Cumulatieve index van personen op de Briefwisseling van J.R. Thorbecke - met biografische aantekeningen
Vaillant, C.J., 1780-1848, advocaat te Amsterdam, lid van de raad 1833-1840, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van (Zuid)-Holland 1839-1848: III-307.
Vaillant, C.W.E., 1814-1897, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Zeeland 1851-1862 en president 1862-1876: VI-22.
Val de Beaulieu, D.H.J. graaf du, 1786-1844, lid van de Tweede Kamer 1821-1824, lid van het Belgisch Nationaal Congres 1830-1831, lid van de Senaat 1832-1835: I-213.
Valentinianus III, 419-455, Romeins keizer 425-455: III-220.
Valette, A., 1805-1878, hoogleraar in de rechten te Parijs, redacteur van Revue étrangère et française de Législation et d'Economie politique: IV-81, 146, 153, 158.
Valkenburg, J.F.T. van, 1817-1906, advocaat te Haarlem, lid van de gemeenteraad en wethouder 1851-1853, lid van de arrondissementsrechtbank te Hoorn 1853-1856, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1858-1901 en van Gedeputeerde Staten 1858-1861, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland 1861-1875: V-403, 404.
Valter, nichten: VI-343.
Valter, C., 1792-1861, dochter van W. Valter: II-510; III-229; IV-70.
Valter, G., 1823-1846, dochter van P. Valter: V-76.
Valter, J., 1795-1872, zoon van W. Valter, neef van J.R. Thorbecke, kapitein-ingenieur der genie te Deventer 1829-1841, te Groningen sedert 1857: IV-121; VI-187, 246, 343.
Valter, J., 1825-1847, zoon van P. Valter: V-76.
Valter, M.C.E., 1801-1883, dochter van W. Valter: II-510; III-229; IV-70.
Valter, P., 1799-1866, zoon van W. Valter, neef van J.R. Thorbecke, rentenier te Deventer, eigenaar van het huis De Hartelaar te Twello: V-76; VI-187, 246, 342, 343.
Valter, W., 1773-1850, oom van J.R. Thorbecke, kolonel der genie te Deventer, generaal-majoor 1838: II-213; III-229; IV-70, 121.
Valter, W., 1821-1847, zoon van P. Valter: V-76.
Valter-Van Delden, A., 1785-1847, echtgenote van P. Valter: V-76.
Valter-Thorbecke, C.E.H., 1769-1837, echtgenote van W. Valter, zuster van F.W. Thorbecke: II-224.
Vamhagen von Ense-Levin, R., 1771-1833, Duits letterkundige: II-281.
Vanhuffel, C.: IV-20.
Vargas, J. de, 1517-vóór 1579, Spaans jurist, lid van de raad van beroerten: II-407.
Vas Dias, M., 1820-1886, parlementair redacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant sedert 1844: IV-272.
Vattel, E. de, 1714-1767, Zwitsers jurist: V-57.
Vattemare, N.M.A., 1796-1864, initiatiefnemer van een internationaal stelsel van culturele uitwisseling: V-380, 381.
Vaupel Kleijn, zie Kleijn, Vaupel.
Veder, A., 1808-1862, broer van J.R. Veder, ingeschreven als student in de letteren en de rechten te Leiden 2.6.1824, gepromoveerd in de letteren en de rechten 29.9.1832, advocaat te Rotterdam: I-341, 343; II-124; IV-231, 233.
Veder, J.R., 1796-1889, koopman en reder te Rotterdam: VI-316.
Veegens, D., 1800-1884, redacteur van de Nederlandsche Staats-Courant 1828-1847, griffier van de Tweede Kamer 1847-1881: V-61, 85, 86, 175; VI-241, 369, 370, 420.
Veen, Van der, echtgenote van P. van der Veen: VI-101.
Veen, C.J. van der, 1796-1863, advocaat en procureur te Leeuwarden, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de Provinciale Staten van Friesland en van Gedeputeerde Staten 1850-1862: V-383; VI-145.
