Zuid-Holland 1849-1852, luitenant-generaal 1854, gepensioneerd 1860: V-432, 433.
Storm van 's Gravesande, A.W., 1817-1893, burgemeester van Lonneker 1859-1893: VII-360.
Storm van 's Gravesande, jhr. C.M., 1809-1880, inwoner van Deventer, gepensioneerd kapitein der genie, lid van de Staten van Overijssel 1844-1847, lid van het Comité van Defensie 1847-1879, lid van de Tweede Kamer 1847-1856 en 1856-1879: V-148, 180-182, 184, 187, 189, 193, 198, 200, 201, 500; VI-22, 28, 140, 229, 240, 242, 243, 245, 265, 266, 295, 351, 523, 573; VII-2, 3, 217, 239, 338.
Storm van 's Gravesande-Besier, B.A., 1815-1873, echtgenote van C.M. Storm van 's Gravesande: V-181, 182.
Storm-Cuypers, I.A.J.C., 1801-1888, zuster van A.G.F.P. Cuypers van Velthoven, echtgenote van L.D. Storm: IV-306, 314, 322; V-12, 24, 44, 45, 48, 77, 88, 92, 110, 125, 137, 143, 156, 159, 173, 178, 278, 326, 332, 374; VI-5, 6, 18, 49, 50, 67, 69, 79, 86, 96, 103, 116, 119, 124, 127, 128, 134, 176, 178, 179, 182, 194, 203, 206, 224, 228, 253, 258, 276, 294, 372, 377.
Stralen, H. van, 1800-1854, commies bij Binnenlandse Zaken 1828-1849: I-371.
Stralen, J.J. van, 1801-1862, broer van H. van Stralen, referendaris bij het Kabinet des Konings 1829-1832 en secretaris 1833-1840: I-370-372; III-30, 91.
Stralen, S. van, 1783-1845, lid van de Staten van (Noord-)Holland en van Gedeputeerde Staten 1814-1845: II-525.
Stratenus, A.A., 1779-1836, minister van Marine a.i. 1825, lid van de Raad van State 1827-1836: II-387.
Stratenus, A.J.L., 1807-1872, baron 1847, zoon van A.A. Stratenus, surnumerair bij Buitenlandse Zaken 1832-1835, adjunct-commies 1835-1840, raad van legatie te Londen 1841-1851, zaakgelastigde te Hannover en bij de Hanzesteden 1852-1860, gezant 1860-1864, minister van Buitenlandse Zaken a.i. 1.2-12.3.1862: II-285; V-432; VI-490, 571, 572, 578-580; VII-3, 15.
Strauss, D.F., 1808-1874, theoloog, ambteloos te Stuttgart: III-106, 275.
Strens, geb. ca. 1771, tante van M.P.H. Strens: VI-192.
Strens, C.E.P.J., 1829-1892, zoon van M.P.H. Strens, advocaat en procureur te Roermond: VI-189, 191, 247, 249, 250.
Strens, M.P.H., 1807-1875, lid van de Tweede Kamer 1844-1846 en 1853-1861, procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant 1846-1852, minister van Justitie en van Rooms-Katholieke Eredienst 1852-1853, lid van de gemeenteraad van Roermond, wethouder 1857-1861, minister van Rooms-Katholieke Eredienst 1861-1862 en van Buitenlandse Zaken a.i. 1861-1862, procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof van Limburg 1865-1875: V-2, 201, 329, 396, 462, 500, 503, 504; VI-1, 3, 35, 45, 187-192, 194, 201, 202, 229, 241, 246-249, 295, 423, 431, 451, 481, 490, 523; VII-9.
Stroink: VI-148, 474; VII-360.
Stroink, H., 1823-1884, broer van J. Stroink Wzn., fabrikant te Enschede: VI-112.
Stroink Hzn., J., 1803-1888, neef van J. Stroink Wzn., fabrikant te Enschede, lid van de (gemeente)raad 1837-1887, wethouder 1851-1874: VI-112.
Stroink Wzn., J., 1815-1879, neef van J. Stroink Hzn., fabrikant te Enschede, lid van de gemeenteraad 1851-1879, voorzitter van de Kamer van Koophandel 1869-1879: VI-112.
Strousberg, B.H., 1823-1884, Duits industrieel: VII-350.
Struensee, J.F. graaf, 1737-1772, Deens staatsman van Duitse afkomst, hofarts, eerste minister 1770-1772: II-63.
Stuart, J., ca. 1800-na 1854: IV-176.
Stuers, jhr. F.V.H.A. de, 1792-1881, kolonel 1838, waarnemend administrateur der koloniale bestellingen bij Koloniën 1843-1853, generaal-majoor titulair 1849, luitenant-generaal en commandant van het Nederlands-Indisch leger 1853-1858, gepensioneerd 1858, adjudant-generaal des konings 1858: VII-508.
Stuers, jhr. V.E.L. de, 1843-1916, neef van F.V.H.A. de Stuers, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 18.9.1861, gepromoveerd 28.6.1869, advocaat te 's-Gravenhage 1869-1886: VII-339.
Stuffken, J.H., 1801-1881, hervormd predikant te Haaften 1828-1846, hoogleraar in de filosofie te Leiden 1845 (benoemd; aanvaard 1846)-1871: IV-190, 200, 254-257; VII-372, 373.
Sturler, W.L. de, 1802-1879, gepensioneerd majoor der genie 1840, verbleef daarna lange tijd als publicist in Nederlands-Indië: V-244.