Veen, J.E. Nuhout van der, 1811-1871, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 4.9.1829, gepromoveerd 8.11.1834, advocaat te Alkmaar: II-447.
Veen, P. van der, 1809-1879, inwoner van Smilde, advocaat en procureur te Assen, lid van de Tweede Kamer 1850-1866: VI-100, 101, 523.
Veeren, J.F., 1820-1874, neef van T.C.C. Veeren, burgemeester van Lienden 1853-1863 en van Winterswijk 1863-1874: VII-311.
Veeren, T.C.C., 1790-1847, neef van J.F. Veeren, luitenant-kolonel bij de Gelderse schutterij, kolonel 1831: I-39.
Vegilin van Claerbergen, jhr. P.B.J., 1808-1879, lid van de (Provinciale) Staten van Friesland 1845-1856 en van Gedeputeerde Staten 1850-1853, lid van de dubbele Kamer 1848, lid van de Tweede Kamer 1856-1858: V-383; VI-154.
Vegte, H. van der, 1789-1859, reder te Zwolle: V-396.
Velde, A.E. van de, 1844-1906, buurmeisje van I.D. Fransen van de Putte die haar voogd was, getrouwd met E.J.J.B. Cremers 14.6.1865: VII-113, 533.
Velden, F.J. van ter, 1823-1862, zoon van H. van ter Velden, burgemeester van Horst 1852-1862: V-416, 417; VI-189.
Velden, H. van ter, logementhouder te Horst: V-417.
Velleman, schoonzoon van J.L. Kesteloot: I-33.
Velsen Wiersma, zie Wiersma, Van Velsen.
Velsing, T.S., 1831-1866, ondermeester te Woudsend 1851-1855, hoofdonderwijzer te Follega 1855-1861 en te Tjalleberd 1861-1866: VI-162.
Veltheim, juffrouw: VI-463.
Ven, J.B. van der, 1813-1859, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 14.4.1834, gepromoveerd 18.6.1838, advocaat te Rotterdam: III-392.
Ven, J.M. van de, 1825-1891, pastoor te Bodegraven en Zwammerdam 1871-1891: VII-395.
Vening, C. Sleeswijk, 1804-1863, lid van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden 1848-1854, lid van de Tweede Kamer 1853-1854, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Friesland 1854-1863: VI-24, 67, 68.
Vening Meinesz, zie Meinesz, Vening.
Ver Huell, C.H. graaf, 1764-1845, minister van Marine 1805-1808, admiraal 1810, genaturaliseerd tot Fransman 1814, lid van de Chambre des Pairs: II-235; V-82.
Ver Huell, Q.M.R., 1787-1860, neef van C.H. graaf Ver Huell, directeur van Marine te Rotterdam, gepensioneerd met de rang van schout-bij-nacht 1850, daarna woonachtig te Arnhem: V-84.
Verbeeck, F.E., 1779-1848, hoogleraar in de medicijnen te Gent 1816-1835: I-33, 52, 163, 228.
Verbrugge, M., 1802-1888, rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Goes 1833-1838: I-430.
Verdam, G.J., 1802-1866, hoogleraar in de wiskunde te Leiden 1839-1866 (buitengewoon 1839-1845): IV-27.
Vergilius, 70-19 v. Chr., Romeins dichter: IV-308.
Verhagen, J.C., 1810-1885, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 14.5.1830, gepromoveerd 28.4.1835: II-69.
Verheij Czn., W., aannemer te Ameide: VI-296.
Verheijen (van Estvelt), F.A.M., 1838-1923, nicht van H.A.R. Verheijen: VI-187.
Verheijen, H.A.R., 1812-1869, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 2.10.1833: II-467, 468, 522.
Verheyen, J.B.A.J.M., 1818-1898, jonkheer 1831, secretaris van 's-Hertogenbosch 1843-1858, lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant 1853-1867, provinciaal inspecteur van het lager onderwijs in Noord-Brabant 1857-1880, lid van de Tweede Kamer 1866-1880, kamerheer i.b.d. des konings 1869-1890: VI-248; VII-49, 68, 232, 268.
Verhoeven, M.G. Timmers, 1801-1880, lid van de (gemeente)raad van Dordrecht 1832-1880, burgemeester 1856-1862: VII-32, 34.
Verhoeven, P.F. Timmers, 1802-1850, broer van M.G. Timmers Verhoeven, advocaat te Dordrecht, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank 1840-1850, lid van de Tweede Kamer 1845-1848: V-131.
Verhorst, A.J., geb. 1796, kolonel der infanterie 1842, generaal-majoor 1849: V-182.
Verhulst, J.J.H., 1816-1891, componist, dirigent van het Diligentia-orkest te 's-Gravenhage 1860-1864 en van het Toonkunstkoor te Amsterdam 1864-1886: VI-447; VII-112.
Vering, G.H., 1794-na 1854, koopman te Amsterdam: II-78.
Vermeulen, A.C.G., 1798-1872, praeceptor aan het gymnasium te Rotterdam, oprichter der Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst 1829 en algemeen secretaris 1830-1866: V-266.
Vermeulen, P.J., 1790-1860, lid van de (gemeente)raad van 's-Hertogenbosch 1841-1857, wethouder 1848-1849, burgemeester 1849-1857: V-326, 327.
Verplancke, J.J., gepromoveerd in de rechten te Gent 1830: I-13.
Verschoor, H.E., 1791-1877, burgemeester van De Werken en Sleeuwijk 1812-1856, lid van de (Provinciale) Staten van Noord-Brabant 1831-1853, lid van de Eerste Kamer 1864-1877: V-39.
Verschuer, B.F. baron van, 1803-1883, majoor der artillerie: VII-397, 398, 523.
Verschuer, B.P. baron van, 1841-1910, zoon van B.F. baron van Verschuer, advocaat te Arnhem 1864-1869, plaatsvervangend lid van de arrondissementsrechtbank 1868-1869, substituut-griffier van het provinciaal gerechtshof van Gelderland 1869-1873, lid van de gemeenteraad 1870-1910: VII-398.
Verschuir, jhr. D.C. de Dieu Fontein, 1804-1874, zoon van G. Fontein Verschuir, secretaris van Alkmaar 1826-1853, lid van de (Provinciale) Staten van (Noord-)Holland 1831-1866, dijkgraaf van de Schermeer 1837-1874, lid van de gemeenteraad 1853-1874, lid van de Eerste Kamer 1866-1874: V-446.
Verschuir, jhr. G. Fontein, 1764-1838, burgemeester van Alkmaar 1815-1838, lid van de raad 1824-1838, lid van de Tweede Kamer 1816-1829, lid van de Eerste Kamer 1831-1838: V-446.
Verstolk (van Soelen), J.G. baron, 1776-1845, minister van Buitenlandse Zaken 1825-1841 (a.i. 1825-1826), eerste gevolmachtigde bij de conferentie van Londen juli-oktober 1833, minister van Staat 1841: I-69, 93, 104, 149, 159, 181, 193, 199, 204, 208, 254, 260, 261, 269, 280, 281, 284, 294, 306, 339, 340, 342, 343, 363, 365-367, 369, 373, 382, 384, 395, 397, 398, 400, 402, 429, 434; II-5, 10-12, 20, 62, 68, 107, 235, 282, 285, 310, 346, 401, 403; III-19, 56, 163, 176, 180, 184, 204, 210, 277, 294, 304, 308, 314, 322, 325-327, 439, 527, 528, 534, 536, 540; IV-40, 74, 75, 93, 341, 353.
Verulam, F. Bacon, baron, 1561-1626, Brits filosoof en staatsman: II-309.