Suasso Diaz da Fonseca, jhr. A. Lopez, 1776-1857, gepensioneerd kapitein in Engelse dienst, publicist te 's-Gravenhage: III-187, 194, 198, 213; V-453.
Suchtelen (van de Haare), jhr. A.J.B. van, 1770-1849, burgemeester van Deventer 1815-1829, lid van de Tweede Kamer 1815-1835: II-237.
Suerman, A.K.W., 1809-1840, ingeschreven als student in de medicijnen te Utrecht 26.6.1824, gepromoveerd 19.12.1835, gepromoveerd in de wis- en natuurkunde 14.6.1836: II-387.
Suermondt, G., 1818-1871, koopman te Batavia: VII-185.
Suringar, G.C.B., 1802-1874, zoon van L. Suringar, hoogleraar in de medicijnen te Leiden 1843-1872: II-76, 77: V-300; VII-99.
Suringar, L., 1770-1833, hoogleraar in de theologie te Leiden 1814-1833: II-18, 30.
Suringar, W.H.D., 1805-1895, zoon van L. Suringar, conrector van het stedelijk gymnasium te Leiden 1838-1844, rector 1844-1877 (waarnemend 1844-1846): IV-59, 61, 82, 180-184; VII-99.
Surlet de Chokier, E.L. baron, 1769-1839, lid van de Tweede Kamer 1815-1818 en 1828-1830, voorzitter van het Belgisch Nationaal Congres 1830-1831, regent van België februari-juli 1831: I-147, 176.
Suworow, A.W., ca. 1730-1800, Russisch veldmaarschalk: III-211.
Swaan, zie Zwaan, De.
Swalue, E., geb. ca. 1819, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 8.9.1837: IV-180.
Swart, A.J., 1815-1897, president der beide gerechtshoven van Nederlands-Indië 1861-1866, lid van de Raad van State 1866-1897: VII-450.
Swaving, C., 1814-1881, arts te Batavia: V-368.
Swaving, H.I., 1815-1881, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1850-1877, kantonrechter te Zutphen 1860-1877, lid van de gemeenteraad sedert 1862: VII-165.
Swieten, J. van, 1807-1888, generaal-majoor der infanterie in het Nederlands-Indisch Leger 1851, civiel en militair commandant van Padang 1849-1858, luitenant-generaal 1858, commandant van de tweede Bonische expeditie 1859-1860, gepensioneerd 1862, lid van de Tweede Kamer 1864-1866, voorzitter van het Indisch Genootschap 1867-1872: VI-207, 360; VII-95, 189, 190, 435.
Swijghuisen Groenewoud, zie Groenewoud, Swijghuisen.
Swinden, H.E. van, 1801-1836, secretaris van de afdeling Amsterdam van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst 1834-1836: II-524, 525.
Swinden, J.H. van, 1746-1823, hoogleraar in de filosofie, natuur-, wis- en sterrenkunde te Amsterdam 1785-1800 en 1802-1823, provisioneel representant van Holland 1795-1796, lid van het Uitvoerend Bewind 1800-1801: III-288, 292; IV-403; V-550.
Swinden-Uitenhage de Mist, M.C.M., 1804-1873, echtgenote van H.E. van Swinden: II-525.
Swinderen, jhr. G.R.G. van, 1804-1879, zoon van O. van Swinderen, gepensioneerd luitenant-ter-zee 1834, grondeigenaar, grietman/burgemeester van Gaasterland 1835-1853, lid van de Eerste Kamer 1849-1879, burgemeester van Gaasterland 1857-1863: V-180-182; VI-320, 321; VII-72, 531.
Swinderen, jhr. O. van, 1775-1850, lid van de Staten van Groningen 1820-1831, lid van de Tweede Kamer 1831-1840, lid van de Eerste Kamer 1840-1848: II-386, 388, 394; III-333, 358, 384, 426, 429.
Swinderen, jhr. O.Q.J.J. van, 1812-1870, zoon van O. van Swinderen, advocaat te Groningen, lid van de (gemeente)raad 1837-1870, lid van de Provinciale Staten 1856-1868: VII-164.
Swinderen, jhr. R.M.A. de Marees van, 1823-1899, notaris te Ezinge 1853-1899: V-242, 243.
Swinderen, T. van, 1784-1851, broer van O. van Swinderen, schoolopziener in het tweede district van Groningen 1807-1851, hoogleraar in de natuurlijke historie te Groningen 1814-1851: V-246.
Sypesteyn, B.W. Kaars, 1827-1870, fabrikant en koopman te Wormerveer: VII-153, 181-183, 244.
Sypestein, jkvr. E.A. van, 1791-1883, inwoonster van Haarlem: V-262.
Sypestein, jhr. J.W. van, 1816-1866, neef van E.A. van Sypestein, publicist, geplaatst bij het departement van Oorlog, sedert 1856 als kapitein der genie, gepensioneerd 1863, belast met het beheer van het Koninklijk Huisarchief 1863-1866: VI-361, 422; VII-161.
Sypesteyn-Dekker, C.W. Kaars, 1832-1915, echtgenote van B.W. Kaars Sypesteyn: VII-183, 244-246.
Sypkens, T., 1780-1842, lid van de Tweede Kamer 1821-1834, lid van de Eerste Kamer 1834-1842, president van het provinciaal gerechtshof van Groningen 1839-1842: III-113.
Sytzama, D.J.V. baron van, 1816-1886, burgemeester van Dantumadeel 1846-1876, kamerheer i.b.d. des konings 1869-1886: VII-123.
Sytzama, M.P.D. baron van, 1789-1848, lid van de Tweede Kamer 1826-1840: II-31; III-113, 244, 329, 417, 567.