Vervloet, G., 1770-1849, boekverkoper en uitgever te 's-Gravenhage: I-1.
Verwey, A., 1793-1876, hervormd predikant te Leiden 1822-1852: II-18, 19, 25, 29, 31, 40, 46, 291; III-234.
Verwey, L.H., 1816-1875, arts te 's-Gravenhage: VI-358-360, 362.
Verwey, S.A., 1812-1872, advocaat en procureur te Sneek, advocaat te Leeuwarden, lid van de Provinciale Staten van Friesland 1850-1853, lid van de Tweede Kamer 1852-1853: VI-184, 233.
Verwey Mejan, zie Mejan, Verwey.
Verwijs, E., 1830-1880, ingeschreven als student in de theologie te Leiden 29.9.1853, gepromoveerd in de letteren 23.4.1857, leraar aan het gymnasium te Franeker 1858-1862: VI-352.
Verwoert, H., 1801-1865, burgemeester en secretaris van Beuningen 1844-1850 en van Putten 1850-1856: V-283.
Veth, P.J., 1814-1895, hoogleraar in de oosterse talen en wijsbegeerte te Amsterdam 1842-1864 en aan de rijksinstelling van onderwijs in de Indische taal- en letterkunde te Leiden 1864-1877, redacteur van De Gids 1844-1876 en van De Indiër 1850-1852: V-244; VI-129, 130, 229, 398; VII-6, 7, 314.
Vicenza, A. markies de Caulaincourt, hertog van, 1773-1827, Frans minister van Buitenlandse Zaken 1813-1814 en 1815: I-453, 454; III-500, 505-507.
Victor, P., 1791-1864, Frans publicist: I-393.
Victor Emanuel II, 1820-1878, koning van Italië 1861-1878: VII-67.
Victoria, 1819-1901, koningin van Groot-Brittannië en Ierland 1837-1901: II-525; III-55, 61, 129, 268; V-397; VI-69, 85, 86; VII-341.
Vijfhuis, W.H., 1786-1841, rechter ter instructie in de rechtbank van eerste aanleg te Deventer 1828-1838, lid van de Tweede Kamer 1835-1841: II-237.
Vijgeboom, J.W., 1773-1845, oefenaar: III-86.
Vijvers: VI-370.
Villèle, J.B.S.J. graaf van, 1773-1854, Frans minister van Financiën en eerste minister 1821-1828: I-403; II-57; III-472-475.
Villemain, A.F., 1790-1870, lid van de Chambre des Pairs sedert 1832, minister van Onderwijs 1839-1844: III-198, 202; IV-42, 62, 115.
Villiers, P. l'Oyseleur de, ca. 1530-1590, hofprediker en adviseur van Willem van Oranje: VI-62, 66.
Vinkhuyzen, H.J., 1843-1910, ingeschreven als student in de medicijnen te Leiden 11.9.1860, gepromoveerd 30.9.1866, arts te 's-Gravenhage: VII-115.
Vinne, J. van der, 1793-1870, ambtenaar in Nederlands-Indië, met verlof sedert 1843, buitengewoon staatsraad in werkelijke dienst 1844-1849, gepensioneerd 1849: V-506, 506.
Viruly Verbrugge, W.A., 1830-1908, bierbrouwer, burgemeester van Gorinchem 1859-1863, lid van de Tweede Kamer 1863-1897, lid van de gemeenteraad van Rotterdam: VII-146, 278, 280, 283, 518.
Visscher, B.C.J., 1799-1869, neef van B.A.C. Wttewaal-Visscher, advocaat te Utrecht, fungerend rijksadvocaat in de provincie Utrecht, advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof 1844-1848 en procureur-generaal 1848-1869: IV-257.
Visscher, L.G., 1797-1859, hoogleraar in de Nederlandse letteren te Leuven (collegium philosophicum) 1826-1830, hoogleraar in de Nederlandse letteren en geschiedenis te Utrecht 1831-1859 (buitengewoon 1831-1834): I-133, 145; II-54, 56, 57, 246.
Visscher Celles, zie Celles, Visscher graaf de.
Visser, S.H., 1838-1892, dochter van H.P. Visser-Blussé, in 1866 gehuwd met W. Maas Geesteranus: VII-174.
Visser-Blussé, H.P., 1813-1883, zuster van P. Blussé van Oud-Alblas: VII-174.
Visser-Vos Uyterlimmege, C.M., 1811-1889: VI-344.
Vissering, S., 1818-1888, ingeschreven als student in de letteren en rechten te Leiden 8.6.1837, gepromoveerd idem 20.6.1842, advocaat te Amsterdam, redacteur van de Amsterdamsche Courant 1847-1848 en van De Gids 1847-1849, hoogleraar in de rechten te Leiden 1850-1879: IV-101; V-31, 215, 223, 224, 229, 230; VI-23, 214, 403, 407; VII-7, 120, 177, 263, 283, 304, 397.
Vitringa, A.J., 1827-1901, rector van het gymnasium te Deventer 1862-1890, hoogleraar aan het atheneum 1864-1877: VII-372.
Vitringa, M.J. van Gelein, 1796-1865, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Gelderland 1845-1865: V-188.
Vizévene, J., advocaat te Amsterdam: VI-5, 19.
Vleuten, C.J. van, 1808-1853, student in de theologie te Amsterdam sedert 1824, studeerde bovendien theologie te Leiden, letteren te Utrecht en rechten te Leiden, gepromoveerd in de rechten te Leiden 15.12.1832, advocaat te Amsterdam: I-273.
Vlielander, A., 1793-1872, burgemeester van Numansdorp en Klaaswaal 1820-1872 en van Zuid-Beijerland 1850-1872, lid van de (Provinciale) Staten van (Zuid-)Holland 1833-1872: VI-235.
Vliet, J.L. van der, 1814-1851, drukker en boekverkoper te 's-Gravenhage, redacteur en uitgever van De Tijd en Het Zondagsblad: V-160.
Vliet, L. (1859) van Woudrichem van, 1819-1882, verwijderd uit Nederlands-Indië 1845, uitgever van De Volksbode 1846-1847, liberaal publicist te Amsterdam: V-45-47, 51, 64, 87, 126, 132, 133, 177, 294; VI-302; VII-195, 200, 201, 260, 322, 352.
Vlissingen, P. van, 1797-1876, reder en scheepsbouwer te Amsterdam, lid van de gemeenteraad 1855-1861, lid van de raad van toezicht van het Paleis van Volksvlijt: VII-100.
Vloten, A.A. van, 1801-1873, lid van het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, met verlof in Nederland: V-222, 223.
Vloten, J. van, 1818-1883, hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde en de geschiedenis aan het atheneum te Deventer 1854-1867: VII-239, 240.
Voet, J.H., 1793-1852, generaal-majoor der infanterie 1845, minister van Oorlog 1848-1849: V-119, 199.
Vogel von Vogelstein, K.C., 1788-1868, Duits schilder: II-385, 692.
Vogelaar, W.J.T., 1813-1891, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 7.8.1832, gepromoveerd 26.6.1839: II-420.
Vogeler, V.: II-674.
Vogelsang, A., 1807-1877, burgemeester en secretaris van Heinenoord 1828-1877, schoolopziener in het achtste district van Zuid-Holland 1850-1863, burgemeester van Goidschalxoord 1851-1855 en van Oud-Beijerland 1852-1877: V-398; VI-16, 22, 235.
Vogelsang, H., 1838-1874, gepromoveerd in de geologie te Bonn 25.2.1863, privaatdocent te Bonn, hoogleraar geologie, mineralogie en mijnwezen aan de polytechnische school te Delft 1864-1874: VII-98.
Voisin, A., 1800-1843, docent klassieke letteren en geschiedenis aan de vrije faculteiten te Gent: I-22, 79.
Volck, C.J., geb. ca. 1814, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 11.10.1834, gepromoveerd 25.5.1840: IV-84.
Vollenhoven, C., 1778-1849, secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken 1831-1848, raadadviseur 1848-1849: II-268, 401; III-5, 26, 215, 224, 525; IV-15; V-258.
Vollenhoven, H., 1816-1889, zoon van C. Vollenhoven, ingeschreven als student in de letteren en de rechten te Leiden 25.7.1834, gepromoveerd in de rechten 23.2.1839, advocaat te 's-Gravenhage, commies bij Binnenlandse Zaken 1840-1848 en referendaris 1848-1875: II-401; III-334; V-541, 542; VII-43.
Vollenhoven, H. van Beeck, 1811-1871, graanhandelaar te Amsterdam, lid van de Tweede Kamer 1847-1849, lid van de Eerste Kamer 1849-1871: V-309.
Vollenhoven, J. van, 1814-1889, reder te Rotterdam, lid van de (gemeente)raad 1849-1881, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland 1850-1864, wethouder 1857-1866, lid van de Eerste Kamer 1863-1888, burgemeester 1866-1881: VI-316; VII-280.
Vollenhoven, J. M(esschert) van, 1812-1881, advocaat te Amsterdam, substituut-griffier bij de arrondissementsrechtbank 1838-1842 en substituut-officier van justitie 1842-1851, lid van de gemeenteraad en wethouder 1851-1853, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1852-1864 en van Gedeputeerde Staten 1853-1858, burgemeester 1858-1866, lid van de gemeenteraad 1858-1866, lid van de Eerste Kamer 1864-1873: VI-400, 401, 404; VII-91, 94, 95.
Vollenhoven, S.C. Snellen van, 1816-1880, conservator van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden 1854-1873: VII-8.
Vollenhoven-Van Lennep, M.C. Messchert van, 1815-1891, echtgenote van J. Messchert van Vollenhoven: VII-94.
Vollenhoven-Stadnitski, M. van Beeck, 1817-1851, echtgenote van H. van Beeck Vollenhoven: V-309.
Voltaire, zie Arouet, F.M.
Vondel, J. van den, 1587-1679, letterkundige: II-404; VII-180.
Voogt, T. de, overl. 1876, schoolopziener in het vierde district van Overijssel: V-402.
Voorduin, J.C., 1799-1878, vrederechter in het kanton Utrecht 1831-1838, raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Utrecht 1838-1855, lid van de Hoge Raad 1855-1878: III-47; IV-162.
Voorhelm Schneevoogt, zie Schneevoogt, Voorhelm.
Voorst, J. van, 1757-1833, hoogleraar in de theologie te Leiden 1799-1827, eerste bibliothecaris van de universiteit 1820-1833: I-436.
Voorst tot Voorst, E.L. baron van, 1810-1891, lid van de Provinciale Staten van Gelderland en van Gedeputeerde Staten 1853-1889: VII-36.
Voorthuysen, E. du Marchie van, 1824-1894, advocaat te Utrecht, lid van de Provinciale Staten 1856-1857, lid van de Eerste Kamer 1857-1858, lid van de Tweede Kamer 1858-1873: VI-523; VII-442, 444.
Voortman, J.B., 1804-1862, katoenfabrikant te Gent: I-232.
Vorstman, J.G., 1815-1889, boekverkoper te Bergen op Zoom: VI-215.
Vos, B.H., overl. 1861, commissionair te Leiden: VI-354.
Vos, C.H. de, 1805-1880, zoon van J. de Vos, assuradeur te Amsterdam: I-331; IV-258.
Vos, G. de, 1800-1831, zoon van J. de Vos, arts te Amsterdam: I-9, 11, 18, 24, 42, 63, 95-97, 102, 108, 117, 118, 127, 288, 290, 293, 297; III-21.
Vos, J. de, 1736-1833, makelaar en assurantiebezorger te Amsterdam: I-394, 434; II-5.
Vos, J. de, 1774-1844, zoon van W. de Vos, makelaar en assurantiebezorger te Amsterdam, secretaris van de vierde klasse van het Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schone Kunsten 1814-1844, lid van het bestuur van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, voorzitter van de afdeling Amsterdam van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst 1834-1844: I-9-11, 18-20, 24, 25, 30, 31, 41, 42, 53-55, 62, 63, 70, 71, 75, 81, 84, 94, 95, 97, 104, 108, 117, 118, 127-129, 130, 133, 134, 144, 145, 148, 149, 153, 154, 159-163, 170-172, 178, 196, 197, 200, 201, 209-214, 219, 220, 223-225, 230-233, 242, 243, 246-248, 257, 259, 260, 268-272, 277, 283-285, 288-290, 292, 296-299, 305, 306, 308-311, 318-323, 330, 331, 336, 337, 343, 344, 352, 353, 355-357, 359-362, 367, 368, 390, 394, 395, 399, 400, 402-407, 409, 411-413, 423-425, 432-435; II-1, 5, 6, 48, 49, 59, 60, 63-65, 96-98, 109, 120-122, 146, 147, 174-176, 222, 227, 228, 289, 368-371, 374, 427-430, 443, 448, 453, 523-526; III-21, 22, 35-38, 45, 47, 48, 67, 68, 83, 84, 108, 109, 120, 122, 126, 127, 151, 159, 187-189, 228, 238, 239, 247, 248, 255, 256, 299, 300, 358, 362, 443, 444; IV-1, 241, 242, 257, 258.
Vos, J. de, 1803-1878, zoon van J. de Vos, assurantiebezorger te Amsterdam: I-331; IV-257, 258.
Vos, W. de, 1738-1823, broer van J. de Vos, doopsgezind predikant te Amsterdam 1762-1814: I-223.
Vos, W. de, 1799-1876, zoon van J. de Vos, koopman te Amsterdam: I-11, 19, 54, 331, 413; II-222, 227; IV-258.
Vos van Steenwijk, M. baron de, 1836-1888, zoon van J.A.G. baron de Vos van Steenwijk (van de Havixhorst), ambtenaar bij de provinciale griffie van Drenthe, burgemeester van Zuidwolde 1865-1873: VII-125.
Vos van Steenwijk (van de Havixhorst), J.A.G. baron de, 1799-1872, neef van J.A.G. baron de Vos van Steenwijk, gouverneur van/commissaris des konings in Drenthe 1846-1866, curator van de hogeschool te Groningen 1851-1872: V-434; VII-28, 118, 125, 127.
Vos van Steenwijk (van Voorstonden), J.A.G. baron de, 1818-1905, neef van J.A.G. baron de Vos van Steenwijk, lid van de Eerste Kamer 1853-1880, burgemeester van Zwolle 1855-1867: VII-299.
Vos de Wael, zie Wael, Vos de.
Vos-De Clerq, M.J. de, 1798-1835, echtgenote van W. de Vos: I-424.
Vos-Coster, C.J. de, 1775-1820, echtgenote van J. de Vos: I-288.
Vos-Van Effen, A. de, 1805-1872, echtgenote van G. de Vos: I-290.
Vosmaer, C., 1826-1888, letterkundige, substituut-griffier bij het Provinciaal Gerechtshof van Zuid-Holland 1856-1866, griffier bij de Hoge Raad 1866-1873: VII-177.
Voûte, J.P.E., 1794-1851, hoogleraar in de wis-, natuur- en sterrenkunde te Amsterdam 1823-1834: I-400, 403.
Vredenburch, jhr. E. van, 1779-1861, baron 1847, gouverneur van Noord-Brabant 1823-1826, gouverneur van/commissaris des konings in Zeeland 1826-1852: I-429; V-262, 263, 273, 276, 356, 365, 387, 391, 415, 416, 424, 426, 431, 444.
Vree, F.J. van, 1807-1861, president van het seminarie te Warmond 1842-1853, bisschop van Haarlem 1853-1861: V-137.
Vreede, G.W., 1809-1880, advocaat te Gorinchem, hoogleraar in de rechten te Utrecht 1841-1879: IV-31, 39, 68-71, 79, 95, 129, 131, 132, 136, 137, 140, 166-169, 220, 222, 223, 261, 291; V-31, 33, 34, 45, 61, 82, 84, 91, 457, 486; VI-80, 438, 457; VII-388.
Vreede-Hoff, A., 1815-1877, echtgenote van G.W. Vreede: IV-70, 79, 129, 220, 291; V-34.
Vries, A. de, 1817-1879, zoon van J. de Vries, neef van J. de Bosch Kemper en van G. en M. de Vries, ingeschreven als student in de letteren te Leiden 2.6.1836, gepromoveerd 6.5.1841, advocaat te Amsterdam, medewerker aan De Tijdgenoot, lid van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam 1852-1864, lid van de gemeenteraad van Amsterdam 1863-1871, raadsheer in het Provinciaal Gerechtshof van Noord-Holland 1864-1875, lid van de Provinciale Staten 1865-1879: IV-91, 93, 103; VII-91.
Vries Azn., G. de, 1818-1900, neef van A. en J. de Vries, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 13.8.1834, gepromoveerd 18.12.1839, advocaat te Haarlem, procureur bij de arrondissementsrechtbank te Haarlem 1845-1853, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1858 en van Gedeputeerde Staten 1853-1858, lid van de gemeenteraad van Haarlem 1851-1862, griffier van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1858-1862, lid van de Raad van State 1862-1872, minister van Justitie 1872-1874: II-275; III-246, 247; IV-292; VII-141, 143, 154, 283, 405, 444, 450, 511-513.
Vries, J. de, 1776-1853, griffier van de algemene secretarie van Amsterdam 1830-1851 (met de titel griffier en chef van het secretariaat reeds vanaf 1814), letterkundige, lid van het bestuur van de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten 1820-1852, lid van de commissie van toezicht van het Trippenhuis 1844-1847: I-117; II-287, 291, 303, 306, 312, 369, 374, 423, 424; III-25, 26, 32, 33, 45, 419; IV-148, 150, 154.
Vries, J. de, 1808-1880, zoon van J. de Vries, neef van G. en M. de Vries, ingeschreven als student in de rechten te Leiden 19.12.1827, gepromoveerd 2.7.1831, advocaat te Amsterdam, plaatsvervangend kantonrechter te Amsterdam 1835-1848 en kantonrechter 1848-1877: I-174.
Vries, M. de, 1820-1892, broer van G. de Vries, neef van A. en J. de Vries, hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde te Leiden 1853-1891, tot 1860 ook in vaderlandse geschiedenis: VI-355.
Vriese, W.H. de, 1806-1862, botanicus, hoogleraar in de wis-en natuurkunde te Leiden 1845-1857: V-183, 247.
Vrolik, A., 1810-1894, zoon van G. Vrolik, voorzitter van het muntcollege 1850-1854, minister van Financiën 1854-1858: VI-140, 245, 256, 267, 268, 307, 310, 319, 363, 401, 425, 532, 533, 538, 569, 580.
Vrolik, G., 1775-1859, hoogleraar in de medicijnen te Amsterdam 1797-1845: II-77; V-367.
Vrolik, W., 1801-1863, zoon van G. Vrolik, hoogleraar in de medicijnen te Amsterdam 1831-1863, secretaris van de eerste klasse van het Koninklijk Nederlands Instituuut 1845-1851, secretaris van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen 1851-1863: II-77, 79; IV-106, 118, 153; V-293, 322, 367, 371.
Vulpius, C., 1765-1816, getrouwd met J.W. von Goethe in 1806: II-585.